Statue - We verdienen er nog altijd niks aan, maar de band gaat erop vooruit

Het minste wat je van Statue kan zeggen, is dat ze een ongewone bezetting hebben. Momenteel bestaat de band uit vier gitaristen (het zijn er ooit vijf geweest), een bassist en een drummer. Met de productionele hulp van Micha Volders hebben ze een derde plaat opgenomen, ‘Kasper’ genaamd naar een geluidstechnicus. Een band die de dingen zo anders aanpakt, die zijn een gesprek waard. En dus zetten we ons op een terras met Joos Houwen (gitarist) en Antoni Foscez (drummer). 

Op Facebook noemt Statue ‘Kasper’ geen album, maar een “installment”, een installatie. Dat heeft in de eerste plaats met het artwork van de plaat te maken (een blauwdruk in het donkergroen), maar het gaat ook verder dan dat.

Antoni Foscez: We hebben geen overdubs gedaan; alles is live ingespeeld; alle instrumenten moesten op het moment zelf bediend worden.

Joos Houwen: Die opnames, dat was als een machine die je aanzet die onderweg niet kon stoppen. We hebben die nummers ook wel veel gerepeteerd, maar het is pas in de studio zelf dat ze de definitieve klank hebben gekregen zoals die op de plaat te horen is. We hebben alle nummers wel een aantal keer gespeeld en dan één take daaruit gekozen, maar wat je hoort, is dus geen samenraapsel van de beste stukjes uit de verschillende takes.

De plaat heet ‘Kasper’ en is vernoemd naar jullie technicus. Het gebeurt niet vaak dat die een plaat naar zich vernoemd krijgen.

Antoni:
Hij speelt zelfs ergens mee. Op één nummer – S - is er op de achtergrond een noise-solo gaande: dat is Kasper. Van boven van het balkon in de studio. (lacht)

Joos: Kasper is ook gewoon een heel fijne mens. Hij paste in de vibe van die week opnames en dus hebben we de plaat naar hem vernoemd. Er staan negen nummers op de plaat: zes letters en drie cijfers. De drie cijfers zijn meer experimentele probeerseltjes. En die hebben we eigenlijk alleen maar opgenomen omdat we nog tape over hadden. Dat zijn gewoon kleine jams die we op het moment zelf hebben verzonnen.

Waren jullie het beu om de titels altijd te moeten uitleggen? Op jullie vorige plaat ‘Calexico Point’ leek er in elke titel wel een verhaal te huizen.

Joos: We hebben beslist om dat hier nog meer open te houden. Zelfs al gebruik je een zinnenprikkelende titel waarmee je duizend richtingen uit kan, door je nummer een titel te geven stuur je mensen al een richting uit. We hielden wel van het idee om dat nog meer open te houden en de fantasie de vrije loop te laten.  

Statue is nichemuziek en dat zal waarschijnlijk ook altijd zo zal blijven.

Joos:
Ik denk het. We hebben het radiolandschap niet echt mee (lacht). We zijn daar ook niet echt mee bezig. We maken de muziek waarvan we voelen dat we die moeten maken en wie graag wil, volgt ons maar.

Antoni: Radio wordt ook nog altijd redelijk gestuurd vanuit de grote labels. Een artiest, die een groot label achter zich heeft, heeft op dat vlak ook wel een groot voordeel.

Joos: Toen 'Duyster' nog bestond op Studio Brussel, werden we daar wél gedraaid. Dat was een goed platform voor ons.

Was het van meet af aan de bedoeling om van Statue een band te maken die voornamelijk gevuld zou worden met gitaristen?

Antoni:
Ja, we hadden ook de meest foute naam ooit: Keytars. In het begin waren we zelfs met zes gitaristen. We hebben ook een tijdje een zevende gitarist gehad, omdat Lennart soms moest gaan spelen met The Tellers. En als Lennart dan toch kon, dan speelde ook nog de vervanger en waren we met zeven gitaristen (lacht). Elke plaat hebben we één gitarist minder, misschien kunnen we eindigen met gewoon drums en bas (lacht).

Joos: Met zo'n aantal mensen is het altijd wel moeilijk om iedereen bij elkaar te krijgen. Dat is altijd zo geweest, maar ik heb nu wel de indruk dat het vlotter gaat. We hebben geprobeerd met deze plaat een trapje hoger te staan en ik denk dat dat gelukt is. Als ik de evolutie doorheen de drie platen zie, dan denk ik dat ik wel kan zeggen dat we meer verstand van zaken hebben. We weten nu meer wat we willen en we raken steeds beter op elkaar ingespeeld.

Antoni: Als ik nu naar de eerste plaat luister, dan denk ik: “Shit, wat heb ik daar allemaal zitten drummen?” Laat ons dezelfde platen opnieuw opnemen en ze gaan anders klinken. Zeker bij deze, omdat je niet meer momentopname kan hebben dan dit.

Joos: De wisselwerking tussen de leden is beter. Als je in een band zit met vier gitaristen, hoef je niet allemaal de hele tijd te spelen. We weten nu wanneer het beter is om iemand anders aan het woord te laten.

