Jokke - #WeekVanDeBelgischeMuziek26 - Wat je altijd al wilde weten...

#WeekVanDeBelgischeMuziek26 - Wat je altijd al wilde weten...

Uiteraard konden wij niet zomaar voorbij aan de Week Van De Belgische Muziek. Dus staken wij de koppen bij elkaar en gingen we op zoek naar enkele rake vragen voor een keur aan bekende of minder bekende Belgische bands en artiesten. Klaar voor even onverwachte antwoorden? 

Op ‘Verzamelwoede’ charmeerde, amuseerde en ontroerde Jonas Van Langendock – Jokke voor de vrienden – ons met toegankelijke en knap in elkaar gezette liedjes over de kleine en grote dingen des levens. Een opvolger laat nog even op zich wachten, maar dat houdt hem niet tegen om binnenkort, tijdens de krokusvakantie, in thuisstad Leuven twee avonden na elkaar Het Depot te vullen met zijn “vrienden van het net”. 

Is er één nummer uit je catalogus waar je bijzonder trots op bent, maar dat wat miskend is gebleven (een B-kantje, een geflopte single, een demo die nooit werd uitgebracht)?

JOKKE: Code Rood, een single om geïsoleerde mensen tijdens de coronapandemie een hart onder de riem te steken. Het was de eerste keer in drie jaar dat ik muzikaal nog van me liet horen. Achter de schermen had ik me omgeschoold van een oldschool hiphopper tot iets wat meer op een kleinkunstenaar leek. Ik herinner me dat deze nieuwe stijl niet door elke fan even hard werd geapprecieerd. Het nummer bleef dan ook wat onder de radar, en is tot op heden een van mijn minst beluisterde songs. Toch ben ik trots dat ik toen naar mijn hart heb geluisterd en me niet heb laten leiden door wat mensen muzikaal van me verwachtten.

Wat was je vreemdste optreden?

Een akoestisch concert in de stadsbibliotheek van Kortenaken. We werden er geboekt om studenten tijdens de examenperiode een muzikale pauze te bezorgen. Bij gewone optredens ben je een uitgelaten publiek gewend dat je van de nodige energie voorziet, maar omringd door die afgepeigerde studenten was ik toch vooral op mezelf aangewezen. Het was een interessante oefening voor mij als artiest, en ik ga ervan uit dat de aanwezige jongeren er ook wel iets aan hebben gehad.

Hoe ben je bij de naam ‘Jokke’ uitgekomen?

Jokke is de meest voor de hand liggende bijnaam als je in Leuven woont en Joris, Joachim of – in mijn geval – Jonas heet. Mijn vrienden noemden me al zo, en toen ik op zoek ging naar een artiestennaam heb ik daar niet lang over nagedacht.

Was dat meteen je keuze?

Toen we als zestienjarige hangjongeren begonnen te freestylen op straat in ons dorp, waanden we ons echte gangsterrappers. In die periode speelde ik even met het idee om mezelf ‘Jonasty’ te noemen, wat de lading wel zou dekken. Volgens mij besefte ik toen al hoe onnozel dat eigenlijk klonk.

Welke Belgische plaat van vóór je geboorte had je graag zelf gemaakt? Waarom?

De debuutplaat ‘Gorky’ van Gorki. Luc De Vos is de grootste rockster die klein Vlaanderen ooit heeft gekend. Als eerbetoon speelden we op de Gentse Feesten een van zijn hits, Lieve Kleine Piranha. Vanop het podium mochten we ervaren hoe hard dat nummer nog leeft bij de huidige generatie. Onder de voorwaarde dat ik zijn vroegtijdige overlijden er niet bij hoef te nemen, is mijn keuze snel gemaakt.

Heb je een relikwie waar je erg aan gehecht bent (een instrument, een poster, een concertticket…)?

Het eerste muziekfestival waar ik als kind bewust naartoe mocht, was het Dranouter Festival, in het gelijknamige dorpje Dranouter, diep verscholen in de Westhoek. Mijn grootouders woonden er op enkele minuten wandelen vandaan, waardoor het een traditie werd om er elke zomer met de hele familie terug te keren. Ik weet nog dat ik het festivalbandje van de editie van 2008 zeker drie jaar lang rond mijn pols heb gedragen, tot het na een zwemles op school plots begaf. Gelukkig ben ik het niet kwijtgeraakt en bewaar ik het nog steeds in mijn herinneringenkoffer. Het festival bestaat nog altijd, maar tot op heden is het me nog niet gelukt om er zelf op te treden. Ik vermoed dat die dag er ooit wel zal komen.

5 februari 2026
Marc Goossens