Strand Of Oaks België is het enige land waar ik het echt heb zien gebeuren

België is het enige land waar ik het echt heb zien gebeuren

In 2014 begon Strand Of Oaks aan een tweede leven met ‘HEAL’. Timothy Showalter gooide de akoestische gitaar aan de kant, ging elektrisch en riep op een uitstekende plaat die menig eindejaarslijstje haalde herinneringen op aan Neil Young en Bruce Springsteen. De opvolger heet ‘HARD LOVE’ en is er nu helemaal. En er zitten echt wel mensen op te wachten.

Timothy Showalter: Ik vind het gek dat er überhaupt mensen zijn die mijn platen willen kopen en naar mijn concerten willen komen kijken; dat ik een publiek heb. Als ik in het publiek kijk tijdens concerten, zie ik niemand die op mij lijkt en een grote verscheidenheid aan mensen en leeftijden. Dat vind ik cool. Dat is niet altijd zo op concerten. Ik ben al op concerten geweest van collega’s waarbij het leek alsof een machine kopie na kopie na kopie van dezelfde mens had uitgespuwd. (lacht)

Toen je ‘HEAL’ aan het maken was, zat je niet supergoed in je vel. We hebben zelf ervaring met therapie en weten hoe goed het kan zijn om over dingen te praten of dingen van je af te schrijven. Is het maken van die plaat een soort van therapie geweest voor jou?
Ik wilde dat ‘HEAL’ mijn therapie was, maar ik denk dat het nog maar de eerste stap naar herstel was, terwijl ik er destijds van overtuigd was dat het de laatste stap was. Ik haalde er vooral dingen mee naar boven waar ik mee aan de slag moest gaan. Terwijl ik dacht dat ik er klaar mee was toen ‘HEAL’ er lag.

‘HARD LOVE’ is anders. Het was fijn om die plaat te maken. In de afgelopen drie jaar heb ik geleerd dat je ook gewoon plezier mag maken. Ik werd altijd voortgedreven door de masochistische gedachte dat kunst – muziek in mijn geval – niet echt kon zijn tenzij je er pijn voor had geleden. Ik heb geleerd dat dat niet zo hoeft te zijn. Als ik Aretha Franklin zie zingen bijvoorbeeld, dan zie ik plezier en authenticiteit in één. Anderzijds is Nick Cave waarschijnlijk mijn favoriete kerel in de hele wereld, maar vrolijk word ik er niet van.

Nick Cave is ook één van onze favorieten.
Dat verklaart waarschijnlijk waarom wij beiden therapie nodig hebben. (lacht) Man, zijn ‘Skeleton Tree’ was zonder twijfel de beste plaat van 2016.

Op de cover van ‘HEAL’ stond de titel in drukletters, als een soort van hulpkreet. Op ‘HARD LOVE’ staat de titel weer in drukletters.
Klopt, maar deze keer is het geen kreet zoals John Lennon die aan het eind van Mother schreeuwt. Het is meer zoals Jim Morrison die in L.A. Woman een grote “OOOOOOOH YEAH!” uitslaakt. Dat is het deze keer. Op deze plaat schreeuw ik gewoon omdat het goed voelt, zoals de kreet in Everything.

‘HEAL’ heeft je in België echt wel een nieuw publiek gebracht bij de release. Het was de nummer-twee-plaat van 2014 volgens HUMO en onze persoonlijke nummer drie na The Antlers en The War On Drugs. Er werd ook plots merkbaar meer over je gepraat. De reviews na concerten waren laaiend enthousiast. Merkte je dat zelf ook?
Het klinkt stom, maar echt waar: België is de enige plek waar ik het zelf zag gebeuren. Ik weet nog heel goed dat op een gegeven moment mijn tourmanager naar me toe kwam en zei: “De show is uitverkocht”, waarop ik, stomverbaasd: “Welke show?” Het bleek die in Brussel te zijn. Het was de eerste keer dat dat gebeurde. Ik speel geen sexy muziek; ik kan niet gehypet worden, want ik ben vierendertig nu en ik speel muziek waarvan de roots teruggaan tot ver voor mijn geboorte. Ik heb metalachtige tatoeages; ik zie eruit als een premiejager; Ik maak de ene keer luide nummers, de andere keer heel gevoelige. Samengevat: het is op geen enkele manier met logica te verklaren dat ik populair word. En toch gebeurde het in België. Mensen willen hier nog echt de tijd nemen om naar muziek te luisteren, denk ik. Ik werd bijvoorbeeld vaak op Studio Brussel gedraaid in ‘Duyster’, dat was ook zo’n unicum. Een vriend vertelde me twaalf jaar geleden al, vol verbazing, over ‘Duyster’: “Man, ze spelen daar Smog, op de radio! Dat is echt zot!”

