Nausca

Live vertellen we echt een verhaal

Steven Verhamme — 1 november 2026

Sommige albums laten zich niet zomaar in een hokje duwen. Met Nausca slaat muzikant en componist Mathijs Bertel een nieuw hoofdstuk open, waarin elektronische klanken en akoestische instrumenten elkaar ontmoeten in een wereld vol verstilling, warmte en hoopvolle melancholie. Voor de plaat verzamelde hij een groep gastmuzikanten, onder wie Tine Reymer, Aili, Sophia Ammann en Indigo Sparke. Maar Nausca is meer dan een album: het project krijgt ook een meeslepende audiovisuele vertaling met 360°-projecties en immersive surround sound.

Live vertellen we echt een verhaal
Foto: Leen Verstraeten

Hoe moeilijk was het om je vorige project Ansatz der Maschine af te sluiten en plaats te maken voor iets nieuws?

Mathijs Bertel: Je moet altijd vooruitkijken, hè. Het was tijd om wat voorbij was af te sluiten. We waren op een punt gekomen waarop we nog moeilijk konden doorgaan. Productioneel was het gewoon te zwaar geworden: we waren met zeven muzikanten en twee crewleden. Dat was op termijn moeilijk vol te houden. Maar dat was zeker niet de enige reden. Er speelden heel wat factoren mee. Ik denk dat het belangrijk is dat een artiest zichzelf voldoende blijft uitdagen en ervoor zorgt dat hij interessante dingen blijft maken. Als je te lang binnen hetzelfde concept blijft werken, kan dat gevaarlijk worden. Ook dat was dus één van de redenen waarom ik uiteindelijk die beslissing heb genomen.

Wat is er dan anders bij Nausca?

Er is flink wat vernieuwing en verfrissing. We leggen andere accenten. Zeker in de live shows, want we spelen geen gewoon concert. Noem het eerder een filmconcert. We brengen een gans verhaal en nemen het publiek daarin mee. Bij een traditioneel concert speel je nummers en neem je mensen mee in de sfeer, maar bij ons is er echt een verhaal dat we vertellen. Ook muzikaal heb ik meer gezocht naar een evenwicht tussen elektronica en klassieke instrumenten. Dat komt live zeker tot uiting.

Het album is op vinyl verdeeld in een elektronische A-kant en een meer akoestische B-kant. Origineel!

Dat is misschien wel uniek, maar voor mij was het vooral een noodzaak. Het is leuk dat mensen dat origineel vinden, maar die twee werelden zitten gewoon allebei in mij. Ik was eigenlijk van plan om een volledig elektronische plaat te maken, omdat ik eens een coherent verhaal wilde vertellen. Maar voor ik het wist, had ik alweer drie folktronica-nummers geschreven. Ik heb daar van wakker gelegen en me afgevraagd of ik nog wel een nieuwe plaat kon maken zonder opnieuw in die twee werelden terecht te komen. Uiteindelijk heb ik dan maar beslist om de plaat op te splitsen: de A-kant elektronisch en de B-kant akoestisch, omdat die twee werelden nu eenmaal allebei in mij huizen. Ik worstel daar soms wel een beetje mee. Het is niet altijd eenvoudig om te bepalen hoe je jezelf als artiest in de markt zet. Het is misschien niet het meest commerciële verhaal, maar tegelijk denk ik dat je je daar niet te veel door mag laten leiden. Uiteindelijk is je buikgevoel het belangrijkste. Als mensen op Spotify naar je muziek luisteren, zullen ze er vooral de nummers uitpikken die hen raken.

Vullen die twee werelden elkaar aan of staan ze apart?

Voor mij is het één en dezelfde wereld. Ik vind die twee allebei belangrijk. De warme melancholie, die je in een meer folkachtige song vindt, probeer ik ook in mijn elektronische muziek te verwerken. Omgekeerd zit de schoonheid, die soms in een folksong aanwezig is, ook in mijn elektronica. Het leven en de wereld zijn niet alleen maar mooi. Het mag af en toe ook eens wringen of schuren. In die zin vormen die twee werelden voor mij wel degelijk één geheel. Het is uiteindelijk aan de luisteraar om te beslissen of die dat ook zo ervaart.

