Stash "Het klinkt niet rock-'n-roll, maar ik kan geen dag zonder mijn kindjes"

Sinds eind 2004 kent heel Vlaanderen Stash, de groep rond Gunther Verspecht. De sympathieke Opwijknaar werd plots overal opgevoerd, verwezenlijkte twee van zijn dromen en kon eindelijk écht met muziek bezig zijn. Na de hele hectiek rond Sadness en het album 'Rock ’n Roll Show', die het allebei tot nummer één schopten, keerde de rust toch terug. Verspecht is ondertussen vader van twee kindjes en verhuisde naar Lebbeke. Hij voerde enkele personeelswissels door in zijn groep en nam volop de tijd om aan de opvolger te werken. Die heet ‘Blue Lanes’ en ligt nu in de platenwinkels.



Vanwaar de titel ‘Blue Lanes’?
Die ontstond eigenlijk heel toevallig in de studio, met onze drummer en halve producer Marc Bonne. Ik was de tekst van het laatste nummer Trade Your Rights For Wrongs nog wat aan het bijschaven en daarin komt de regel “The mystery that lies beneath deep into those blue lakes”, waarmee ik ogen bedoel waar je heel diep in kan kijken. Marc had verkeerdelijk 'Blue lanes' gelezen. We hebben voor de plaat heel lang de werktitel ‘Songs For The Left Alone Concubine’ gehad, maar dat was toch wat te speciaal. Met 'Blue Lanes' klopte het plaatje volgens Marc wél.
 
Is ‘Blue Lanes’ een nieuw begin omdat het met een nieuw bezetting is?
Een nieuw begin is het altijd wel een beetje als je een nieuwe plaat uitbrengt, want het is toch weer van nul beginnen. We hebben er lang over gedaan, maar ik wou de plaat ook maken met de mensen die ze live zouden spelen. Dat is een heel groot verschil met de vorige plaat: er waren veel meer middelen en we mochten zoveel tijd nemen als we wilden. Ik had al veel nummers gemaakt en daar konden we dan op ons gemak een mooie filter van maken, zodat de plaat een echt geheel vormt.
 
Sturen de nieuwe bandleden je ook in een andere muzikale richting?
Ja, met andere muzikanten babbel je heel veel over muziek en in de twee jaar dat we over deze plaat gedaan hebben, heb ik veel nieuwe dingen leren kennen. Zo ga je zelf toch meer een andere richting inslaan, want die muziek beïnvloedt je toch sterk.
 
Zoals?
Van Bill Withers ben ik echt fan geworden en ook van iemand als Dusty Springfield bijvoorbeeld. Wij hebben voor deze plaat in de studio ook vaak geluisterd naar ‘Rumours’ van Fleetwood Mac.
 
Vroeger werd Stash vooral vergeleken met 16 Horsepower. Is dat nu afgezworen op de nieuwe plaat?
Nee, dat denk ik niet. Die vergelijking was ook meer van toepassing op de eerste twee platen, toen de groep nog Stache heette. Die vergelijking is wel blijven bestaan, maar in mijn ogen was ze op de vorige plaat al niet meer van toepassing. Ik heb dat sindsdien ook bewust gescheiden van wat ik met Stash doe. Als je te veel stijlen begint te combineren op één plaat of in één groep, dan ben je eigenlijk mossel noch vis, terwijl ik echt wel een duidelijke richting wou geven. Maar 16 Horsepower heb ik zeker niet afgezworen. Ik ben zelfs bezig aan een tribute band waarin ik ga zingen en gitaar spelen, omdat 16 Horsepower gesplit is. We gaan onszelf the Black Soul Choir noemen (een nummer van de groep, nvdr.) en de groep bestaat uit Bart Van Lierde, de bassist van Zita Swoon, gitarist Filip Heylens van Les Truttes en Wim Geenen die bij Swinnen gedrumd heeft. We brengen covers en ook een aantal eigen nummers die echt niet passen bij Stash.
 
