BRDCST18: Myrkur, Otto Lindholm, Monnik Mysterieuze magie in kleine hoekjes

Ancienne Belgique, 5 april 2018
BRDCST18: Myrkur, Otto Lindholm, Monnik

Dat het meerdaagse festival BRDCST als opzet heeft muzikale grenzen te verkennen en verleggen, zal het publiek in de kleine AB Club op 5 april geweten hebben. Aan het hoofd van de affiche prijkte immers Myrkur, de rijzende, Deense ster aan het female metal-firmament, wat een uitverkochte zaal vol zwartjassen opleverde. Wat een verrassing dan ook dat het aangekondigde programma verder werd aangevuld met solo acts die flirten met een hybride van live spel en elektronica.

Te beginnen met sfeerbrenger Monnik: de klankschepper die onlangs met ‘Bedevaart’ een indrukwekkend, tweede, muzikaal epos op zijn palmares zette en daar nu live de nodige extra kracht bij bracht, laag op laag opstapelend, de magie van een loopstation optimaal benuttend. Met een diepe elektropuls en een wat vreemd schurende gitaarmelodie als grondvest bouwde de bebaarde Monnik gedurende een half uur vier muziektempels op. Een optelsom van minutieus verfijnde klankstenen.

Van ontdubbelde gitaarthema’s tot diepe dronelagen, kloppende klanken tot industriële effecten en als laatste topping een scherende noise die tot een imploderende climax leidde. Indrukwekkend hoe de zwaar geconcentreerde muziekmeester technische doordachtheid, vooraf geplande klankconstructies en toevallige vondsten liet samenkomen tot een mooi in elkaar passend geheel.

Helemaal bijzonder was het trouwens toen Monnik een gelijkaardig geluidswerk opbouwde met enkel vocale puzzelstukken: hoog opklimmende stemmelodieën en diep zinderende keelklanken die elkaar versterkten in een haast sacrale mantra.

Minstens even eigenzinnig, maar een stuk minder voor de hand liggend, bleek Otto Lindholm, een neoklassiek componist die de diverse speeltechnieken van zijn contrabas met de nodige elektronische manipulaties bewerkt en unieke minimal ambientexperimenten opbouwt. In een kooi van digitale draaiknoptoestellen en een wit divergerende stralenbundel was de in Brussel residerende contrabassist een indrukwekkende verschijning.

Zijn duistere dronemuziek combineerde diep zinderende halo’s met trage, hoog galmende aanstrijken in een weemoedig, neoklassiek ambientspel. Met momenten ging het instrument echter aan de kant en liet Lindholm op- en neerklimmende notensequenties elkaar vinden in elektronische toevalstreffers, de sfeer – voor zover de creatie dit toeliet – zorgvuldig indraaiend en wegvagend. Het was op die momenten dat de set misschien net wat te zwaar werd, temeer daar de man het duidelijk niet begrepen had op een klassieke 4/4-maat opbouw. Een complexiteit die bovenop de eigenzinnige programmatie van BRDCST al helemaal de metalfans niet in de kaarten speelde – lees er gerust de commentaren op de AB-website op na.

Enter Amalie Bruun ofte Myrkur, geheel in het wit en met een volledig zwart geschminkte oogband, geklemd tussen drie imposante muzikanten met zwarte beulskaproen en geschminkte bloedstrepen. Wie de muziek van de klassiek geschoolde metalgodin met haar mythologische fascinaties al had mogen genieten, wist dat er iets bijzonders te gebeuren stond.

Een set, die helaas het uur net niet haalde, vermengde nummers van de eerste twee platen in een etherisch, erotisch, mysterieus en tegelijkertijd woest geheel. Want Myrkur speelt met haar hoge stem vaak engel Galadriël, maar evengoed de krijsende duivel die haar bestrijdt. Enkel al het fenomenale stembereik van Bruun is het genieten waard, iets wat extra duidelijk werd met twee Noorse folksongs die ze solo bracht met enkel een grote handtrom als begeleiding.

Maar tegelijkertijd flirtte het kwartet in een krachtig Elleskudt met razendsnelle deathmetal of loodzware doom. Of hoe openingstrack van debuutplaat ‘Skogen Skulle Do’ het mooi samenbundelde: openen met een fraaie folkmelodie, hoog verheven sirenezang en trotse trommels, plots het weer te doen omslaan in razendsnelle metal met krijsende zang om tenslotte in force majeure te eindigen met een combinatie van beide.

Enige spijtige noot van dit toch wel memorabele concert: de geluidstechnieker had het eerste kwartier van dit vrij korte optreden duidelijk moeite om het typerende hard/zacht-contrast van Myrkur mooi uit te rafelen, waardoor de klank erg wollig en rommelig was. Oh ja, en we hopen ook stilletjes dat de man naast ons die quasi elk nummer van het optreden doorheen zijn lichtgevende gsm-schermpje volgde en niet één keer naar de band zelf keek om toch maar geen bewegende opnames te hebben, zijn mobiel op de terugweg uit zijn jaszak heeft laten stelen. Hoog tijd voor een deftig anti-gsm-beleid, beste AB-heren en andere concertuitbaters!!


9 april 2018
Johan Giglot