Elektronica is al lang een belangrijk onderdeel van je muzikale taal. Wat kun je eigenlijk met elektronische klanken vertellen wat je met traditionele instrumenten minder gemakkelijk kan delen?

Voor mij is er wel degelijk een verschil. Wat ik in elektronische muziek soms mis, wanneer ik een akoestische song maak, is de authenticiteit, de integriteit en de warmte van een akoestisch instrument. Dat heeft een heel rijpe klank, een beetje zoals wanneer je een goede wijn drinkt of kwaliteitsvolle olijfolie proeft. Bij elektronische muziek is dan weer alles mogelijk. Je kunt veel verder gaan dan wat je met een snaarinstrument kunt doen. Je kunt klanken manipuleren en volledig naar je eigen behoeften creëren. Dat is fantastisch, maar tegelijk ook een vloek, omdat je voortdurend keuzes moet maken. Je mogelijkheden zijn niet langer beperkt tot bijvoorbeeld een gitaar of een viool. Die enorme vrijheid is een grote troef, maar brengt ook de uitdaging met zich mee om te bepalen welke richting je precies uit wilt.

Op de plaat werk je met gastvocalistes als Tine Reymer en Sophia Ammann. In Australië vond je Indigo Sparke. Waarom koos je voor hen om je nummers vorm te geven?

Het was een beetje een wisselwerking. Meestal maak ik zelf een zanglijn en een tekst, die ik ook zelf inzing. Ik kan helaas echt totaal niet zingen. Dus wilde ik die demo’s eigenlijk liever niet horen (lacht). Toch gebruik ik ze om de artiest, die ik aanspreek, een duidelijk beeld te geven van wat ik voor ogen heb en om te laten zien welke richting ik met de samenwerking uit wil. De basis, die ik inzing, en de tekst, die ik schrijf, vormen het vertrekpunt, maar ik vind het belangrijk dat iedereen er zijn verhaal in kan leggen. Vaak wordt een deel van de tekst dan ook herschreven. Bij Tine Reymer is het echt een co-writingproces geworden. Indigo Sparke komt uit Australië en woont in New York. Zij heeft een andere benadering van de Engelse taal dan ik, waardoor ze ook een groot deel van de tekst naar haar hand heeft gezet. Wanneer ik artiesten zoek om mee samen te werken, denk ik daar vooraf lang over na. Ik luister uitgebreid naar hun muziek en probeer in te schatten of iemand bij het nummer past voordat ik die persoon contacteer.

Vaak kennen jullie elkaar nog niet aan het begin van de samenwerking.

Het blijft voor mij altijd een avontuur, omdat ik telkens afspreek met een vreemde. Toch gaat het gesprek binnen een uur vaak al over diepgaande dingen zoals de emotie achter een nummer. Soms merk je meteen dat je dezelfde muzikale taal spreekt en voel je aan welke richting je samen uit kunt. Tegelijk weet je nooit helemaal hoe een samenwerking zal verlopen. Het blijft altijd een sprong in het onbekende. Daarom vind ik het belangrijk dat de persoon met wie ik samenwerk, ook echt zijn of haar eigen gevoel in de muziek kan leggen. Dat maakt een nummer interessanter en authentieker. De stemmen dragen sterk bij aan de sfeer en de identiteit van de muziek. Ik heb de plaat uiteindelijk met vijf gastmuzikanten uitgewerkt, al zijn er ook een paar instrumentale nummers.

Waar ligt de klemtoon op tijdens live concerten?

