Warhaus - Ik leef inderdaad in een bubbel en het is fantastisch

Warhaus, met opperhoofd Maarten Devoldere, heeft amper een jaar na het schitterende ‘We Fucked A Flame Into Being’ al een nieuw album uit. Door het vele toeren voelde hij de creativiteit bloeien en kwam hij op een berg songs te zitten. Toen het management voorstelde om daar dan misschien gewoon een nieuwe plaat van te maken was zijn reactie: “Cool! Mag dat?”

Het is maar een jaar geweest en toch lijkt het moeilijk voor te stellen dat Warhaus er voordien niet was. Dan heb je goed werk verricht. Maar hoe was dat voorbije jaar voor jezelf?

Maarten Devoldere:
Het was heel druk, obviously (lacht) Ik heb dat jaar in een roes beleefd, maar ik vind dat wel een fijn gevoel. Ik ben me er erg van bewust dat ik in een bubbel leef, wat enigszins gevaarlijk is om de voeling met de realiteit te verliezen, maar anderzijds: fuck it, dit is fantastisch!

Dat toeren met de band door heel Europa heeft heel wat creatieve energie losgemaakt. Het klikt echt met die groep. Ik ben oorspronkelijk nummers beginnen maken op tournee om die toe te kunnen voegen aan de set. Toen dan het voorstel kwam om tussendoor, voor de nieuwe Balthazar, toch nog een nieuwe Warhaus uit te brengen, ben ik er meteen ingevlogen. In maart zijn we begonnen; in mei was hij af.

Je bent er in korte tijd in geslaagd om een heel herkenbare sound neer te zetten. Als je vandaag een nieuw nummer van Warhaus hoort, zonder op voorhand te weten dat het Warhaus is, kan je dat er toch op kleven.

Da’s wel een beetje de bedoeling geweest; ik hoop dat dat gelukt is. Tegelijkertijd probeer ik zo wel per plaat die ik maak daar ergens een eigenheid in te stoppen. Hier zijn we heel hard aan de slag gegaan met Afrikaanse percussie. We hebben geprobeerd dat in elk nummer te laten terugkomen om het dan op de volgende plaat waarschijnlijk nooit te gebruiken. Dat soort spelletjes vind ik wel leuk.

Hoe was de chronologie: is de pauze van Balthazar verlengd en ben je daarom aan de tweede plaat begonnen? Of is de pauze verlengd omdat het zo goed loopt met de zijprojecten en het zonde zou zijn om die projecten nu af te breken?

Het eerste. Eerst hadden we besloten om de pauze van Balthazar iets te verlengen en dan wist ik niet goed meer wat ik met mezelf aan moest. Ik wacht niet graag. (lacht)

En dan ben je gaan schrijven in Kirgizië. Wat gaat een mens daar in godsnaam zoeken?

Een goeie vraag.(lacht) Het was een tip van een vriend, die fotograaf is en regelmatig reizen maakt naar vreemde bestemmingen omdat je daar nu eenmaal knappe foto’s kan maken. We waren op een feestje in Gent. Ik had wat gedronken en ik was tegen hem aan het zagen dat ik het zo beu was in Gent en dat ik nog eens echt uit mijn comfortzone gehaald wilde worden. En dan stelde hij Kirgizië voor, “het einde van de wereld” noemde hij het. Ik heb daar toen blijkbaar enthousiast op gereageerd en de volgende avond belde hij. Ik was het al bijna vergeten, maar hij had tickets geboekt. Dus ja... (lacht)

We kwamen daar aan, reden nog een paar uur offroad met de jeep en dan heeft hij me daar ergens gedropt aan twee boerderijtjes. Twee weken later heeft hij me daar terug opgepikt. Ik zat bij herders die hun kudde laten grazen in de bergen. Superkoud, want het was winter; min veertig graden ’s nachts. Die mensen leven supereenvoudig, maar ik vond dat geweldig. En het grappige is dat ik daar de wildste nummers heb geschreven.

Ik heb die afzondering niet echt nodig, maar het helpt wel om de focus te behouden. In Kirgizië bellen mijn vrienden niet om te vragen of ik zin heb om mee op café te gaan. En dat helpt.

Je hebt al een stuk tournee afgewerkt, waarmee je in Oekraïne, Slowakije, Hongarije en Polen bent gepasseerd. Ik kan me bij de muzikale cultuur van die landen niks voorstellen.

Er was meer volk dan ik verwacht had. Misschien net wel omdat dat soort muziek daar zelden of nooit passeert. Ik had het gevoel dat er in die streken vooral veel metalbands zijn. Dus misschien was dit een verademing. We zijn met Balthazar ook al in die landen geweest en da’s super: het publiek is daar superextravert. Er staan echt nog krijsende meisjes aan je podium. Vreemd, maar wel dankbaar om voor te spelen.

Op Rock Werchter viel je op door je eigenzinnigheid. Andere, jonge acts, die relatief vroeg geprogrammeerd staan, volgen bijna een geijkte formule: je eindigt met je grootste hits. Jij speelde die in het begin en speelde op het einde Here I Stand en Mad World, twee nummers die we op dat moment niet kenden.

Het is geen bewuste rebellie. Misschien ben ik gewoon niet zo goed in een set opbouwen, maar op die manier werkt het wel voor mij. Ik heb geen rekening gehouden met bekendheid, maar wel met avontuur. En in Here I Stand en Mad World kan je je als band eens goed laten gaan. Op die manier sluiten we af met de grootste dosissen energie.

