Crayon Sun, Ian Clement - Duisternis belicht

Nosta, 9 april 2019

Wat Ian Clement en Crayon Sun gemeen hebben, is toch vooral het belichten van de donkere kant. Dat pakken ze elk op de eigen manier aan. Maar een voorliefde voor folk en blues in verschillende gedaanten leek hen in Nosta te hebben samengebracht.

Er zitten nogal wat monsters, demonen en andere duistere hersenspinsels gevangen in liedjes. En die van Ian Clement zijn daar geen uitzondering op. Ook hij zag een uitweg uit donkere tunnels door de miserie van zich af te schrijven. In Nosta bleek dat dat vanop een podium nog harder binnenkwam. Daar ronkten de gitaren als begeleidden ze de Apocalyps.

Tegendraads als hij nu eenmaal is, werd het optreden ingezet met het laatste nummer van de nieuwe plaat, als om de ankerpunten los te rukken. Het duo Turtle & Crow en Hammer & Nail zetten ons op weg voor een reis door de kronkels in het hoofd van de Wallace Vanborn-frontman. En het zou er niet meteen vrolijker op worden. Hardly was slepend en doordringend, waarbij Clement zich al gesticulerend, want voor één keer gitaarloos, een weg baande door het nummer.

Vooral de tijdbom, die Dance Like Love was, zal in ons hoofd vast nog even blijven tikken; vanwege het beklijvende gitaargevecht achteraan het nummer, maar evengoed vanwege de geduldige opbouw. Uiteindelijk werd er dan met Little Love afgesloten, één van de paar nummers die niet van de meest recente plaat kwamen en meteen toch – of lag dat aan ons - voor een iets lichtere noot zorgden.

Hopelijk krijgt Ian Clement de demonen getemd, al mag hij ze zo nu en dan best nog eens terug loslaten ook.

Crayon Sun koos voor een meer traditionele aanpak en startte, net als op de plaat, met Find Love And Let It Kill You. De imposante figuur, die Dave Reniers – Big Dave voor de vrienden – is, nam meteen de zaal in met zijn unieke stemgeluid, terwijl Aldo Struyf nog zorgde voor de nodige vocale bijstand en uiteraard de toon zette op synth en gitaar. Tomas De Smet (bas), Antoni Foscez (drums) en Dave Hubrechts (gitaar) vervolledigden het gezelschap.

Ook hier was de gezwollen klank een absolute meerwaarde voor de songs, die duidelijk ook eerder naar het duistere neigen. Blues, maar dan aangepast aan de veeleisende muziekliefhebber van deze tijd, aangevuld met gewiekste bliepjes en subtiele toetsen. Big Dave droeg daartoe bij met het gepaste mondharmonicaspel, waardoor het geheel weer meteen een zeker down-to-earth-gehalte kreeg.

Black Sun bleek ook live een topper en werd hier bovendien nog eens gevolgd door het prachtige, krachtige, Neil Young-achtige The Sound Of A Broken Wing, waarin de gitaren samenvloeiden en Big Dave zijn zwoele stem mocht verheffen. Die stem past trouwens perfect bij een traditional als Wayfaring Stranger, die uiteraard niet mocht ontbreken. Dat net Lee Hazlewood (Friday’s Child) werd gecoverd, was uiteraard geen toeval. Dit soort nummers past bij deze band als een drietand bij de duivel.

Met No More werd een punt achter de set gezet, maar niet zonder Solitude nog op te dissen als bisnummer. Het parlando van Reniers in combinatie met de zang van Struyf maakte er een uittocht van, waarmee nog eenmaal de troeven van dit gezelschap op tafel werden gegooid.

Hoe een avond vol duistere muziek je gemoed kan verlichten, bleek in Nosta. Of de (duistere kant van) de liefde dan wel de emotionele problemen worden aangepakt, doet dan even niet meer ter zake.

10 april 2019
Patrick Van Gestel (Foto's: Patrick Van Gestel)