‘Duyster’ is stopgezet ondertussen. En rond de stopzetting zei Ayco over jou in De Standaard: “Ik ga Tim van Strand Of Oaks nooit vergeten. Hij was zo blij dat wij hem uitnodigden voor een sessie, toen we wilden dat hij kwam spelen voor ons. En hij was zo vereerd dat we JM zo vaak speelden. Ik voelde meteen dat we twee muziekliefhebbers waren, gelijkgestemde zielen.”
(lacht verlegen) Dat is echt heel erg lief. Ik voelde me toen inderdaad heel erg op mijn gemak bij haar en dat was op zich al bijzonder. Ook nu, in dit interview, lijkt het alsof ik supersociaal ben, maar eigenlijk ben ik een eenzaat. Ik weet niet hoe ik dat moet doen, sociaal zijn. En daarom is Strand Of Oaks goed voor mij; omdat het me dwingt om buiten te gaan, sociaal te zijn en mensen te leren kennen. We zitten hier nu een uurtje, maar dit wordt een herinnering voor mij. Dit is een betekenisvol gesprek. Ik ben er zeker van dat wij nog twintig uur zouden kunnen praten over muziek die we goed vinden. Over Nick Cave en over anderen want dat is wat muziekliefhebbers verbindt.

Iemand ontmoeten en het direct voelen klikken: dat is magie. Dat had ik ook binnen de vijf minuten met de kerel die mijn plaat heeft geproducet, Nicolas Vernhes. Ik wist dat onze samenwerking het begin zou worden van een vriendschap. Hij was één van de mensen die echt durfde zeggen wat hij van dit of dat vond. Mijn tourmanager is ook zo iemand. Hij is een Nederlander en hij vraagt me soms: “Wil je het antwoord of wil je het Nederlandse antwoord?” en dan weet ik al dat er nattigheid volgt. (lacht)

Mijn ouders zijn ook zo. Zelfs al heb ik mijn beste optreden ooit gespeeld, dan nog zal mijn moeder iets zeggen als: “Je spuwt wel veel als je zingt”, of zoiets. (lacht) Stel dat George Lucas omringd geweest zou zijn met eerlijke mensen terwijl hij Star Wars I, II en III aan het maken was: er zou ons veel miserie bespaard gebleven zijn.

‘HARD LOVE’ is een andere soort plaat geworden dan ‘HEAL’ was. Ben je ook anders tewerkgegaan?
Uiteindelijk wel, maar dat was niet mijn bedoeling. Ik wilde deze plaat op dezelfde manier maken als ik ‘HEAL’ had gemaakt; in dezelfde studio met dezelfde mensen om me heen. En zo hebben we een plaat in elkaar gestopt, maar ik vond ze niet goed genoeg. Ik wist dat ik beter kon. Op ‘HARD LOVE’ staan uiteindelijk vier nummers die ook op de plaat stonden, die ik toen gemaakt heb. En toen begon ik aan deze en dat ging zo vlot; het was zo fijn. Kristian Matsson – The Tallest Man On Earth, mijn beste vriend in de hele wereld – hing wat op de bank in de studio. Mijn vrouw kwam langs in de weekends; dan deden we uitstapjes. Het was zo fijn en ontspannen allemaal.

Toch staat er heftig materiaal op de plaat. Cry, een rasechte pianoballade, is wellicht het meest trieste nummer dat je ooit geschreven hebt.
Precies, en dat is net het bewijs dat je je als artiest niet noodzakelijkerwijs hoeft af te sluiten van de rest van de wereld om te kunnen graven. Ik ben heel blij met dat nummer; dat het niet uit de toon valt op de plaat. Ik heb midden december een akoestisch optreden gespeeld boven AB, in Huis 23. Daar heb ik zelf piano gespeeld op het podium, wat helemaal nieuw voor me was. Dat heeft me erover doen nadenken om ook zo’n rustpunt in de set in te bouwen, tussen het gitaargeweld door. Cry is één van de nieuwe nummers, die zich daar echt wel toe lenen.

Nog zo eentje is Taking Acid And Talking To My Brother. Ik heb al op het internet gelezen dat het over zijn (Showalters jongere broer is overleden, nvdr) overdosis zou gaan. Ik wil toch even nadrukkelijk zeggen dat dat niet zo is. Hij had al hartproblemen, een erfelijke ziekte vanaf toen hij nog maar een kleine jongen was. Zijn hart was te groot. Toen ik in het opnameproces zat, is hij bij mijn ouders thuis tijdens het eten ingezakt. Hij stierf eigenlijk gewoon tijdens het eten. Mijn vader heeft hem gereanimeerd. Dat nummer doet alle onderwerpen die ik op ‘HEAL’ aansneed voor mij aanvoelen als pure lichtheid. Al die pijn, al dat verdriet, waarover ik op die plaat zing, verdwijnt in het niets als het leven van je jongere broer in gevaar is.

