Alt-J Een bekoorlijke formaliteit

Vorst Nationaal, 12 januari 2018
Alt-J

In het jaar van hun derde plaat toerde het Britse indietrio Alt-J de halve wereldbol rond, van Bangkok tot Mexico City, en dat slokt energie. Ter hoogte van Vorst Nationaal zat nog net genoeg brandstof in de tank om enkele onvolprezen parels te serveren, maar de spoeling was dun.

Het moet frontman Joe Newman, toetsenist Gus Unger-Hamilton en drummer Thom Green ook niet ontgaan zijn: na tig concerten op plaatsen waar ze voorheen nooit van gehoord hadden, sluipt gewenning in elke noot en akkoord en verglijdt de motor willens nillens richting cruisecontrol. Hoeveel zoete broodjes je dan ook bakt, je kan ze nooit zoeter serveren dan in de begindagen, toen alle fans starstruck het typerende driehoeksgebaar vormden van zodra Newman een akkoord aansloeg. Het jammere aan drukke tournees is dat de die charmante Sturm und Drang en bezieling ergens onderweg verdampt, maar dat is nu eenmaal de tol van de roem.

Het publiek heeft heus wel in de smiezen dat ze niet meer voorstellen dan halte nummer vierenzestig op de rit en ja, daar hebben wij alle begrip voor, heren. Met het aantal kilometers dat deze globetrotters op de teller hebben staan zijn wij allang blij dat Gus de naam Vorst Nationaal (nou ja, Brussel) goed onthouden heeft. Tot zover niets dan liefde en no hard feelings, al mogen we wel van enige bekoeling van die liefde spreken, als we afgaan op het dalende aantal driehoeksgebaren richting de driehoeksformatie op het podium.

Dik zes jaar nadat vier schoolknapen als bij wonder een meesterwerk vervaardigden met het debuut ‘An Awesome Wave’, dat nog steeds boven de rest van hun oeuvre uitstijgt, staan gepokte en gemazelde twintigers op de planken met een parelvijver aan goede songs waaruit ze kunnen vissen. Jammer om dan vast te moeten stellen hoe overduidelijke "opvullers" in de setlist gesmokkeld werden en hoe de neiging om op de "skip"-knop te duwen soms van de gezichten stond af te lezen.

Het Fitzpleasure-achtige Every Other Freckle sloeg een kortstondig waakvlammetje in de pan, maar leek meer op een soft afgietsel van de albumversie. Die brommende, loodzware elektrobaslijn die vaak als ruggengraat dient in de Alt-J-brouwsels loste op in de achtergrond. Maar waar we vooral op onze honger bleven zitten, was wat eigenlijk de apotheose van het lied moest zijn: het slot met een onweerstaanbaar synthesizermotiefje dat menige dansvloer zou doen ontploffen, doorspekt met aanstekelijke “Hey hey's” zoals Indiaanse stammen ze produceren tijdens een paringsdans rond het kampvuur. Met lekkere dirty talk als “I’m gonna bed into you like a cat beds into a beanbag / turn you inside out and lick you like a crisp packet”, zou Newman ons in een krolse, roezige staat van geest moeten brengen waarbij we ons moeten inhouden om onze buur op de mond te pakken, maar we bleven braafjes – te braafjes – binnen de grenzen van het toelaatbare. Nee, dankzij Newman geen #MeToo-zwijnerijen vanavond.

Het was niet de enige gemiste apotheose of onbenutte momentum. Een rommelig Hunger Of The Pine deed de hangmat wiebelen, maar ook hier wint de albumversie het van de ingeslapen, live variant. Bloodflood was dan weer een kroonjuweel dat naar de keel greep, waarbij de hamers van de piano de gevoelige snaren in ons beider hartkamers beroerden. Een eerste moment van ontroering, dat versterkt werd door de daaropvolgende publiekslieveling Mathilda. Bij Taro bewees zanger Newman andermaal dat zijn stem al even wispelturig is als de bitcoin-koers, want loepzuiver kunnen we zijn aanhef bezwaarlijk noemen. De rest van het nummer had alle schijn van een routineklusje dat ons als lauwe kippensoep op een overbevolkte kerstmarkt werd aangesmeerd, eerder dan de warme melancholie die het zou moeten oproepen.

Het eerste bisnummer was verrassend Intro vanop ‘An Awesome Wave’, hetgeen in combinatie met de ingetogen slow burner 3WW duidelijk moest contrasteren met het energetische Breezeblocks – een afsluiter die ons deed afvragen waar alle pit, die er nu opeens uitgeperst werd, al die tijd gebleven was. Nog een woord van lof voor de wondermooie samenzang van Interlude I, het intermezzo dat tussen de soep en de patatten in de set gepropt werd, maar dat ons een glimp van de Alt-J-magie toonde. Het zit er wel degelijk nog, ergens verscholen tussen de geoliede machinekamers.

Podiumbeesten zal het stijve harkentrio nooit worden, maar dat vereist het publiek noch de muziek. De melodieuze indietronica speelt en teert op sentiment. En zoiets wordt niet aan de lopende band geleverd. It takes two to tango, en ergens voelden we dat Alt-J verzaakte aan de verwachtingen van de zaal. De act naast een gecoördineerde lichtshow ook stofferen met meer geestdrift zou al veel helpen; of een paar tourdata schrappen om minder vermoeid en geroutineerd voor de dag te komen. Monumentaal was het niet, memorabel al zeker niet, maar ach, weer een paar Instagramfoto’s voor bij de collectie.


13 januari 2018
Quentin Soenens