Here I Stand kennen we trouwens nog steeds niet op album, want het heeft de nieuwe plaat niet gehaald. “Omdat het te goed was”, zei je op Rock Werchter.

(lacht) Dat was een grapje. Ik had daarvoor gezegd dat we een nummer gingen spelen dat de plaat niet gehaald heeft en dat klonk als: “Ga maar om een pint, want wat er nu komt is de moeite niet”. (lacht)  Ik besefte het terwijl ik het zei en dan wilde ik het rechttrekken met mijn volgende zin.

Dat nummer heb ik al erg lang. Ik vind het een heel tof nummer om live te brengen, maar op plaat vind ik het wat vrijblijvender, wat te braaf.

In de perstekst zeg je dat het grote verschil met de vorige plaattitel is dat je het afgelopen jaar geen boek hebt gelezen. En dan zeg je: “Dat voelde bevrijdend.” Dat moet je even uitleggen.

Ik heb er ook niet echt voor gekozen om het afgelopen jaar geen boeken te lezen, ik had er gewoon geen tijd voor, maar het is wel zo dat ik een paar jaar geleden maniakaal las. En ik had op den duur het gevoel dat ik las om te lezen, snap je? For the sake of it. Ik vind lezen voor alle duidelijkheid nog altijd fantastisch. Het zit nog wel een beetje in de plaat. In Mad World noem ik Bret Easton Ellis, dat was de favoriete schrijver van mijn ex. En Lolita, daarmee doel ik op Sylvie: het meisje dat zich niet bewust is van haar kracht.

Kreusch is ook één van de nummers. Dat is haar achternaam. Is ze een muze voor jou?

Muze klinkt een beetje pretentieus, maar eigenlijk is het wel zo. Had ik een ander lief gehad, dan was het ook een andere plaat geweest. Sylvie staat superlicht en naturel in het leven. Ze heeft iets door haar bloed stromen dat ik supermysterieus en intrigerend vind. En het toffe is dat ze het zelf niet eens door heeft. Daar gaat dat nummer over.

Ik zing in dat nummer ook: “I tried to get up and walk out of this”, want toen ik Sylvie leerde kennen was ik nog met iemand anders samen. En toen werd ik verliefd. Ik heb het nog proberen te ontwijken, maar er was niks tegen te beginnen.

En daardoor kan je nu ook een nummer schrijven als No Such High, zonder een greintje cynisme erin. Je beschrijft de liefde daarin als een drug.

Ik word soft (lacht). Nee, ik heb geleerd dat je voor een nummer aan één gevoel voldoende hebt. Je kan wakker worden naast een vrouw en denken: “Dit is fantastisch”, en over dat gevoel een nummer schrijven. Het is niet nodig om in datzelfde lied ook nog te vermelden dat datzelfde meisje me vorig jaar nog bedrogen heeft bijvoorbeeld. Noem het naïef als je wil, maar in die zin is de plaat wel eerlijker en directer dan ‘We Fucked A Flame Into Being’ was. "Only love is the real sugar."

Je citeert nu uit een nummer van dEUS, The Real Sugar. Is dEUS voor jou ooit een invloed geweest?

Niet direct voor deze plaat, maar ik denk wel dat dEUS in mijn DNA zit. Ik ben ook opgegroeid in de tijd dat dEUS hot was en ik denk dat we in België echt dankbaar mogen zijn dat we in die tijd zo’n kwalitatieve band hebben gehad. Het heeft een hele generatie artiesten voortgebracht die op hun beurt door dEUS beïnvloed zijn, door die eigenzinnigheid.

Well Well heeft een interessante tekst, want daarin zeg je dat je het eigenlijk ook allemaal niet weet hoe het moet: houden van, liefde, seks. Het loopt gewoon toevallig goed omdat het vanzelf gaat.

Zo lijd ik mijn leven ook wel. Ik heb geleerd om de idioot in mezelf te omarmen. Dat nummer gaat over het feit dat ik veel domme dingen doe en dat mijn lief de enige is die me dat zou kunnen laten bijschaven, maar het niet vraagt. Ze wil me niet veranderen; ze houdt van die idioot in mij. Ik begrijp zelf ook niet wat ze erin ziet.

De coverfoto vind ik hierbij wel goed aansluiten. Doet me ook denken aan een mimespeler.

Het is een foto van Titus Simoens, die een hele goeie vriend is van mij, en ik zie in die foto hoe hij mij ziet. Dat vind ik er wel leuk aan. En ik kijk scheel, wat een voorwaarde is voor een coverfoto van Warhaus. (lacht)

De voorlopige tourdata lopen nog tot eind november. Komt er nog een vervolg of kruip je daarna terug in het hokje voor Balthazar?

We gaan opnemen in de winter met Balthazar. En dan in het voorjaar en volgende zomer waarschijnlijk nog op tournee met Warhaus terwijl de volgende Balthazar wordt klaargestoomd om uit te brengen. Dus het gaat een beetje van alles door elkaar zijn, maar da’s goed zo. It keeps me off the street. En ik heb er zin in om terug met Jinte samen te werken!

Dit artikel verscheen ook op Newsmonkey.be.

22 oktober 2017
Geert Verheyen