Cactusfestival

Headphone, Saul Williams en Tinariwen stelen de show

Dimitri Muylaert
Minnewaterpark, Brugge8 november 2008

De zitvlaaien waren nog steeds uitverkocht, maar de nachtelijke regen had gelukkig geen modderpoel gemaakt van het schilderachtige Minnewaterpark. We konden dus ongegeneerd met onze al iets vuilere jeans in het gras gaan zitten en genieten van de tweede dag goede Cactusfestivalsfeer.

Het podium werd iets na de middag bestegen door het Gentse Headphone. Toegegeven, deze mannen hebben iets van Radiohead en soms zelfs iets van Muse, maar het zou niet fair zijn om deze vergelijking tot in den treure te maken. De band staat op zichzelf met ijzersterke singles als Ghostwriter en She is Electric. Het stemgeluid van Ian Marien blijft ook live simpelweg indrukwekkend. 



Hoogtepunt in de set was zonder twijfel de PJ Harvey-cover Down by the Water. Rauw gespeeld, zoals het moet, maar toch met een Headphone-touch. Krijg nu collectief kippenvel, dames en heren. Afsluiter Ghostwriter werd niet alleen door de Afrekening-luisteraars op handgeklap onthaald. "I’m losing it?" Alleszins niet hier, want Headphone was een dikke winner.



Rond half twee werd de tweede act aangekondigd. Saul Williams klom het podium op, geschminkt als indiaan, compleet met pluimen in het haar. De rest van de bandleden zag er al even vreemd uit, het best te vergelijken met een “Funkadelic from hell”. Het geluid dat ze produceerden was al even bevreemdend. Een mix van loeiharde beats en een trashy gitaarsound vormden de ideale achtergrond voor de rap/poëzie van Williams.



Voor ons stond een man met een boodschap. Zijn teksten vormen een aaneenschakeling van aanklachten, tegen bedrog, geweld en apartheid. Nummers, afgewisseld met gedichten, werden op een publiek met een niet aflatende aandacht afgevuurd. List of Demands werd heel sterk gebracht, net zoals Declare Independence van Björk. Saul Williams plaatste zichzelf erg hoog op het lijstje van beste Cactusconcerten.



Als je een groep nomaden naar westerse bluesrock laat luisteren, kan je je aan iets heel aparts verwachten. Met die instelling keken we naar Tinariwen, een Malinese band die een zeer eigen visie heeft over hoe de blues moet worden gespeeld. Hun slepende sound is nog het best te vergelijken met de primordiale boogie van John Lee Hooker.



Tinariwen brengt de blues terug naar haar Afrikaanse oorsprong. Live wordt er dikwijls vertrokken van een basis bluesriff die ze dan verder inkleuren met een hevige baslijn en een dreunende djembé. Zo herkenden we ergens een stukje Catfish Blues, de “standard” van Muddy Waters. Ook visueel is Tinariwen op z’n minst een sensatie te noemen. De authentieke kledij zorgt ervoor dat je je te midden van de woestijn waant. Een zeer vreemde ervaring die nog lang zal nazinderen.



De eerste groep die niet echt aan de verwachtingen voldeed, was Pinback. De langs elkaar vliegende stemmen en de meerlagige, complexe nummers zijn op plaat dik in orde, maar live missen ze de nodige punch. De band uit San Diego stond ook niet echt op het beste tijdstip geprogrammeerd. De soms dromerige stukken, zoals Loro, waren eerder geschikt voor valavond. Daardoor had de band ook moeite om iederen bij de les te houden. Gelukkig zaten er ook klassiekers in de setlist, zoals het al eerder vermelde Loro. Verre van het beste van het weekend, maar voor de grote fans ongetwijfeld wederom een belevenis.