In de nieuwe nummers van Stash speelt de piano een heel nadrukkelijke rol. Is dat een bewuste keuze of groeit zoiets automatisch?
Dat gebeurt automatisch, misschien door veel piano te spelen en me daar comfortabeler op te voelen. Ik ben sowieso als instrumentalist beperkt. Ik speel piano en gitaar en dan nog wat andere dingen, maar ik ben in niks heel goed. Ik heb wel drie jaar piano gedaan, maar ik ben niet klassiek geschoold. Ik wil dat ook zo houden, omdat het dan puur en verrassend blijft.
 
Hoe ben je muzikaal geëvolueerd op de vier albums die je tot nog toe gemaakt hebt?
Tussen de eerste drie platen zit er wel een verschil, maar toch blijven ze muzikaal in hetzelfde genre. Je hoort ook een groep die nog niet zo goed weet waar hij naartoe moet, zeker op de eerste twee albums. De derde is al iets coherenter. Maar voor deze plaat vind ik dat we op twee jaar tijd nog nooit zoveel geleerd hebben, zowel op muzikaal, tekstueel als productioneel vlak. Plots kwam ik in aanraking met professionele mensen. Ik moest wel mee op die trein springen. Het resultaat is volgens mij een volwassen plaat, die echt één groot geheel vormt, zoals dat in de jaren ‘70 schering en inslag was. Ik wou dat de verschillende scènes op de plaat toch in dezelfde film zouden blijven. Ik had nooit verwacht dat het zo’n totaalpakket zou zijn. Ik dacht dat je altijd wel zou blijven merken dat het maar iets Belgisch en klein was. Niet dat we strijkers of grote producties hebben gedaan, maar toch vind ik dat het eindresultaat zeer werelds oogt en groots is in zijn kleinheid.
 
Ben je dan eigenlijk nog wel fier op je vorige platen?
Natuurlijk, want op het moment dat je dat gemaakt hebt, is dat telkens toch wel heel speciaal. Doordat Sadness zo’n heel groot succes was, leek het alsof dat niet meer van mij was. Ik mocht daar op een gegeven moment precies bijna niet meer fier op zijn, maar ik ben dat wel. Op heel die plaat trouwens, want we spelen ook al die nummers nog.
 
Wel met een andere bezetting. Het vriendengroepje van weleer is niet meer.
Zo’n jongensgroep was tof, maar had voor- en nadelen. Dat werd door niemand serieus genomen, ook door de groep en mezelf niet. Dat is ook niet zo goed. In het begin speel je dan altijd met vervangers, maar ik merkte gauw dat er geen enkel goed optreden bij was. Daarom wilde ik vooraleer we aan de plaat begonnen echt goede muzikanten vinden waar het mee klikte om lang mee samen te spelen. Dat was geen gemakkelijke zoektocht, want we hadden niet zoveel optredens vorig jaar en dan heb je weinig te bieden natuurlijk. Als je dan professionele mensen neemt, kan je niet verwachten dat die voorrang aan jou geven. Er moet ook bij hen brood op de plank komen, natuurlijk. Maar de nieuwe groep is fantastisch! We hadden onlangs een aantal optredens in Duitsland en als je tien uur in een klein busje naar Berlijn rijdt, dan weet je of het klikt. Het is ongelofelijk dat hetzelfde gevoel als vroeger er is. Dit zijn allemaal muzikanten die er écht voor gaan. We doen er allemaal nog dingen bij, maar dat komt op de tweede plaats, ná Stash.
 
