Alela Diane
Zonnekinderen
Patrick Van Gestel
Botanique, Brussel — 8 november 2008
Het heeft duidelijk geen enkel belang of de muziek van Alela Diane nu country dan wel folk is. Feit is en blijft dat haar populariteit spectaculair stijgt. Wat een al dan niet kunstmatig gecrëerde en overgewaaide hype al niet kan doen. De rotonde zit in elk geval afgepakt vol en de reacties zijn enkel te omschrijven als dolenthousiast.
Als wij de naam Hardin horen, kunnen we niet anders dan denken aan Tim, de veel te vroeg overleden troubadour, die met zijn liedjes zoveel harten wist te veroveren. Of Alina Hardin familie van hem is, is niet echt duidelijk. Als ze op haar barkruk, schijnbaar vrij ontspannen, haar liedjes speelt op de met Alela Diane gedeelde akoestische gitaar, komen er beelden van met madeliefjes en boterbloempjes bezaaide weien in ons op. De teksten van haar liedjes doen je wegdromen naar zanderige stranden en zonnige velden. Vooral in het begin wordt het publiek een paar keer uit zijn dromen wakker geschud als ze de verkeerde akkoorden kiest. Ze zingt haar liedjes met een blik die mijlenver weg lijkt te zijn en haar stem is niet altijd even vast (een verkoudheid speelt haar parten). Maar de toeschouwers zijn vandaag duidelijk in een goede bui en bedekken die schoonheidsfoutjes met een mantel van liefdevol applaus. Wanneer ze haar laatste nummer Moonlight’s Beach speelt, krijgt ze nog bijstand van Alela Diane en als bij toverslag krijgt het nummer meer diepte dan de nummers die ze alleen speelt.
Wanneer even later de hoofdact in de vorm van een in cowboylaarzen gestopte deerne met lange sluike haren haar opwachting maakt, slaat de stemming meteen om. De hype heeft zijn werk duidelijk gedaan. De aanwezigen hoeven niet meer overtuigd te worden van de kwaliteit van het werk van deze vrouw met gitaar. Het staat vast dat deze jonge Californische dame meer uitstraling heeft dan haar collega. Alleen al haar stem, die zoals bij een doorgewinterd countryzanger vaak overslaat, doet je op de tippen van je tenen staan. Neem daar nog haar doordringende gitaarspel bij en je begrijpt waarom die hype zo om zich heen grijpt.
Het publiek luistert het hele concert lang haast ademloos toe. Zoals bij Alina Hardin geldt ook voor haar nummers dat de tweede stem de nummers naar een hoger echelon brengt. Wanneer ze haar fans dan ook nog uitnodigt om tijdens The Pirate’s Gospel mee te klappen, te stampen en te zingen, zijn de yohoho’s niet van de lucht. Het blijft indrukwekkend als een beginnend artiest een uitverkochte – in haar eigen woorden “crammed” – rotonde haast letterlijk naar haar pijpen kan laten dansen. Het mogen dan liedjes over zon, zee, bloemetjes en bijtjes zijn, de magie was bij momenten haast voelbaar. Blijkbaar is er dan toch nog ruimte voor dromen en kunnen zonnekinderen als deze twee jongedames – de één al iets meer verbleekt dan de andere – toch nog hun boodschap verkondigen. Er is nog hoop voor de wereld.

