Bota@AB

Et c'est party...

Lene Hardy
Ancienne Belgique, Brussel8 november 2008

Voor veel Vlamingen is het Waalse rocklandschap nog altijd terra incognita en vice versa geldt dit ook. Als het aan de AB en de Botanique ligt, is deze wederzijdse onwetendheid geschiedenis. Voor de tweede keer stampten ze een huisruilproject uit de grond. Wij dus naar de AB waar de jonge Waalse garde te bewonderen was in club en box. Er hing een heerlijk frisse sfeer: het publiek bleek hoofdzakelijk Franstalig, piepjong en dolenthousiast. Ze hadden flessen sterke drank onder hun jas naar binnen gesmokkeld en gingen voor elk concert alsof het hun laatste was.

De eerste band van de avond, Soy un Caballo, is een project van Thomas Van Cottom en Aurélie Muller over een man met een paardenkop. Het publiek bestond gelukkig uit meer dan twee man en een paardenkop: ondanks het uur - 19u is ontiegelijk vroeg naar concertnormen - stond de club al aardig vol. Met de projectie van een haardvuur op de achtergrond waagde Soy un Caballo zich aan dromerige verlegen singer/songwriter muziek in de beste traditie van José Gonzalez, maar dan in het Frans. Wij herinneren ons vooral de xylofoon, de breekbare luisterliedjes en de jongen in het midden van de zaal die elke lettergreep extatisch meefluisterde.



Amper drie minuten later – ja, het ging snel in de AB - stond The Ideal Husband ons al op te wachten in de box. Wat volgde was de ontdekking van de avond: zwoele hawaiaanse ritmes, retro exotica en technische perfectie. De achtergrond werd bevolkt door een bananenboom en door de wol geverfde muzikanten, met op de voorgrond tengere meisjes in kleurige jurkjes, waaronder een oude bekende: achter de percussie stond niemand anders dan Isolde Lasoen, u wellicht bekend van Daan en Billie King. Zweedse zangeres/danseres Louise Peterhoff had het soort stem waarvoor de term “zoetgevooisd” uitgevonden is. Ze deed ons qua uiterlijk denken aan een heel jonge Björk. De liedjes baadden in een heerlijke Ry Cooder sfeer, maar zouden zonder de dansjes van de zangeres nogal monotoon geweest zijn. Na de derde song die aangekondigd werd als slaapliedje hadden ook wij er stilaan genoeg van. Vormelijk en muzikaal zat alles nochtans erg goed in elkaar. Vlak voor de finale ging de zangeres op een draaiend plateau staan en dwarrelden er rode hartjes naar beneden. De laatste keer dat we de truc met de confetti zagen was bij Guns’n’Roses. Je moet niet vragen.



Wat het Limburgse COEM op de Franstalige affiche deed, is ons een raadsel. Zou de NVA misschien snode plannen koesteren om na Wallonië ook de groene provincie af te stoten? Eén iemand in de zaal riep “Katarakt!” maar dat liet niemand aan zijn hart komen. De Waalse jeugd had duidelijk zin in een feestje en klapte uitbundig mee. De set bereikte een hoogtepunt het vlammende I Burn. Jammer genoeg liep tijdens de laatste nummers de zaal langzaamaan leeg omdat niemand ook maar een seconde van de hoofdact van de avond The Tellers wou missen.



Wat ons beneden in de box te wachten stond, was ware Tellermania. Het publiek had zich al een half uur van op voorhand voor de deuren van de box verzameld en stormde al duwend en trekkend naar het podium zodra deze open gingen. Dit was een rockconcert à l’ancienne: met gillende tienermeisjes, dansende tienerjongens en een band die zelf amper de schoolbanken ontgroeid is. De eerste keer dat we The Tellers aan het werk zagen was tijdens Les Nuits Botanique in 2006, als voorprogramma van de rotslechte Franse groep Hush Puppies. In die dagen hadden de jongens nog geen platencontract, maar waren toen al een fenomeen op MySpace. The Tellers spelen nog veel liedjes van toen, maar als groep zijn ze muzikaal enorm gegroeid in die tijd. Al blijft Ben Bailleux-Beynons gemompelde Engels nog altijd even onverstaanbaar. Hun grote held is Pete Doherty, en zo klinken ze ook.

Ergens halverwege het concert peilde bassist François Gustin naar de samenstelling van het publiek. De zaal bleek gevuld met drie vierden Walen, één vierde Vlamingen, die zich allemaal als Belg typeerden en zo zien we het graag.



Terwijl de Vlaamse rockscene al jaren zelfvoldaan op zijn gat zit, nemen jonge Waalse groepen de wacht langzaam maar zeker over, getuige Ghinzu, Girls in Hawaii en de bands die we vanavond aan het werk zagen.

Bota@AB
← Terug naar overzicht