#LesNuits26 - Angine de Poitrine, etc.
De terugkeer van de Dolly Dots
Benedict Segaert, Christophe Demunter
Botanique — 28 mei 2026
Op dag/nacht 9 van Les Nuits hing ontegensprekelijk de slagschaduw van Angine de Poitrine over het festival. De hype heeft ongekende proporties aangenomen voor toch best wel ontoegankelijke, om niet te zeggen hermetische, muziek. Niettemin zijn de verwachtingen extreem hooggespannen voor hun derde Belgische show in een week tijd. De hamvraag: slagen de andere bands erin om hun rechtmatige plekje onder de zon op te eisen? Of is dit ijdele hoop? Gaat Het Polkadot-Fenomeen met alle aandacht lopen?

Aftrappen deden we alvast met new kid on the block Chloe Slater: Gen Z indietunes uit Engeland. Zij komt nog maar net piepen, met enkel 2 ep's op haar nachtkastje. Als alt singer-songwriter had ze in Brussel een rockband opgetuigd om haar songs meer spankracht te bezorgen. Daar slaagde ze een paar keer in, onder andere met Killing Spree, een aanklacht tegen overconsumptie, consumentisme en kapitalisme. Verder kabbelde het wat, ondanks interessante parlandostukken, bubblegum girlyness en een zekere gretigheid. Ook stelde ze twee nieuwe songs voor aan het publiek, Hated en Southern Youth. Is Chloe Slater een groeidiamant? Zeker. Potentieel heeft ze. Maar was deze show beklijvend? Niet bepaald. Meer songs, live meer kilometers maken en vooral roderen, dan komt het uiteindelijk allemaal goed.
Buiten aan de Fountain Stage flirtte het kwik met de dertig graden, maar binnen was het minstens even drukkend warm. Het Brusselse riotgrrrl trio Forsissies leek in het Museum allerminst van plan om de temperatuur naar beneden te halen. Keiharde elektronica, een als drumcomputer vermomde drilboor, een losgeslagen gitaar en uitgeschreeuwde woede, vooral veel uitgeschreeuwde woede, dat was zowat het concept van Forsissies. Velen kwamen en gingen, enkelingen laafden zich een dik half uur lang aan dit gewetenschoppende geweld. Ook wij gingen net voor het einde van de show in de botanische tuin (min of meer) frisse lucht en een volgende muzikale uitdaging opzoeken.
In de huidige postpunkscène neemt het New Yorkse Model/Actriz een bijzondere plaats in. Hoekige, afgekloven noisy post-punk, maar met een onweerstaanbare polyritmische metalige groove die alles mooi in balans brengt. En misschien vreemd om horen: uiterst dansbaar. Zet daar charismatische LGBTQIA+-zanger annex rolmodel Cole Haden bij. En wat krijg je? Geen liveshow maar een evenement. Zo ook op Les Nuits. Al voor de derde keer maakten ze hier hun opwachting. Al van bij de eerste minuten swingde het als een tiet. Zijn zwarte genderfluïde broekrok met voorschort was dan misschien niet zijn beste vestimentaire keuze ooit, maar wat een trip. Soms leek het erop dat hij meer performde tussen het publiek dan op het podium zelf, daarbij verschillende toeschouwers strak aankijkend en tegelijk het publiek opzwepend. Alle bekende songs passeerden de revue met een ongekende intensiteit, zoals Crossing Guard, Diva en natuurlijk Cinderella, de banger die alles in lichterlaaie zette. Uitgenomen dan voor de vooruitgeschoven fans van Angine de Poitrine, die het schouwspel met hun polkadot-outfits onbewogen gadesloegen. Eén minpuntje misschien? Soms duurde de publieksparticipatie zo lang, dat de spankracht en de magie van het moment wat ondergesneeuwd raakten. Maar deze band verdient zeker een groter publiek. Sloop die poort naar meer erkenning en succes. Het zou voor Model/Actriz dik verdiend zijn.
Van Model/Actriz naar Ditz is niet echt een grote stap, dus was het enigszins jammer dat hun shows op Les Nuits deels overlapten. We zwijgen dan nog over de hete adem van de hoofdact van de dag die even later zou aantreden. Desalniettemin was de Orangerie volgepakt voor de band die pas te elfder ure inviel voor Panic Shack. Het was zelfs even aanschuiven vooraleer we het universum van C.A. Francis en co. konden betreden. “Als iedereen een meter opschuift, kan er nog volk bij”, merkte de kortgerokte frontman organisatorisch op. Terwijl Francis af en toe van een glas rode wijn nipte, doseerde de band netjes eerst een aantal songs uit hun laatste plaat ’Never Exhale’, alvorens terug te schakelen naar een grote brok uit hun debuut ‘The Great Regression’. Echter, het hoofdpodium lonkte en de zaal begon halfweg de show schaamteloos leeg te lopen tot twee dozijn fans overbleven voor het slotakkoord van No Thanks, I’m Full. Enfin, dat hoorden we achteraf van de Ditz-fan in ons gezelschap, want ook wij verzekerden tijdig ons plekje aan de Fountain Stage.
