MDC III - Met zo weinig mogelijk verwachtingen leven

Mattias De Craene is dan misschien wel vooral bekend als saxofonist bij Nordmann, sinds kort heeft hij ook met MDC III, een samenwerking van hem en drummers Simon Segers en Lennert Jacobs, een eerste album uit. We spraken De Craene in een Gentse koffiebar in de schaduw van station Dampoort.

 

Hoe spreek je de bandnaam nu eigenlijk correct uit?

Mattias De Craene: Gewoon als "MDC drie". Het voordeel van de naam is dat je hem in elke taal kan uitspreken.

Zijn jullie je ervan bewust dat je de naam ook als Romeinse cijfers voor "1603" kan zien?

We zijn ons daarvan bewust, maar we hebben het er niet om gedaan. We zochten een naam waarbij we Mattias De Craene Trio konden vermijden, want dat vonden we wat stoffig. Op zich hebben we er al aan gedacht of we met die "1603" effectief iets kunnen doen, maar voorlopig is dat nog op niks uitgedraaid. Dat komt nog wel eens.

Je wou de term trio vermijden. Wat is dat toch met al die saaie namen in de jazz?

Goede vraag, maar geen idee. Ik kan er echt geen zinnig antwoord op geven. Geen idee wat er aan de hand is in de jazz.

Het eerste album is er nu. Is het geworden wat jullie in gedachten hadden?

We zijn snel de studio ingegaan. Onze manier van werken is uiterst efficiënt in die zin dat we vooraf zo weinig mogelijk trachten samen te zitten en gewoon na een paar repetities de studio intrekken. In die zin konden er weinig verwachtingen zijn van wat het zou gaan worden. Globaal had ik wel min of meer iets in gedachten: een soort van filmische, psychotische bad dreams die allemaal een vorm gekregen hebben. Vandaar dat de titel ‘Dreamhatcher’ ook steek houdt. Voor het overige probeer ik met zo weinig mogelijk verwachtingen alles tegemoet te gaan in mijn leven.

Werk je dan vooral vanuit improvisaties?

We trekken wel met min of meer een idee naar de studio en we kijken dan hoe we dat best vormgeven op plaat. We hebben redelijk wat nummers die we live spelen, die we opgenomen hebben en die in die context totaal niet bleken te werken. Het startpunt is een groove, een melodie of loops. Er is dus altijd een duidelijk ankerpunt waar we rond gaan breien. En in de studio kijken we dan hoe we dat behoorlijk compact kunnen uitwerken.

Live is een ander verhaal. Daar pinnen we ons minder vast op dat compacte. Dat maakt live spelen net zo cool, omdat de aanpak en vrijheid daar volledig kunnen uitgespeeld worden.

Wat is de rol van Simon en Lennert in het hele MDC III-verhaal?

Hun rol is gigantisch. Eén van de drie lanceert een vaag idee en de input van ons drie is volledig gelijkwaardig. Simon en Lennert zijn zo'n goede drummers dat ze de vage grooves of ritmes, waar ik mee afkom, perfect weten te vertalen naar volwaardige en uitgewerkte ritmes.

Jullie worden, mede door de saxofoon, in het vakje jazz gestoken. Hoe zie je dat zelf?

Ik heb beslist om me daar niet meer over uit te spreken. Mocht het alsnog in een vakje terechtkomen, dan graag in dat van "goede muziek" of zo. Dat zou mij nog plezieren.

Welke richting zie je MDC III uitgaan op korte of lange termijn?

We hebben een aantal goals: Ik zou heel graag filmmuziek schrijven met MDC III; daarnaast zouden we een samenwerking met een dansgezelschap wel zien zitten om een voorstelling te begeleiden. Dat zijn allemaal dromen; een tweede plaat ook uiteraard. Daarbij zouden we graag kijken of en hoe we ons klankenpallet nog meer kunnen uitbreiden. Met de huidige samenstelling van twee drums en een sax voel je regelmatig dat je met beperkingen zit. Maar die beperking verplicht ons ook om op zoek te gaan naar creatieve oplossingen. Mijn elektronicaset wat verbreden en uitwerken is een doel; een goede balans tussen soundscapes en rauw spelen is er een ander.

Commerciële muziek is MDC III niet. Bram Vanparys van The Bony King Of Nowhere zegt daarover in HUMO: "Onlangs zag ik MDC III: geweldig! Maar je weet dat zij nooit de Main Stage op Werchter gaan afsluiten." Dat lijkt ook jullie ambitie niet te zijn?

