Butthole Surfers

De leerlingen en de meesters van de chaos

Jan Vael
NTGent, Gent8 november 2008

Net voor het losbarsten van de Gentse Feesten omzeilden we nog eventjes handig de massale drukte in de Oost-Vlaamse studentenstad om de Texaanse punkrocklegende Butthole Surfers te gaan bekijken. Zij waren lang niet meer live te zien op het Europese continent en speelden op 17 juli exclusief voor België in de Minnemeers, het tweede platform van NTGent waar muziekclub Democrazy vanaf deze zomer op regelmatige basis concerten zal organiseren. Meteen een schot in de roos, want het optreden was uitverkocht.

Het voorprogramma tijdens deze tournee is een speciaal geval. Het gaat immers om de zogenaamde School Of Rock All Stars, studenten van de tien jaar geleden in Philadelphia opgerichte Paul Green School of Rock. Die Paul Green School (zie ook de documentaire film Rock School’) is een netwerk van intensieve muzikale trainingsprogramma’s voor jongelui van acht tot achttien jaar. De studenten leren het vak al doende en krijgen tal van mogelijkheden om samen op te treden met oude rotten, zoals vanavond de Butthole Surfers.

Butthole Surfers
 
En dus was het eerst een voortdurend komen en gaan van (piep)jonge jongens en meisjes op het podium donderdag, want de All Stars stortten zich in wisselende bezettingen op een aantal rockklassiekers van bijvoorbeeld de Ramones, The Guess Who en Rolling Stones. Het werd allemaal met veel jeugdige geestdrift, maar vooral ook een overdaad aan decibels neergezet. Persoonlijk amuseerden we ons het best tijdens de geslaagde versies van AC/DC’s Whole Lotta Rosie en Blondie’s Call Me. En de simultane danspasjes van de in witte overalls gehulde jongens tijdens Devo’s Jocko Homo vormde zelfs een bescheiden hoogtepunt.
 
Om een idee te krijgen van het gestoorde universum van de Butthole Surfers, één van de pioniers van de Amerikaanse gitaarscene uit de jaren tachtig, volstaat het een vluchtige blik te werpen op hun album- en songtitels. Of vindt u ‘Psychic… Powerless… Another Man’s Sac’, ‘Rembrandt Pussyhorse’, ‘Locust Abortion Technician’ en ‘Hairway To Steven’ bijvoorbeeld niet bizar genoeg klinken? Overigens bediende de in 1981 opgerichte formatie zich aanvankelijk van groepsnamen als The Dick Gas Five, The Ashtray Babyheads en Cleopatra’s Vagina. Het was pas nadat een radiopresentator per vergissing de titel van een van hun eerste songs voor de bandnaam hield, dat ze als de Butthole Surfers door het leven gingen.
 
Op plaat komen de Buttholes redelijk eclectisch en soms zelfs vrij toegankelijk uit de hoek. Herinner u vooral hun uit de jaren negentig daterende major-debuut ‘Independent Worm Saloon’ en de met goudstatus bekroonde cd ‘Electriclarryland’, evenals de hitjes Hurdy Gurdy Man (een cover van Donovan, inderdaad) en Pepper. Live overheerst evenwel nog altijd - of zeggen we beter: terug? - de noise en ontaardt een show van deze weirdos steevast in een chaotische climax. Dat was donderdag niet anders in Gent, waar de band in zijn bekendste line-up op het podium stond: de geschifte zanger Gibby Haynes, gitarist Paul Leary, bassist Jeff Pinkus en de dubbele drum-opstelling met King Coffey en Teresa Taylor. Bovendien werden ze in heel wat nummers bijgestaan door de aankomende talenten van de School of Rock.  

Nogal wat aanwezigen hadden kennelijk reikhalzend uitgekeken naar dit optreden, want al gauw werd er in de voorste rijen gepogood dat het een aard had. De Surfers raasden dan ook als een waanzinnige wervelstorm door hun oeuvre, met een duidelijke voorkeur voor naar geflipte hardrock en heftige punk neigende uitspattingen. Onder andere I Hate My Job, Who Was In My Room Last Night?, het nietsontziende The Shah Sleeps In Lee Harvey Oswald's Grave en Birds passeerden de revue. Naar goede gewoonte experimenteerde Haynes ook weer naar hartelust met elektronische geluidsmanipulatie, tape editing en vervormde vocalen, bijvoorbeeld in Graveyard of het met samples en freaky gitaarspel van Leary doorspekte 22 Going On 23.
 
Cultklassiekers als To Parter met z’n geweldige intro, het instrumentale Eindhoven Chicken Masque en Sweet Loaf mochten niet ontbreken. Slechts af en toe werd er wat gas teruggenomen met relatief rustige, eerder psychedelisch aandoende tracks als Cough Syrup of Whirling Hall Of Knives. Zoals reeds aangehaald eindigde het optreden met een minutenlang aanhoudende draaikolk van geïmproviseerde noise, waarbij de Buttholes en hun jonge begeleiders nog eens alle remmen losgooiden op het podium en we op een portie smakeloze humor en andere smerigheid getrakteerd werden. Een oorverdovende apotheose van een al bij al memorabele avond.
← Terug naar overzicht