Live ligt voor mij de nadruk op de instrumenten. Ook daarin zoek ik opnieuw het evenwicht tussen de akoestische en de elektronische wereld, omdat ik beide heel graag doe. Ik vind het interessant om live de kracht van de instrumenten meer tot uiting te laten komen. Voor mij zijn een plaat en een live show twee compleet verschillende werelden. Thuis tijdens het koken of onderweg in de auto luister je op een andere manier naar muziek dan wanneer je in een concertzaal naar een optreden kijkt. Ik wil met mijn muziek op die twee verschillende manieren kunnen inspelen op de beleving van de luisteraar. Op een plaat vind ik het fijn om met een stem rechtstreeks iemand aan te spreken, terwijl die thuis aan het luisteren is of in de auto zit. Live wil ik dat op een andere manier aanpakken. Dat vraagt meer werk, omdat ik twee volwaardige werelden moet uitbouwen: de wereld van de plaat en die van het live optreden. Precies daarin ligt voor mij de meerwaarde. Ik heb die stemmen dan ook bewust gebruikt om dat onderscheid tussen beide werelden verder uit te spelen.

Je bent een meester in het verzinnen van originele groepsnamen. Eerst was er Ansatz der Maschine, nu is er Nausca. Heeft dat voor jou een bijzondere betekenis?

Met de live show brengen we echt een voorstelling met een verhaal. Het gaat over hoe wij als maatschappij ons verhouden tot de biodiversiteit, hoe we met de natuur omgaan en hoe de natuur op haar beurt met ons omgaat. Of hoe de natuur ook in ons zit. Dat is waar de voorstelling over gaat. Nausca verwijst naar mijn grote liefde voor Studio Ghibli, de Japanse animatiestudio die onder andere 'Spirited Away' heeft gemaakt. Eén van de eerste films uit de jaren tachtig, was 'Nausicaä Of The Valley Of The Wind'. Ze is een prinses uit een manga-verhaal die haar vallei en de natuur probeert te beschermen tegen vernietiging. De voorstelling is een ode aan dat personage en aan die film.

Het gaat voor mij om maatschappelijk engagement. Ik zeg dat met het grootste respect voor de hele muzieksector, maar ik mis soms wel een beetje engagement. Er worden veel nummers geschreven over liefde en relaties. En dat is ook belangrijk, maar ik vind dat muziek niet alleen daarover hoeft te gaan. Het is belangrijk dat we mensen af en toe ook met andere thema’s confronteren en hen even laten stilstaan bij hoe we met de wereld omgaan. Dat hoeft niet altijd heel expliciet of belerend te zijn, maar ik vind het belangrijk om bepaalde zaken aan te kaarten. Er zijn veel mensen in de muzieksector die daar anders over denken. Dat begrijp ik ook. Toch blijft het belangrijk om dat engagement te tonen, zeker in de tijd waarin we nu leven. Als je ziet wat er internationaal allemaal gebeurt, denk ik dat het des te belangrijker is om de biodiversiteitscrisis onder de aandacht te blijven brengen en ernstig te nemen. Ik wil dat thema niet per se groter maken dan het is, maar we mogen er niet zomaar aan voorbijgaan.

Je muziek klinkt warm en hoopvol. Dat is een mooie artistieke keuze, maar hoe voorkom je dat die melancholie te zwaar wordt of te voorspelbaar klinkt?

Die melancholie huist zeker in mij, misschien zelfs meer dan bij anderen. Wat voor mij maar een beetje melancholisch aanvoelt, komt bij andere mensen veel sterker binnen. Tegelijk probeer ik altijd een beetje lichtheid te brengen door middel van een soort relativering. Dat is wat ik probeer te doen met die verrassende geluidjes. Daarvoor heb ik me dus laten inspireren door Studio Ghibli, de animatiestudio. In hun films zitten vaak kleine details rond de personages die op het eerste gezicht weinig met het verhaal te maken lijken te hebben, maar achteraf toch een belangrijke schakel blijken te zijn. Die kleine geluidjes kunnen ook helpen om de melancholie ietwat te relativeren. Ze nodigen de luisteraar uit om anders te luisteren en op een andere manier naar de dingen te kijken, zodat er iets meer licht in het geheel komt.

Je muziek laat veel ruimte voor interpretatie zonder alles in woorden vast te leggen. Werk jij met een concreet verhaal of beelden in je hoofd?