Het is dus echt wel een band en niet Gunther Verspecht en muzikanten?
Naar buitenuit wil ik echt een groep zijn, ook voor mezelf. Ik wil echt sterk repeteren, blijven hangen met de mannen en ’s anderendaags dan allemaal met een kater optreden. Dat is plezant en je trekt aan dezelfde koord. Ik ben me er wel van bewust dat het naar de plaat toe misschien eerder geprofileerd wordt rond mijn persoon. Maar als je je als band profileert, moet je ook interviews doen met de band. Dat is niet altijd even evident. Als het dan gaat over inhoud en nummers - wat de meest voorkomende vragen zijn - dan is dat moeilijk. De rest van de band weet daar niets van, ik schrijf alleen. Ik kan niet vanaf nul vertrekken met iemand anders erbij. Dan moet ik mezelf te veel blootgeven en dat kan ik niet. Ik moet echt al iets op papier hebben staan.
 
Is dat een vorm van onzekerheid?
Dat zal wel, ja. Mensen laten zich nu eenmaal graag van hun beste kant zien. Als ik een demo gemaakt had ben ik wel bij Marc Bonne te rade geweest. Dat deed ik voordien nooit.
 
Je bent als een komeet naar de top geschoten dankzij Sadness. Heb je soms niet het gevoel dat het allemaal te snel is gegaan, dat je een paar stappen hebt overgeslagen?
Je hebt honderd procent gelijk, het ging veel te snel. Niemand was daar klaar voor: ik niet en de groep in het geheel niet. Vroeger speelden we in een jeugdhuis ergens in een boerengat voor 30 personen. Bij wijze van spreken stonden we nu een maand later op het hoofdpodium van Werchter en Marktrock. Je wordt daar ook zwaar op afgerekend. Je krijgt aandacht en je gaat daar in mee, maar op den duur ga je je vergalopperen. Het ging op een gegeven moment ook echt niet meer over muziek. Het ging over kleding en kettinkjes en dergelijke. Daar wou ik op deze plaat toch wel komaf mee maken.
 
Is het dan ook moeilijk om met uw voeten op de grond te blijven, als je zo plotseling in de belangstelling staat?
Ik ben wel altijd erg nuchter gebleven. Natuurlijk vangen hoge bomen veel wind, dat heb ik mogen ervaren. Je bent al meteen een dikkenek als je ergens toekomt en je iemand toevallig niet gezien hebt. Als je je dat begint aan te trekken, ben je sowieso een vogel voor de kat. Ik ben nooit gaan zweven. Ik ben mij altijd heel bewust geweest van mijn kunnen en nog meer van mijn niet-kunnen. Ik ben altijd onzeker en heel zenuwachtig geweest voor alles wat ik moest doen, zowel voor interviews als om te gaan spelen. Ik ben aan Stash, of toch het groeiproces ervan, bezig sinds ik zeventien ben. Op mijn dertigste ging de bal plots echt aan het rollen. Dan zegt men dat het succes plots komt, maar ik was toen al wel 13 jaar bezig, hé.
 
Ben je er dan ook altijd in blijven geloven dat die doorbraak er ooit wel zou komen?
Nee, totaal niet. Ik was mij er heel hard van bewust dat ik niet in een scene zat. Ik zat niet in datgene dat toen hip was. Ik leefde in Opwijk, met langs de ene kant een wei met koeien en langs de andere kant een wei met paarden. Dat was mijn leefomgeving. Ik ging niet naar Antwerpen of Brussel, ik wist daar niks zijn en ik durfde dat niet. Een echt boerke van Opwijk. Dat is al veel moeilijker om gezien te worden. Je kan maken wat je wil, maar als je in je repetitiekot blijft zitten, weet niemand dat. Dus heb ik ongelooflijk veel geluk gehad dat ik daar in Argentinië dronken op een piano heb zitten spelen en dat Lou Berghmans daar diep van onder de indruk was en er absoluut iets mee wou doen. ’s Anderendaags had ik daar al serieuze twijfels over, want dat hadden er al duizenden gezegd. Maar hij heeft dat ook echt gedaan. Eén persoon kan echt je leven veranderen en je carrière bepalen.
 
