Mogwai - Ergens tussen Wolverine en INXS

Opbouwend en verwoestend, maar steeds triomfantelijk. Weinig groepen slagen erin om na twee decennia nog steeds zo’n epische songs uit de versterkers te persen als Mogwai. We spraken op de babyborrel van hun negende worp, 'Every Country’s Sun', met gitarist Stuart Braithwaite en drummer Martin Bulloch. Felicitaties waren op zijn plaats. 

Proficiat met de release van 'Every Country’s Sun'! Al die promotours en albumreleases nog niet beu ondertussen?

Martin Bulloch: Helemaal niet. Het blijft spannend; omdat je iets gemaakt hebt waar je superenthousiast over bent en nu is het moment waarop mensen je nieuw album voor het eerst horen; mensen die geen vrienden of familie zijn...

Stuart Braithwaite: ...of mensen die je betaalt en dus niet eerlijk zijn over het nieuwe werk.

Jullie speelden het nieuwe album begin deze zomer integraal live op Primavera. Hoe moeilijk was het om een album te brengen dat nog niemand gehoord had?

Braithwaite: Heel eerlijk? we waren echt nerveus voor die show. Het was een surpriseshow die de dag zelf pas werd aangekondigd. Dus we wisten niet eens of er wel volk zou opdagen, laat staan dat het album bij hen in de smaak zou vallen. Maar het optreden ging vlot en het publiek was enthousiast.

Bulloch: We speelden natuurlijk ook heel wat fouten, maar aangezien niemand de songs kende, dacht iedereen waarschijnlijk dat de songs zo in elkaar zaten. Het was ook heel erg warm op het podium in Barcelona. Normaal spelen we shows binnen of bij het vallen van de avond. We waren die hoge temperaturen niet meer gewend.

Jullie vertelden ooit in een interview dat jullie nooit een albumtitel hebben tot op het laatste moment. Was dit nu ook weer het geval?

Braithwaite: Yeah, we zijn altijd erg laat met dat soort zaken, iets waar het management niet goed tegen kan. De enige keer dat we een titel op voorhand bedacht hadden, was met ons debuutalbum 'Mogwai Young Team'. Ook 'Hardcore Will Never Die' was een ingeving die redelijk vroeg in het opnameproces bij ons opkwam maar de meeste van onze album- en songtitels zijn gewoon woorden die we van onze "potential songtitle list" halen.

Bulloch: Coolverine, de eerste single van 'Every Country’s Sun', verzonnen we, toen we naar een film aan het kijken waren met een acteur die erg hard leek op Wolverine, maar ook op Michael Hutchence van INXS. We vonden het toen wel grappig om die te gebruiken. Don’t Believe The Fife is dan weer een woordspeling op de song van Public Enemy waarin we lachen met een vriend die uit Fife, een streek in Schotland, komt en die altijd veel nonsens uitkraamt.

Braithwaite: De albumtitel ‘Every Country’s Sun’ hebben we van een vriendin. Zij dacht dat de reden waarom sommige landen een koud klimaat en andere een warm klimaat hebben, was dat ieder land een andere, eigen zon had. Ze realiseerde zich niet dat de zon een ster was, onze ster. Het album is ook opgenomen in een heel turbulente periode. We waren juist over het Schotse referendum en de dood van David Bowie heen, toen de Brexit en de verkiezing van Trump op ons afgevuurd werd. Het paste allemaal bij de manier waarop die vriendin dacht over de zon. Die gebeurtenissen hadden zo’n grote impact dat het sowieso een invloed had op het album, maar hoe alomtegenwoordig ze ook waren, ik ervaarde de opnames van 'Every Country’s Sun' vooral als een vlucht van al die zaken.

Ondertussen zijn jullie al twintig jaar non-stop bezig met muziek. Hoe bepaal je dat het terug tijd wordt voor een nieuw album?

Bulloch: Het helpt al enorm om van bij de start gewoon een deadline vast te leggen. Nee, eigenlijk gaan wij gewoon door; zonder pauze. Ik weet niet wat er zou gebeuren moesten we stilvallen. Misschien geraken we zelfs niet meer uit de zetel. Na een tour maken we een plaat waarmee we gaan touren. Soms nemen we met de band weleens een vakantie, maar dan vliegt iedereen op andere projecten zoals Minor Victories of krijgen we de kans om een soundtrack te maken, maar het stopt nooit bij ons. Ook nu werken we alweer aan een nieuwe soundtrack maar daar mogen we nog niets over zeggen.

Hebben die projecten jullie manier van muziek maken veranderd?

Braithwaite: Het is moeilijk om dat te zeggen. Indirect zal dat wel kloppen maar niemand van de band wil het nu op één of andere manier aanpakken zoals hij in andere projecten tewerkging. En de muziek werd altijd al als filmisch ervaren. Dus veel nieuwe invloeden van de soundtracks zijn er niet meteen.

Bulloch: Met Minor Victories speelde ik vaak drumpartijen die dubbel zo snel waren als wat ik bij Mogwai speel. Daar zat ik te vloeken achter mijn drumstel. Toen ik jong was, speelde ik die ritmes in punkbands. Dan besef je wel hoe oud je geworden bent. Dus die partijen heb ik zeker niet willen meenemen naar Mogwai (lacht luid). Ook op 'Every Country’s Sun' blijven we dus gewoon de Mogwai die we willen zijn.