Het is een beetje egoloos spelen eigenlijk. Weten wanneer je best kan zwijgen.

Antoni:
Egoloos is een goede omschrijving, ja. Het is niet dat we regels opleggen. Het besef groeit bij iedereen dat het globaal goed moet zijn; en niet voor jou alleen.

Joos: Voor deze plaat hebben we heel, heel, heel veel gejamd. Daaruit hebben we dan dingen geselecteerd en die uitgewerkt.

Het lijkt moeilijker om structuur te geven aan een instrumentaal nummer. Als je een tekst hebt, dan heeft je nummer toch al snel meer richting.

Antoni:
Voor mij geldt eerder het omgekeerde. Ik zit ook in groepjes waarin gezongen wordt en ik vind dat moeilijker. Instrumentale muziek zie ik altijd als een reis die je zo mooi mogelijk moet maken.

Joos: Voor mij is er eigenlijk geen verschil. Het is een verschil tussen een verhaal en sfeer, en sfeer scheppen in instrumentale muziek is misschien toch gemakkelijker.

Jullie hebben met Micha Volders gewerkt als producer. Dan schep je toch verwachtingen.

Antoni:
(lacht) Bij Micha is het simpel: als het niet gek of gek genoeg is, dan vindt hij het niet interessant en dan begint hij er niet aan. In heel dat proces van muziek maken is hij wel op zoek geweest naar vreemde elementen. Hij vindt een kapotte gitaar bijvoorbeeld veel interessanter. En mij heeft hij eens vliegenmeppers gegeven voor op mijn drums.

Joos: Antoni heeft hij gevraagd om zijn eerste drumkit, van toen hij tien jaar was of zo, mee te nemen naar de studio. Hij wilde niet de beste drumkit, hij wilde een goede drummer die op crappy drums speelde. Dat klinkt totaal anders.

Antoni: Ik heb drums altijd heel fascinerend gevonden. Dat blinkt, dat maakt veel lawaai, en mensen, die je ziet drummen, zien er altijd beweeglijk en toch een beetje cool uit. (lacht) Wat andere kinderen hebben met bijvoorbeeld vrachtwagens, had ik met drumstellen. John Stanier van Battles is momenteel echt wel één van mijn drumhelden. Vroeger was Mario Goossens een voorbeeld, maar ook Jeroen Stevens en Karen Willems, bijvoorbeeld.

Veel mensen, die muziek spelen, zien zichzelf nooit meer iets anders doen.

Joos: Ik heb al wel over de toekomst nagedacht, maar ik wil zo lang als het kan zo veel mogelijk muziek spelen. Ik zit met Antoni in verschillende groepjes. Wij hebben al honderden concerten samen gespeeld.

Joos, in een interview met Poppunt antwoordde je ooit op de vraag hoe je je stijl kan oefenen: “Zoek bands en gitaristen, die je goed vindt, en pik van iedereen een beetje.”

Joos: Dat meen ik echt. Alles is al eens gedaan en het wordt steeds moeilijker om met iets origineels af te komen, maar als je van iedereen een beetje steelt en dat in een nieuwe combinatie samengooit, kan je wel weer een nieuwe cocktail maken.

Antoni: Ik vind het heel interessant om een idee te hebben van wat je sound is en daar het materiaal voor in huis te hebben; om er vervolgens helemaal van af te wijken. (lacht) Alleen zo kan je jezelf nog verrassen. Micha heeft één hihat meegenomen naar de studio. Ik heb daar twee nummers mee ingedrumd en toen was hij kapot. Zalig!

Joos: Het was de eerste keer dat we met een heel muzikale en creatieve producer werkten. Daarom dat we Kasper ook bij hadden voor de technische kant; zodat Micha zich helemaal kon laten gaan in het creatieve proces.

Antoni: Het is de eerste keer dat ik de studio ben binnen gewandeld met de idee: “We zien wel wat er gebeurt.”

Joos: Heel eerlijk: ik had wel wat schrik. Ik heb ooit een plaat opgenomen met DVKES met Mario Gooossens als producer en die wilde twee à drie maanden aan een stuk elke week afspreken in het voorbereidende proces. Micha hadden we vooraf twee keer gezien. Het was een heel bijzondere ervaring.

Waar zien jullie jezelf nog heen evolueren?

Joos: Dat is sowieso onvoorspelbaar. En ik wil ook oppassen met verwachtingen, maar we zijn wel stappen aan het zetten. We zijn de laatste tijd veel in Nederland gaan spelen; we hebben ook een Nederlandse booker nu. We zijn ook aan het investeren in een coole lichtshow, omdat we dat aspect van de show nog willen verbeteren. We verdienen er zelf nog altijd niks aan, maar de band gaat er wel op vooruit. En dat is het belangrijkste.

Vanavond, 10 mei is Statue in De Studio (Antwerpen) te zien, op 17/05 Kontzert. / Statue + Poppel (Gent), 18/05 op Vuurdoop 2018 (Hasselt), 24/05 - Statue albumvoorstelling in Café Commerce in samenwerking met BILBO (Leuven) en op 20/07 speelt de band op Rock Herk (Herk-de-Stad).

10 mei 2018
Geert Verheyen