Het album ‘Rock ’n Roll Show’ was ook een enorm succes. Brengt dat nu geen extra druk met zich mee?
Ik zit niet bij een major, maar bij een independent label. Dat is toch wel een verschil, denk ik. De druk bij een major is groot. Daar word je enkele maanden geëvalueerd en als je niet voldoet, word je aan de kant geschoven of toch op een laag pitje gezet. Dat heb je natuurlijk niet bij een kleine platenfirma. Als dit mislukt, is het voor iedereen slecht. Maar de druk was er niet. We - Marc Bonne, Wouter Van Belle en ik - hebben met de platenfirma – het gaat hier om twee personen, want het wordt altijd voorgesteld als een team van 30 man – een selectie gemaakt uit de 50 nummers die ik geschreven had. Dat was echt een heel gezellige manier van muziek maken en daar prijs ik me ook gelukkig voor. Uit contacten met andere muzikanten besef ik maar al te goed dat het ook anders kan en dat ik heel veel tijd, vrijheid en middelen heb gekregen.
 
Ze pushen je ook in geen enkele richting?
Nee, ze zeggen niet dat ik op een bepaald publiek of op een bepaalde radio moet mikken. Dat wordt totaal niet gedaan. Als er al nummers gekozen moeten worden, dan opteren ze gewoon voor nummers die het best bij mij passen. Maar zowel op muzikaal vlak als qua profilering word ik in geen enkele richting geduwd. Ik doe eigenlijk totaal wat ik wil en ik zou dat ook niet anders willen.
 
Volg je met spanning allerlei muzikale lijstjes om te zien hoe jouw werk het doet?
Ik vind ze wel belangrijk, want het is toch een teken dat mensen je plaat kopen of er voor stemmen. Dat is altijd wel een gebaar van appreciatie en iedereen vindt dat tof. Toch volg ik die lijstjes zelf niet op de voet. Meestal krijg ik wel sms’jes waarin bijvoorbeeld staat dat ik op nummer 1 sta in de vox van Radio 1. Dat is super, natuurlijk, als luisteraars je naar die plaats stemmen. Ik hoop gewoon dat zoveel mogelijk mensen mijn muziek graag horen. Ik weet wat platen voor mij betekenen en ik hoop dat mijn muziek, in kleinere mate misschien, de mensen ook iets doet. Ik krijg nog steeds mails van mensen over Sadness en I need a woman. Daar zijn veel mensen op getrouwd (lacht) en voor sommigen is het een steun in moeilijke tijden. Je houdt die verhalen niet voor mogelijk. Daarvoor doe je het als muzikant. Het is toch straf dat muziek iets meer kan zijn dan gewoon maar een liedje.
 
Staan er op deze plaat ook nummers waarvan je verwacht dat ze een tsoenami gaan teweegbrengen?
(lacht) Dat denk ik niet, maar dat dacht ik van de vorige ook niet. Sadness is het gemakkelijkste nummer dat ik ooit in mijn leven gemaakt heb. Dat was echt een kwartier werk, zowel de muziek aan de piano als dat tekstje. Dat nummer ging ineens naar de top, terwijl niemand ons kende. En dan die clip met al die bekende koppen… Je haalt dat goed aan, veel mensen denken dat Sadness het tsoenami-lied is, speciaal gemaakt voor die ramp toen. Ik vind dat er op deze plaat veel betere nummers staan en dat ik qua songschrijven, tekstueel en muzikaal, gegroeid ben.
 
Sadness is een enorme zegen geweest, maar mag ik ook zeggen dat het een klein beetje een vloek is?
Ja dat is lang een vloek geweest. Maar het positieve overtreft zeker het negatieve. Je zat wel met het feit dat er precies alleen Sadness was. Op den duur sprak ik het in interviews ook verkeerd uit. Als ik het over Stash had, zei ik Sadness. Dat was precies het alter ego van Stash aan het worden. Dat was een beetje fout aan het gaan. Er kon niks anders zijn en alles werd ermee vergeleken. Godzijdank was er ook I need a woman, want dat was qua airplay hetzelfde succes. Dus kon ik toch zeggen dat er meer was dan Sadness, want je hebt natuurlijk wel de schrik om een one hit wonder te worden.
 