Is dat ook de reden waarom jullie na vijftien jaar terug samenwerkten met Dave Fridmann, de producer van ‘Come On Die Young’ en ‘Rock Action’? Om na al die projecten en soundtracks iemand van vroeger te hebben om de "core sound" van Mogwai terug te vinden?

Braithwaite: Een interessante visie, maar zelf hebben we het zo nooit gezien. We dachten gewoon al lang na om nog eens iets te doen met Dave. Iedere keer als we in de buurt zijn, springen we binnen bij hem en zijn familie. Het is gewoon een fijne kerel. Hij praat eigenlijk niet veel, maar doet wat hij moet doen. En hij kan ook altijd kalm blijven, wat bij ons soms nodig is. Met hem in de buurt voelt iedereen van de band zich op zijn gemak.

Als jullie het toestaan, halen we er graag even een quote bij van Rammstein: “Een band hebben is als een relatie hebben. Maar als er spanningen zijn, kan een band geen seks hebben met elkaar. Wij lossen dat op door maandelijks samen naar de psycholoog te gaan.” Jullie zitten nu ook al bijna een kwarteeuw met elkaar opgescheept. Hoe gaan jullie daar mee om?

Bulloch:
Oh my god, that’s terrifying. Just fucking talk with each other. Wij gaan er alleszins beter mee om dan Rammstein, denk ik dan. Natuurlijk zijn er wel ruzies in iedere band, maar wij kunnen het gewoon uitpraten zonder een psycholoog nodig te hebben.

Braithwaite: In veel bands wordt er ook zo vaak drama gemaakt over kleine dingen die er niet eens toe doen. Soms, als het wat tegenzit, kijken wij naar die Metallicafilm ('Some Kind Of Monster'), daar zit ook zo’n gewelde psycholoogscene in. Die film voelt zo onwerkelijk aan.

Bulloch: Metallica is ook geen band meer, dat is een firma geworden. Ze hebben een kantoorgebouw in Manhattan, waar honderden mensen voor hen werken. It sucks the life out of you. Vier vrienden die samen muziek willen maken; het zou niet ingewikkelder dan dat mogen zijn. Muziek spelen zou moeten draaien rond het plezier dat je eraan hebt. Je leeft de droom van zoveel mensen; het is zo’n voorrecht; dan moet je het toch niet zo moeilijk maken.

Jullie zijn natuurlijk ook een band die niet veel last kan hebben van het frontmansyndroom.

Bulloch: Dat is waar. Bij ons gaat het zelfs nog verder. Het kan de mensen geen zak schelen wie we zijn. Ik ben alleszins nog nooit herkend geweest op straat. Allan McGee is een tijdje onze manager geweest en die vergeleek ons met Kraftwerk: “Nobody Cares who Kraftwerk is. Zorg er gewoon voor dat de muziek goed zit.” En hij heeft gelijk. Het publiek hoeft niet te weten hoe wij eruit zien. We look like shit anyway. De muziek is het enige dat telt.

Merken jullie na twintig jaar bij het publiek dat er steeds meer generaties komen opdagen voor jullie shows? Of veroudert het publiek mee met jullie?

Braithwaite: Bij ieder nieuw album zie je de fans groeien. En vaak spreken we mensen na een optreden die samen met hun zoon of vader naar de show kwamen.

Bulloch: Het grappige is dan ook dat ze nooit hetzelfde album als favoriet hebben.

Braithwaite: Het heeft iets heel speciaal. Vaak zien we op shows jonge gasten die nog niet eens geboren waren, toen we het debuut uitbrachten. Het geeft het gevoel dat onze muziek geen modeverschijnsel is.

Bulloch: Toen we met de band startten, kregen we wel vaak de opmerking dat we modieus waren. Toen kwam de garagerockrevival en werden we als ouderwets beschouwd om daarna weer een hype te worden. Maar dat beïnvloedt ons eigenlijk niet. Mode is altijd al in golven geweest en dat heeft ons nooit tegengehouden om de muziek te maken die we willen maken. Je voelt wel dat shoegaze en postrock terug in de mode komt. Slowdive bijvoorbeeld krijgt nu meer en meer het respect dat het al lang verdiende. Op tour met Minor Victories had ik het er onlangs nog over met Rachel. Hoe de Britse pers toen schreef over het gewicht van de bandleden en dat ze verwende, rijke kinderen waren terwijl ze eigenlijk moesten schrijven wat voor een meesterwerk 'Souvlaki' eigenlijk is. En nu janken diezelfde mensen dat ze de muziekbladen niet meer verkocht krijgen.

Gingen jullie vroeger ook met jullie ouders naar optredens? Of nu met jullie kinderen?

Bulloch: Mijn allereerste optreden was met mijn ouders, maar ik ga zeker niet on tape vertellen van welke artiest dat was. Mijn kinderen zijn nog erg jong, maar ik voel wel dat ze erg muzikaal zijn.

Braithwaite: We nemen ze niet mee op tour, maar als we dicht bij huis spelen, komen ze vaak naar de soundcheck. Dan zie je ze in de zaal rondlopen en doen ze ons na met die gigantische oorbeschermers op die kleine hoofdjes.

Bulloch: Yeah, maar als ze me vertellen dat ze onze muziek graag horen, is dat toch nog iets te vaak omdat ze iets van me willen.

Mogwai speelt op 20/10 en 21/10 in de Ancienne Belgique. Enkel voor het tweede concert zijn nog tickets beschikbaar.

15 september 2017
Lowie Coolsaet