De hype rond Angine de Poitrine neemt stilaan even groteske proporties aan als hun outfit. Drie maand geleden deelde KEXP een sessie van het Canadese duo die een paar maand eerder in Rennes werd ingeblikt en zodanig viraal ging dat iedereen de band wil zien. Ja, ook wij pleiten schuldig. Ja, ook wij hadden voor 2026 nog nooit over het duo gehoord. Eerder deze week stond de band in Magasin 4, met een aantal Ticketswapzoekenden dat de capaciteit van de zaal zes keer overtrof. Toen ze begin april aan de line-up van deze festivaldag werden toegevoegd, waren alle kaartjes binnen het uur de virtuele deur uit. Ook donderdag stonden op Ticketswap nog 2750 gegadigden te trappelen voor de tickettombola’s. Is de hype de heisa dan wel echt waard? We trokken met een even nieuwsgierige als achterdochtige geest naar de Fountain Stage, en besloten dat het toch best wel een waanzinnig feestje was geweest.
Toch fronsten onze wenkbrauwen overuren bij het aanschouwen van de broeierige taferelen in de Botanique. De in hun intussen iconische polkadots uitgedoste muzikanten brengen iets dat mathrock of surfstrumentals versmelt met progrock en het hectische geluid van The Cramps of Primus. Ons inziens een muzikale cocktail die eerder voor een branderige keel zou zorgen dan voor een angine de poitrine. Geen makkelijk verteerbare songstructuren, geen hapklare refreintjes, en toch werden ze op het podium onthaald als was het de blijde intrede van Sinterklaas in Antwerpen. Tijdens opener Angor leek het publiek nog wat de kat uit de boom te kijken, maar vanaf Yor Zarad ontstond een moshpitje, het ritme Tamebsz werd massaal mee gescandeerd als moest dit optreden de gefnuikte kampioensfeestjes van Anderlecht of Union doen vergeten, en bij het vierde nummer waren we al toe aan een heuse circle pit en zweefden de eerste crowdsurfers over de hoofden. Op een amper aangekleed podium stonden de genaamden Khn en Klek de Poitrine (nee, we vinden het niet uit!) te musiceren alsof ze zich van geen hype bewust waren. Af en toe brabbelen ze een onverstaanbaar vervormd woordje of vormden ze met de handen een piramide als mysterieus contact met het publiek.
Halfweg de set zorgde het kabbelend gefrunnik van Ababa Hotel voor minder huppelvriendelijk rustpuntje maar de onweerstaanbare ritmiek van Sarniezz mikte alweer rechtstreeks op de onderste ledematen. Met basloops die aan Jerry Was A Race Car Driver en Too Many Puppies deden denken, verwachtten we bijna dat Les Claypool vanonder het zwart-wit gebolde pak zou tevoorschijn komen. Niet dus, want de maskerade werd natuurlijk tot het eind volgehouden. Na een uurtje zette Sherpa een punt (pun intended!) achter dit ongelooflijk geanticipeerde optreden. Met de glimlach verlieten we de concertput in de botanische tuin en hielden even op met onszelf de vraag te stellen of deze band ook relevant zou blijven zonder de gimmicks.
Voor velen was met Angine de Poitrine ook de festivaldag achter de rug, maar toch stonden nog twee optredens geprogrammeerd waarvan we als dessert toch nog even proefden. In de Orangerie mocht de Nederlandse multi-instrumentalist en zanger ZEP aantreden. Live serveerde hij een hybride vorm van dansmuziek met uiteenlopende invloeden: van big beats, hiphop, vreemde samples, overstuurde stemmen, gitaarlicks, tot af en toe zelfs drum-'n-bass. Ze waren net als Angine de Poitrine met zijn tweeën, maar hier hoorde je behoorlijk wat live on tape. Een energieke act met veel publieksinteractie, en dat kunnen we evenzeer schrijven over het zootje ongeregeld dat het Museum mocht slopen.
Wie van wild geschreeuw houdt, is bij het Gentse Maria Iskariot altijd aan het juiste adres. We arriveerden net op tijd voor Dat Vind Ik Lekker, de publieksparticipatieoorwurm van het viertal. Franstalig of Nederlandstalig, iedereen mocht meebrullen in de microfoon die de zaal door Helena Cazaerck onder de neus geduwd werd. “Est-ce que vous aimez le feu dans votre cœur », vroeg de band in zijn beste schoolfrans. Waarna de beentjes mochten worden gestrekt op Tijm (inderdaad, een cover van Pixies-weerhaakje Tame). Rammen en schreeuwen zonder compromissen, met een lach en een traan tussen de songs door, dat was het raak schietende concept van de afsluiter van de avond. “Proef van mijn suiker en zeg dat het smaakt”, klonk het in het slotnummer. Zo gezegd, zo gedaan.
Les Nuits zijn dit weekend aan hun laatste adem toe. Ditz keert in juli terug (Rock Herk), op Model/Actriz is het wachten tot september (Leffingeleuren). Angine de Poitrine speelt in november nog eens ten dans in Trix, maar het zal niet verbazen dat ook voor dat concert de kaartjes hopeloos uitverkocht zijn…