Heb je toch geen schrik dat mensen eigenlijk maar voor één nummer naar jullie optredens komen? Bij Gorki scanderen heel wat mensen ook telkens Mia, terwijl zij ondertussen toch ook al een hele rij klassiekers op hun naam hebben.
Ik ben daar niet bang voor. Ik merk dat dat op optredens niet het geval is. In de hoogdagen gebeurde het wel eens dat de zaal bomvol stond en dat er na Sadness wat minder volk was. Maar dat is nu toch wel gedaan. Ik denk dat iedereen na deze plaat zal weten waarvoor we staan en of je dat graag hoort of niet. Natuurlijk is het wel zo dat iedereen in Vlaanderen dat nummer kent en dat daar op optredens altijd goed op gereageerd wordt. In dat opzicht is het ook plezant om Sadness te spelen. Je krijgt op dat moment veel terug, hé. Maar ik heb net een aantal voorprogramma’s in Nederland gespeeld en daar wordt er dan amper op gereageerd. Er is dan ook wel applaus, maar het publiek gaat niet uit zijn dak. Dat is raar, maar dat zet je wel goed met de voetjes op de grond.[pagebreak]
 
Vind je over het algemeen dat een groep zijn hits moet spelen?
Nee, ik vind dat niet. Ik heb daar onlangs in Leuven een discussie over gehad met Tom Helsen. Ik speelde daar op Open Mic in de foyer van het Depot. Jonathan van Milow organiseert dat en nodigt tien singersongwriters uit die compleet onbekend zijn. Die mogen dan elk twee nummers spelen en de avond wordt telkens afgesloten door iemand die al wat bekender is. Dat is telkens onaangekondigd. Je mag dan vier nummers spelen en ik heb daar Sadness niet gespeeld. Ik had niks voorbereid en deed terplekke gewoon waar ik zin in had. Tom was toen kwaad. Hij vindt dat je altijd je hits moet spelen, omdat de mensen dat verwachten. Ik vind van niet, zolang het maar een goed optreden is. Ik vind het ook goedkoop om je grootste hit pas in de bisronde te spelen, als de zaal het al aan het zingen is.
 
Is het niet zo dat je vanaf het moment dat je een monsterhit scoort zoals jullie, je bij de muzikaal correcte meute verbrand bent?
Dat merk je wel, ja. Plots ben je commercieel en niet meer credibel, terwijl ik echt uit de alternatieve scene kwam, zeker als je onze twee eerste plaatjes opnieuw bekijkt. 
 
Bedenkelijke reactie.  
Dat blijft duren, hoor. Je mag echt zo goed aanvaard zijn in die milieus, je hebt dan wat succes en dan is het gedaan. Dat kan je blijkbaar niet verenigen, terwijl iedereen dat succes en die erkenning nastreeft.
 
Heb je dan geen schrik om niet meer van die stempel af te geraken?
Totaal niet, ik hou me daar niet mee bezig. Als je daar mee bezig bent, dan ben je verloren volgens mij. Ze doen maar, ik heb daar ook niet echt last van. Ik kan ook goed om met kritiek.
 
Ja? Geen Ryan Adams-toestanden? Die kon vroeger absoluut niet om met kritiek en belde zelfs een bepaalde recensent op om zijn mailbox vol te lullen met verwensingen. Kan je daar inkomen of vind je dat te ver gaan?
Dat vind ik te ver gaan. Als je je op datzelfde niveau gaat plaatsen en dezelfde dingen gaat doen en daar veel waarde aan hecht, dan is dat een wapen dat ze in handen hebben om dat in de toekomst nog te doen. Als ze weten dat je daar gevoelig voor bent, hou je dan maar vast. Als bij mij iemand mijn vertrouwen heeft geschonden, geef ik gewoon geen interviews meer aan die persoon. Ik heb dan niks tegen die persoon zelf. Misschien is dat dan ook opgedragen door de hoofdredacteur. Maar ook als je werkt voor de duivel, ben je hem voor mij.
 
