Banks - Sappig druifje in de poppap

, 2 juli 2018

In de troebele pap van de pop zit af en toe een krent. Aan ons om die eruit te vissen. Jillian Rose Banks is zo’n krent, meer zelfs: een sappig druifje. Ze overtuigde reeds op Cactus deze zomer en ook haar debuutalbum zorgde hier voor natte oorlelletjes. We hadden dus geen Alibi nodig om present te tekenen bij de openingsavond van haar Europese tournee in de Botanique.





Als sleutelbewaarster voor de echte “Goddess” fungeerde Andrea Balency. Geen Waalse die moest voorgesteld worden, maar wel een Mexicaans/ Franse knoppendraaister annex zangeres die haar dwarse elektronica doorspekte met forse vocale uithalen. Wat een verschil met haar schrille elfenstemmetje op plaat! Qua casting als voorprogramma voor Banks zeker geen foute keuze al ontbeerden haar songs de sterke melodieën Banks wel zou voorschotelen. We genoten vooral van Paris (een cover van Little Dragon) en haar eigen You’ve Never Been Alone.

Banks zelf liet zich net als op Cactus bijstaan door een keyboardspeler en een drummer/ elektronicaman. Net zoals op de hoesfoto van haar debuutplaat, was de zangeres in stijlvol zwart gehuld: een zwart kleedje met daarover een korte cape. Maar in tegenstelling tot op die coverfoto liet de zesentwintigjarig deze keer geen streepje bloot zien. Enkel haar blote armen, die ze gebruikte als een serimpi staken vanonder de cape uit. Zelfs haar gelaat was vaak versluierd door haar donkere haren.

Ondanks haar donkere r&b en voorprogramma’s voor o.a. The Weeknd was Banks daardoor alleen al een verademing. Sletterig werd het nooit in tegenstelling tot zoveel andere r&b-zangeressen. Enkel de dreigende zin “Fucking with a goddess and you get a little colder” uit Goddess en de songtitel Fuck Em Only We Know lieten enige seks toe.

Toch bleek Banks een deugnietje, want ze was niet altijd even oprecht. Ze verklaarde dan wel uitgebreid haar liefde aan het Brusselse publiek omdat ze hier een van haar eerste shows had gespeeld en zeer warm was onthaald ondanks haar toenmalige stunteligheid en verlegenheid, toch loog dat geliefde publiek voor toen ze bij de bisronde beweerde iets speciaals te proberen. De cover van Motion (Drake) stond ook al twee keer op de setlist van optredens in Amerika. Meer zelfs: heel de setlist was identiek aan die van de laatste twee shows daar.

Flauw? Kan zijn, maar anderzijds stak die setlist ook beresterk in elkaar met aan het begin na Alibi  en This Is What It Feels Like meteen twee krakers als Brain en Goddess. Het publiek was zo in de ban dat het vergat mee te zingen. Ook Fuck Em Only We Know is een zeer verleidelijke song al werd hierdoor wat gas teruggenomen.

Change betekende een eerste dipje, maar hierdoor kwam Fall Over weer sterker uit de verf. Banks bracht het eerste deel van dit oudje solo aan de keyboard, het instrument waaraan al haar songs geboren worden. Knap was hoe daarna de drummer plots inviel. Aan het eind verscheen ook haar toetsenist, deze keer op gitaar.

Die hield zich voor Warm Water bij dit instrument en zo kreeg deze middelmatige song van achteraan het album zowaar een disco-remake door de Chic-gitaar en klonk die plots een pak frisser en meeslepender. Geen wonder dat het sing-a-longmoment hier wel pakte.

Met het slotnummer van de ‘Banks’-deluxe versie Bedroom Wall, werden we terug in het r&b-bad gesmeten en daar zouden we nog even blijven weken met een andere song van die editie: And I Drove You Crazy. Niet het beste deel van het concert, maar Banks spaarde haar laatste restje adem voor de denderende finale die werd ingezet met Drowning en verder ging met Waiting Game en Beggin For Thread.

Hier had Banks het voor bekeken moeten houden. Ze had er het vleugje mysterie en eigenzinnigheid die rond haar persoon had mee intact gehouden. Maar u las het al: er volgde nog een cover van Drake en ze had ook nog een lange versie van Stick achte de deur waarin ze haar muzikanten kon voorstellen.

Wij onthouden vooral de sterke songs en de zalige stem van Banks. De Orangerie was uitverkocht en dat was terecht. Banks is een talent.

11 november 2014
Marc Alenus