We zijn op zich superambiteus, maar we hebben geen verwachtingen. We maken oprechte muziek en we zien wel waar we uitkomen. Een kleine club is in dat opzicht minstens even belangrijk als een main stage. De vibe is gewoon superbelangrijk. MDC III moet in de juiste omstandigheden beluisterd en live meegemaakt worden.

Wat zijn jullie grootste invloeden voor dit project?

Dat valt moeilijk te zeggen, hoewel er toch een aantal referenties geweest zijn voor ‘Dreamhatcher’. Het idee is ontstaan uit de aanpak van  John Lurie & The National Orchestra met drums en percussie. Dat is een duidelijk startpunt en referentie.

Voor het overige pikken we alles op waarmee we ons ding kunnen doen. Ook zitten er hier en daar wat John Hassell-ideetjes die we proberen toepassen of waarvan we denken dat ze wel tof zouden zijn.

Voor de plaattitel heb je daarnet al een verklaring gegeven, maar hoe kom je tot de songtitels. Bij instrumentale nummers kan je immers niet uit de tekst putten?

Bobby, de intro, verwijst naar een Ier in ons stamcafé, de Minor Swing. Hij speelt ook mee op Harry, een cover van mijn nonkel, Wim De Craene. Het leek ons wel cool om te beginnen en te eindigen met een naam met een ypsilon. Call 349 verwijst naar de groove en Voices draait rond diepe stemmen. Sandman komt voort uit een cover van Mister Sandman, die we gedaan hebben met Sylvie Kreusch op Klara live. Van die cover hebben we de groove gehouden. Onar is nog iets van een ex-lief. De Miniatures spreken voor zich.

Er staan inderdaad regelmatig van die miniatuurtjes op ‘Dreamhatcher’. Wat is het idee daarachter?

Live gaan we die alvast niet spelen. Na Tinnit, dat al een stevige en heftige blok van acht minuten is, zit zo'n miniatuurtje om dat even te neutraliseren. Hoewel neutraliseren misschien niet de juiste term is, aangezien het best wel weirde tripjes zijn. Ik vind het tof om die ertussen te zetten. Je wordt als luisteraar even getriggerd en dan is het voorbij voor je het beseft. Eigenlijk spelen we hier verder op het idee van dromen: er passeren soms van die gekke dingen. Alles hangt dus uiteindelijk toch een beetje aan elkaar.

Wat is eigenlijk het grote verschil tussen Nordmann en dit project?

Het is gewoon volledig anders. Met Nordmann zijn we echt op zoek naar songs en structuren maken en nemen we daar de tijd voor. Bij MDC III geldt de volledige vrijheid: een idee hebben en direct spelen. Ook live behouden we die vrijheid.

Wat heeft je als jonge gast doen kiezen voor de saxofoon?

Ik wou dat gewoon graag kunnen, maar geen idee vanwaar dat kwam. Ik had wel een compilatie jazz-cd en ik was nogal fan van 'The Simpsons'. Dat baritontimbre van Lisa’s sax is wel blijven hangen.

Bij MDC III pin je je niet enkel  vast op de saxofoon. Je neemt soms zijwegen naar fluit…

… dat bedoel ik met het klankenpallet zo veel mogelijk uitbreiden. Ik ga op rommelmarkten echt op zoek naar verschillende fluitjes. Maar ook uit een tuinslang krijg je een interessant geluid. Alles dat geluid maakt, wil ik minstens eens proberen.

Het feit dat ik de enige ben die voor melodie zorgt, daagt me ook uit om dat heel divers aan te pakken. Je hebt enerzijds het verschil tussen de sopraan-, alt- en tenorsaxofoon, maar daarnaast ook nog de uitbreiding met fluitjes en dergelijke. Ik voel het absoluut aan als een vrijheid. Ik kan om het even wat nemen en dat gaat niks in de weg staan net omdat ik de enige ben die melodie speelt.

Tot slot: stel dat je een concertdag mag organiseren zonder beperkingen qua budget, locatie of artiesten. Wat zou je daarvan maken?

Ik zou zeker John Lurie & The National Orchestra en John Hassell laten spelen, John Coltrane met zijn kwartet zouden knallen. Nick Cave mag erbij. Ken Nordine met zijn Colors en Joe Henderson zouden ook zwaar de max zijn. Daar mag ook wat steviger werk bij zoals Rage Against The Machine.

Ik denk dat het echt de max zou zijn om op zoek te gaan naar een coole locatie en de juiste bands op de juiste plek te laten spelen. Dat op zich zou al een leuke uitdaging zijn. Ik zou ook graag een publiek willen dat echt voor de muziek komt, niet om ganse dagen te zuipen of te "stuiken", maar echt voor de beleving van de muziek.

31 oktober 2018
Patrick Blomme