Je hebt door op Werchter te spelen en een duet met Sarah Bettens te zingen twee dromen verwezenlijkt. Zijn er nu nog dromen over?
Ik zou nog graag samenwerken met John Cale. Ik ben daar fan van en heb het in mijn hoofd gestoken dat dat écht iets zou zijn. Bij Sarah Bettens heb ik dat zo vaak gezegd dat het uiteindelijk tot bij haar kwam (lacht). Dat was vooraf uitgedacht. Wat wel waar was, was dat ik op mijn 16e stond te kijken naar een optreden van haar en toen tegen mijn toenmalige vriendin zei dat ik daar echt graag eens een duet mee zou doen. Dat is dan genoeg herhaald tot dat bij haar moeder is geraakt en die heeft dat dan doorgegeven. Plots kreeg ik dan telefoon van madame Sarah Bettens. Ik ging bijna door de grond.
 
Is het uiteindelijk geworden zoals je het vroeger zag?
Ja, en eigenlijk zelfs nog beter. Die productie en die sfeer… Ik stelde me daar vroeger ook niet veel bij voor, maar opeens werd dat heel persoonlijk hé. Plots komt die daar binnen. Dat is heel raar. Het is lullig om te zeggen hoor, maar als je bekend bent, zijn andere bekenden plots je vrienden. Je hebt elkaar nog nooit gezien en plots doen die heel familiair tegen je, terwijl die je een week voordien niet zagen staan. Maar als je bekend bent, join the club! Al die bv’s doen dat, hé. Pas op, ik zie mijzelf niet als bv. Ik ben gewoon bekend, omdat ik zanger ben. Een bv is voor mij iemand die in panels zit en die in de media werkt. Dat is niks voor mij.
 
Om opnieuw op Sarah Bettens te komen, heb je nog contact met haar?
Ja, ik ga in Nederland zelfs haar voorprogramma’s doen. Ze is echt een heel goede vriendin geworden. Ik heb sinds begin dit jaar een Nederlander als manager en ik heb die door haar leren kennen. Sarah is een supertoffe madam! Ze is veel meer ster dan ik, zij is ook al zolang bezig op een hoger niveau. Als zij binnenkomt vult ze echt de kamer.
 
Ben jij daarmee vergeleken wat verlegen?
Verlegen ben ik niet, wel introvert, al zal je daar weinig van merken als ik optreed of interviews doe. Maar ik ga bijvoorbeeld niet graag naar de winkel. Dat is niet omdat ik niet naar de winkel wil, maar daar zijn gewoon te veel mensen. Dat kan ook op twee manieren bekeken worden. Soms wordt dat als negatief ervaren, terwijl anderen het knap vinden dat ik zo eenvoudig blijf. Maar ik had dat vroeger al, dat heeft niets met bekend zijn te maken, dat is gewoon mijn aard.
 
Heb je soms niet het gevoel dat je het beste al gehad hebt? Op Werchter spelen is voor een Belgische artiest toch het hoogste goed, het duet met Sarah Bettens… 
Ja, dat is waar, maar ik heb dat gevoel totaal niet. Omdat ik de set op Werchter achteraf gezien ook niet zo tof vond. Er werd heel veel van mij verwacht en er was een bepaald publiek waar wij bij moesten scoren. Maar onlangs speelden we een try-out voor vrij weinig volk in jeugdhuis De Klinker in Aarschot en dat was voor mij tot hiertoe een van de beste optredens qua intensiteit. Dat er minder volk was dan op Werchter, maakt niet uit. Op Open Mic spelen was eigenlijk ook een intensere ervaring dan Werchter, los van het feit dat ik dat nog altijd het tofste optreden vond. Dat is zoiets groots en het publiek in die tent is echt fantastisch. Je komt op het podium en duizenden mensen gaan uit hun dak. Dat stopte ook niet tijdens dat optreden. Dus in dat opzicht was dat wel de grootste ervaring. Maar ik heb echt niet het gevoel dat het beste al geweest is. Nee hoor, the best is yet to come, denk ik.
 
