Cass McCombs Verwachtingen overtroffen

Cass McCombs

U daar! Ja, u die daar naar dit scherm zit te staren! Waar was u toen Cass McCombs optrad in Het Depot? Want wij verzekeren u dat zij, die er wel bij waren, zich dat nog even zullen herinneren.

Er was een voorprogramma. Dat wil zeggen: iemand van de band mocht een paar nummers spelen. Frank LoCrasto was toetsenist van dienst en leek het in de richting van Jean-Michel Jarre te zoeken; veel aandacht voor het sferische, zij het zonder dat grootse waar de Fransman voor staat en meer songgericht. Soms was het amusant, vaker had je het gevoel dat hij de eenzame muzikant was op een feestje, ingehuurd om de ongemakkelijke stiltes in te vullen. Gedurfd, dat wel, maar niet boeiend genoeg.

Het was bijzonder vreemd om te moeten vaststellen dat Cass McCombs het niet had geschopt tot in de grote zaal, maar werd weggestopt in de – goed gevulde, maar toch – foyer. Blijkbaar is zijn muziek niet zo evident als wij dat ervaren. Maar zij die erbij waren, zullen zich dit optreden nog even heugen; om meerdere redenen.

1. De songs

Pas met ‘Mangy Love’ lijkt hij door de media gepromoveerd te worden naar de eerste klasse van het songschrijven, maar eigenlijk was ook ‘Big Wheel And Others’ al uitmuntend en is het eveneens genieten van het intrieste ‘Wit’s End’. En in tegenstelling tot wat wij toch een beetje vreesden, wist hij die songs wel degelijk te vertalen naar het podium.

Vanaf opener Big Wheel over de trage, zwoel-sexy versie van Medusa’s Outhouse tot aan bisnummer I’m A Shoe werd de luisteraar meegesleurd in de slipstream van de krachtige motor, die de Cass McCombs band voortstuwde. Soms waren de nummers bluesgetint (Medusa’s Outhouse), dan weer gekleurd met een lange, jazzy outro (het sublieme Dreams Come True Girl), maar evengoed kon het gewoon een prima popsong (In A Chinese Alley) zijn, die werd voorgeschoteld.

2. De band

Voor dit alles had McCombs niet meer nodig dan drie (uitstekende) muzikanten. Zelf legde hij zich toe op het zingen (met enige reverb op de stem, maar zonder dat te overdrijven) terwijl zijn bandleden elk zorgde voor eigen ijkpunten. Toetsenist Frank LoCrasto (die van het voorprogramma dus) volgde merendeels de gitaar, maar nooit blindelings. Eerder wikkelden de frivole keys zich rond de bijna steevast repetitieve riffs met subtiele solo’s op de juiste plaatsen. Ook de bas van Dan Horne was uitermate belangrijk in het geluid. Niet alleen in combinatie met de drums van Otto Hauser, ook op zichzelf staand met solo’s in onder meer County Line.

3. De teksten

Wij geven grif toe dat wij niet altijd op de teksten letten, maar als je dan plotseling flarden als “Help me to remember to forget” (Medusa’s Outhouse) of de prachtige zinsnede “You’re not my reality girl / You’re my dreams come true” (Dreams Come True Girl) hoort passeren, moeten zelfs wij even een krop in de keel wegslikken.

4. De extra’s

Op het lang uitgerokken einde van datzelfde Dreams Come True Girl baande zich plots een jongedame een weg naar het podium, waar zij met de natte haren rondschudde als een hond na een duik in de plaatselijke vijver; een beetje tot ongenoegen van de toeschouwers vooraan. Maar Maya Eslami maakte gewoon deel uit van de show, klom tijdens Run Sister Run op het podium om daar te rennen (uiteraard), te dansen en te kronkelen tussen de muzikanten. Ook dat droeg bij tot de charme van deze – we kunnen het niet langer ontkennen – geweldige show.

De reacties van het publiek waren dan ook laaiend enthousiast, hetgeen nog met twee bisnummers beloond werd. Het blijft dan ook een levensgroot vraagteken waarom hier niet meer volk aanwezig was. Cass McCombs en zijn band spelen op 23 februari nog in Le Grand Mix. Laat die kans niet aan u voorbijgaan. Want misschien moet u dan rekenen op de festivals en dat is toch altijd een dubbeltje op zijn kant.


February 22, 2017
Patrick Van Gestel