Er stond inderdaad te lezen dat hij een overdosis had genomen. Dat zijn dan weer de gevaren van het internet.
Ik begrijp niet waar sommige dingen vandaan komen. Op ‘HEAL’ heb ik weliswaar relatieproblemen aangehaald, maar die werden veroorzaakt door mij. Ik was degene met vrouwenissues. Op het internet groeide alles, werd mijn vrouw de trut en waren we plotseling gescheiden; wat nooit gebeurd is. Ik verzin niets, maar misschien moet ik meer gaan stilstaan bij de potentiële gevolgen van wat ik schrijf en wat ik zeg in interviews. Want de kant van mijn vrouw bijvoorbeeld, wordt nooit gehoord. Zij heeft die megafoon niet die ik wel heb. Misschien moet ik een interview doen samen met mijn broer John.

Radio Kids was de eerste single van ‘HARD LOVE’ en de nostalgie, die er zo sterk in zit, spreekt aan. Het gevoel van een nieuw liedje voor de eerste keer op de radio te horen; het opnemen op cassette; dat is nu helemaal weg. Shazam herkent het nummer direct, dan klik je drie keer en het staat in je bibliotheek. Uit dat nummer blijkt dat jij die tijd soms ook mist.
Zeg me niet dat die tijd niet mooier was! Ik ben blij dat jij het begrijpt. Het is cool dat ik alles binnen handbereik heb, zeker. Maar het verlangen naar muziek is verdwenen. Ik herinner me een interview met Jeff Buckley in SPIN Magazine. Hij praatte over Cocteau Twins, Leonard Cohen en Nick Drake. Ik was dertien en kende geen van die namen. Ik wilde er naar op zoek, maar dat was toen absoluut niet zo eenvoudig als nu. Nu open je Spotify of YouTube en je hebt het hele oeuvre binnen handbereik. Toen moest ik naar de platenwinkel; hopen dat ze het hadden. En dat leidde me dan weer naar andere muziek. Dat proces, die ontdekkingstocht, dat was zo mooi.

Ik kende MC Hammer en Duran Duran en zo via de populaire radiostations, maar college radio, daar heb ik voor het eerst That’s Entertainment gehoord van The Jam, bijvoorbeeld. Ik viel bijna letterlijk van m’n stoel. Wat was dat? En zo ging het maar door! Trouwens: ‘HARD LOVE’ komt ook uit op cassette, in beperkte oplage, en daar ben ik zo blij om! Er zijn jongeren die terug vinyl en cassettes kopen. Ook dat maakt me blij, want het toont aan dat het allemaal weer terugkomt. Mixtapes waren één van de meest betekenisvolle cadeaus die je iemand kon geven. Wat zet je erop? En wat niet? En welk berichtje schrijf je erin?

Welke rol speelt de radio nog anno 2017?
Het blijft een belangrijk medium voor een artiest. Als zenders of bepaalde radiomensen je steunen, dan is dat een soort van kwaliteitsmerk. Als je wordt goedgekeurd, heb je meteen een deel van dat publiek mee. Ik merk het verschil aan de grootte van de zalen waarin we spelen in landen waar we op de radio gedraaid worden en landen waar dat niet zo is. Zo concreet is het nog steeds.

Weet je wat mijn liefde voor muziek aanvankelijk heeft aangezwengeld? Ik tekende strips toen ik een jaar of zeven was en ik verzon bands. Eén van die namen weet ik nog heel goed: The Nuclear Warheads. Het waren de jaren tachtig, hé. (lacht) Van toen af wilde ik ook zelf leren spelen. Ik had mijn eerste akoestische gitaar amper een week of ik probeerde ze al te versterken.

En toch heb je jarenlang hele rustige, akoestische muziek gemaakt.
En ik heb eerlijk gezegd geen idee waarom ik dat gedaan heb. Wat ik nu doe, past meer bij me. De enige plaat uit die periode die ik nu nog cool vind, is ‘Pope Killdragon’ uit 2010, waarop ik heel wat crazy shit heb uitgehaald met synths. Maar die vonden de vier fans, die ik toen had, dan weer niet leuk. Als ik nu naar mijn discografie kijk, dan is dat voor mij ‘Pope Killdragon’, ‘HEAL’ en ‘HARD LOVE’. De rest doet er niet meer toe. En tegen die ene fan, die misschien nog altijd loopt te mopperen omdat ik een lawaaimaker ben geworden, zeg ik vandaag: ik heb jou drie platen gegeven met de muziek die jij leuk vond. Nu is het mijn beurt.


February 17, 2017
Geert Verheyen