Dan denk ik aan het buitenland. Is dat een droom voor jou? Je hebt al in Nederland en Duitsland gespeeld.
Ja, Nederland en Duitsland zijn toch wel een droom. Als de kans zich voordoet, gaan we ze zeker grijpen, al ben ik geen wereldveroveraar. Ik droom er niet van om drie maanden op tournee te gaan. Als ik twee dagen in de studio zit, mis ik mijn kindjes al. Zelfs na één dag. Het is niet rock-’n-roll om dat te zeggen, maar het is gewoon zo. Maar in Nederland is het heel tof om te spelen. Ik merk ook dat onze muziek daar ongelofelijk geapprecieerd wordt. De plaat komt daar eind dit jaar of begin januari uit. Duitsland gaan we ook zeker proberen, omdat we echt denken dat dit muziek is voor Duitsland. “Zadness von Gunther” (lacht). Ja, we hopen wel dat het daar iets gaat doen.

En de rest van de band ziet dat ook zitten?
Ja, we gaan daar proberen te spelen, maar dan wel deftig, hé. Want je kan overal gaan spelen, natuurlijk. Als ik morgen naar Hamburg bel, kan ik daar wel ergens spelen. Maar we willen daar populair zijn en platen verkopen. Met deze laatste plaat zitten we niet meer in het alternatieve circuit. Het is pop en voor een breed publiek. Ook op optredens zien wij letterlijk mensen van 7 tot 77.
 
Er is dan ook geen enkel publiek waar jij je neus voor ophaalt? Denk maar aan Fixkes en Tien om te Zien.
Nee, we zijn daar ooit voor gevraagd geweest, maar dat was toen een heel drukke periode en we konden echt niet. Maar ik haal mijn neus niet op voor dat publiek. Ik vind dat concept ook niet belachelijk. Ik ben daar geen racist in. Dat alternatieve wereldje is eigenlijk toch wel narrowminded. Dus als dat lukt, dan zou ik daar gaan spelen. Wie ben ik immers om mensen mijn muziek te ontzeggen? Er is wel één voorwaarde: ik wil live spelen. Ik playback niet, ik heb dat ook nog nooit gedaan. Bij Radio 2 Zomerhit indertijd was dat ook de voorwaarde. Daar moesten ze gaan zoeken naar een micro die echt werkte.
 
Hoe gaat het eigenlijk nog met de Crazy Charlotte in jou?
Goed. Dat is een nummer van de vorige plaat, waarvan de sfeer ook verder leeft op deze plaat. Ik ben iemand die vrij opgewekt is. Ik heb een normaal leven en ik heb kindjes. Dat is allemaal niet speciaal, maar in mijn hoofd is het dat wel. Ik heb in mijn huis nu ook een eigen ruimte en als ik zin heb – meestal ’s avonds – dan is dat zoals in mijn eigen hoofd stappen. Hier kan alles. Hier kan het allemaal fout gaan en hier is het het moment voor excessen. Alles dat niet mag gezien worden, kan hier. Dat is de Crazy Charlotte in mij. Ik heb een hele rare kant in mijn hoofd, ik weet dat gewoon van mijzelf. Als ik die niet aan banden zou leggen, dan zou ik heel rare muziek en heel rare teksten maken. Maar ik wil dat veel mensen mijn muziek graag horen, dus hou ik dat toch maar een beetje in de gaten.
 
Alleszins veel succes met de plaat!

November 8, 2008
Bjorn Borgt