Hetzelfde gold ook voor The Cinematic Orchestra. Hun jazzklanken zijn beter te verteren als je ze iets later op de avond kan nuttigen. De electronische en bij wijlen experimentele jazz is natuurlijk zo atmosferisch als onze ozonlaag, daar bestaat geen twijfel over. Vleugen triphop en lounge maken van de muziek de perfect sound om anderhalf uur in een hangmat te liggen met een mojito. Actief naar deze muziek luisteren is dus eerder een opgave. Het is wellicht geen compliment, maar wij hebben The Cinematic Orchestra liever in de lobby van een fijn hotel dan op het podium van een zomerfestival. Tenzij er op Cactus zoiets zou bestaan als een chill-out zone.[pagebreak]



Van het ene uiterste in het andere. We zouden het de slogan van Cactus kunnen noemen. Na de “relaxjazz” van The Cinematic Orchestra kwam de stomende gitaartrein van Dinosaur Jr. het podium opgedenderd, aangekondigd door een Italiaan van de vreemdste soort. Gitarist J. Mascis kreunde alsof zijn leven er vanaf hing, terwijl hij de ene solo na de andere uit zijn karakteristieke Fender kneep. Jammer genoeg stond het geluid loeihard, waardoor de geluidsbrij pas ontleed kon worden ter hoogte van grote brug. Dat had dan weer als nadeel dat je de virtuoze handbewegingen moest missen.



Het was wel duidelijk waar Dinosaur Jr. de mosterd vandaan heeft. Ze noemen Neil Young niet voor niets “Dinosaur Sr.”. Ook The Cure is een belangrijke inspiratie. Dat bleek ook uit een cover van Just Like Heaven van die laatste. Na het beluisteren van hun laatste plaat kan je ze vergane glorie noemen, maar wij zijn toch blij dat we deze oervaders van de grunge nog eens aan het werk mochten zien.



Om tien voor tien mocht ons collectief vaderlands rockgeweten onder de vorm van Arno het park bezweren. Met zijn typische humor wist hij het publiek meteen op de hand te krijgen. Als je jezelf aankondigt met “Ik zèn Carla Bruni”, dan verdien je ons eeuwig respect. Maar ook de performance zelf verdient mateloos veel respect. Mourir à Plusieurs werd knap gebracht. Verder werden we verblijd met klassiekers als Putain Putain en Oh La La La, waarop bassist Mirko Banovic uitblonk in degelijkheid. Dat laatste geldt ook voor Walking The Dog, een cover uit de periode van Charles et les Lulus.



Ook het meer intieme werk werd, zoals we van Arno gewend zijn, heel erg sterk gebracht. Het mooie, hartverscheurende Lonesome Zorro en het vertederende Les Yeux de ma Mère worden duidelijk beter met de tijd. Voor de ambiance werden Bathroom Singer, inclusief de door Arno bediende cymbalen en het walsende Les Filles du Bord de Mer van stal gehaald. Rocken is zilver, Arno is goud. Een waar hoogtepunt in dit heel sterke Cactusweekend.



Starsailor kreeg de eer en het genoegen de tweede dag af te sluiten. Al vanaf het tweede nummer vielen James Walsh en de zijnen met de deur in huis. Het wondemooie Alcoholic uit het album 'Love Is Here' werd op een bezielde wijze vertolkt. Ook het van het nieuwe, nog te verschijnen album afkomstige Tell Me It’s Not Over kwam in een prachtige versie. De immer sympathieke Walsh heeft een klok van een stem en die breekt ook live potten. Silence is Easy en Fever leverden hiervoor het bewijs.



Een nieuw nummer werd opgedragen aan Johnny Cash, een artiest die klaarblijkelijk een plaats heeft in het hart van de band. Het is namelijk bekend dat Starsailor regelmatig een nummer van de countrylegende brengt. Op Cactus was dat helaas niet het geval. Voor de grote hit Four To The Floor moesten we wachten op de bisronde. Het supernummer werd gebracht in een extra lange versie, waarin Back To Black van Amy Winehouse doodleuk verwerkt zat. Origineel en zeer geslaagd, luidt het oordeel. Starsailor heeft op Cactus weer eens bewezen dat ze blijvers zijn. Nu is het nog reikhalzend uitkijken naar hun nieuwe plaat.

Cactusfestival
← Terug naar overzicht