Christopher Cross
Warme nostalgie
Steven Verhamme — 11 mei 2026
Koningin Elisabethzaal, Antwerpen — 8 mei 2026
Softrockicoon Christopher Cross streek neer in de Koningin Elisabethzaal voor een avond vol tijdloze melodieën, subtiele muzikaliteit en warme nostalgie. Net vijfenzeventig geworden bewees de Amerikaanse singer-songwriter dat zijn muziek nog altijd een bijzondere plaats heeft in het hart van het publiek.

De concertzaal - het blijft jammer dat die te weinig wordt gebruikt voor dit soort van popconcerten - was gevuld met een iets ouder wordend publiek dat duidelijk was opgegroeid met de klassiekers uit Cross' succesvolle beginjaren. Vanaf de eerste noten van opener All Right hing er een ontspannen, haast huiselijke sfeer in de zaal. Geen grootse spektakelshow of overdreven productie, maar een stijlvolle en ingetogen avond waarin de muziek centraal stond.
De setlist leunde sterk op de eerste twee albums van Christopher Cross met publieksfavorieten als Never Be the Same, I Really Don't Know Anymore en uiteraard Sailing. Vooral dat laatste nummer zorgde voor een collectief kippenvelmoment. Het begon fragiel en sober, gedragen door een zachte pianointro, waarna de herkenbare gitaarlijn langzaam de zaal vulde. Hoewel Cross' stem niet meer dezelfde kracht heeft als in zijn jonge jaren - soms had de Amerikaan moeite om de hoge noten te halen - , wist hij de emotionele lading van het nummer perfect over te brengen.
Ook muzikaal stond de avond als een huis. Zijn begeleidingsband speelde strak en verfijnd, met bijzondere vermeldingen voor pianist Jerry Léonide, bassist Kevin Reveyrand en multi-instrumentalist Andy Suzuki. De drie achtergrondzangeressen zorgden bovendien voor rijke harmonieën die de typische zachte Westcoast-sound van Cross extra warmte gaven.
Halverwege het concert schakelde de Amerikaan over naar een meer intieme setting. Zittend met akoestische gitaar bracht hij uitgeklede versies van Walking In Avalon en Say You'll Be Mine wat zorgde voor een bijna kampvuurachtige sfeer in de Elisabethzaal. Ook het subtiele gitaarspel kwam mooi naar voren tijdens Minstrel Gigolo.
Naast de hits was er ook ruimte voor minder voor de hand liggend werk zoals Alibi, Back Of My Mind en The Light Is On. Daarmee liet Cross horen dat hij, ondanks de commerciële piek in de jaren tachtig, zijn talent als songwriter nooit verloren is. Tussendoor kreeg een tiener een plectrum cadeau, omdat hij als jongeling de moeite had genomen zijn ouders te vergezellen. Tussendoor vertelde Cross ook de grappige anekdote dat hij ooit werd aangesproken op een luchthaven door een bediende, die dacht dat er ooit een songwriter was met dezelfde naam, maar die bleek volgens de vrouw al enkele jaren overleden.
Naar het einde toe werd het tempo opnieuw opgetrokken met Arthur's Theme (Best That You Can Do) en een enthousiast meegezongen Ride Like The Wind, het moment waarop het publiek rechtveerde uit de comfortabele theaterstoelen. Afsluiten deed hij ingetogen met het enige bisnummer Think Of Laura, een emotioneel slot dat de zaal in serene stilte achterliet.
Christopher Cross probeerde deze avond nergens modern of geforceerd vernieuwend te klinken en dat hoefde ook niet. Wat hij bracht, was precies waar het publiek op hoopte: elegante softrock, gespeeld met vakmanschap, rust en respect voor de songs die generaties hebben overleefd. In een tijd waarin concerten vaak draaien om spektakel, voelde deze avond in Antwerpen juist bijzonder door de eenvoud en oprechtheid.