Wat de live show betreft, heb ik vooraf wel een duidelijk plan in mijn hoofd. Eigenlijk zou ik er het liefst een volledige film van maken, maar uiteindelijk is het iets geworden tussen film, visuals en performance. Dat heeft deels met financiële redenen te maken: het was gewoon te duur om een volledige film te maken. Tegelijk wilde ik ook de energie van de live show niet verliezen. Wanneer mensen naar de show komen kijken, wil ik namelijk meer bieden dan alleen het gevoel dat ze in de cinema zitten en naar een film kijken. Het is ook belangrijk dat ze de energie voelen van wat er op het podium gebeurt.

Uiteindelijk is dat net wat een live show bijzonder maakt: de energie die ontstaat tussen de artiest en het publiek. Het was een uitdaging om daarin de juiste balans te vinden. Bij het schrijven van de nummers verloopt dat proces veel organischer. Het begint met een vaag idee, maar zodra een nummer af is, zit er vrijwel altijd een duidelijk verhaal achter. Onze laatste single, The Mountain, is gebaseerd op een koppel dat tijdens de Balkanoorlog in 1993 in Sarajevo leefde. Daar hebben we een verhaal rond opgebouwd dat ook in de videoclip wordt verteld. Die toont hoe het koppel de oorlog heeft beleefd en hoe hun leven er twintig à dertig jaar later uitziet. In het begin weet ik soms zelf nog niet precies waar een nummer naartoe gaat. Zodra het afgewerkt is, vind ik het belangrijk dat er een duidelijk verhaal achter zit.

Je muziek teert vooral op elektronica. Heb je nooit schrik dat er tijdens live performances iets fout loopt?

Ik ben daar soms best bang voor, want het is ook al gebeurd. Ik heb ondertussen al redelijk wat shows gespeeld. Dus vroeg of laat loop je wel eens tegen technische problemen aan. Het concept van onze live show is strak getimed, zeker nu de video’s volledig gesynchroniseerd zijn met de muziek. Tijdens de shows spelen we bovendien met immersive sound, waarbij we gebruikmaken van achttien luidsprekers die rondom, boven en onder het publiek opgesteld staan. De technische infrastructuur en alle IT, die daarachter zit, gaan mijn petje te boven. Dat maakt het geheel ook kwetsbaar. Bij een live show of theatervoorstelling kan er altijd iets misgaan. We hebben wel back-ups ingebouwd, zodat we relatief snel kunnen schakelen, als er iets uitvalt. Maar zodra je moet stoppen om een technisch probleem op te lossen, gaat een deel van de magie verloren. Het is dus "living on the edge". We hopen dat het zo weinig mogelijk gebeurt. Als een snaar van een gitaar springt, begrijpt het publiek meteen wat er aan de hand is. Wanneer een computer crasht, is dat minder duidelijk. Dan weet het publiek niet altijd wat er precies misloopt.

Met welk gevoel hoop je dat de luisteraar achteraf naar huis gaat? Wanneer ben jij een tevreden artiest?

We vertellen een verhaal en proberen het publiek echt mee te nemen in onze wereld. Dat is het hele opzet van de show. Door de luidsprekers volledig rondom het publiek te plaatsen en te werken met immersieve visuals, willen we ervoor zorgen dat mensen na afloop het gevoel hebben dat ze even ergens anders zijn geweest. Dat ze als het ware ontwaken na een trip en denken: wauw, wat heb ik net meegemaakt? Tegelijk vind ik het belangrijk dat er ook ruimte is voor relativering. De show bestaat niet alleen uit zware melancholie, maar bevat ook humor. Dat evenwicht vind ik belangrijk. Uiteindelijk hoop ik dat mensen met een warm gevoel naar huis gaan en niet alleen met een melancholisch gevoel. Ik wil dat ze helemaal worden meegezogen in onze wereld en dat ze tijdens de show van alles hebben kunnen proeven en beleven.

De voorstelling ‘Nausca’ gaat op 10 december in première in het Gentse Wintercircus.

← Terug naar overzicht