Das Pop
Het is geen routine, het is herontdekken
Steven Verhamme — 30 april 2026
Na een zomer waarin Das Pop opnieuw bewees dat de live energie nog altijd even aanstekelijk en onvoorspelbaar is als in de beginjaren, lijkt de band meer dan ooit herboren. Met een setlist, die moeiteloos schakelt tussen gloednieuwe songs en Belpop-klassiekers, staat Bent Van Looy samen met Niek Meul klaar voor een volgend hoofdstuk.

En zo ontmoeten verleden en toekomst van Das Pop elkaar in een dampende, luid meezingbare popervaring. We spraken Bent Van Looy over die hernieuwde creatieve stroom en wat het vandaag nog betekent om popmuziek te maken die tegelijk speels en scherp durft te zijn.
Na tien jaar afwezigheid zijn jullie helemaal terug. Voelt de terugkeer van Das Pop eerder nostalgisch aan of als een soort van nieuw begin?
Bent Van Looy: Het voelde als "unfinished business". Na al die jaren werd me ineens duidelijk dat er nooit echt bewust een punt was gezet achter Das Pop. We zijn nooit officieel gestopt en nooit echt gesplit. Wat we oorspronkelijk zagen als een lange pauze, is gewoon stilletjes uitgelopen tot meer dan tien jaar. Op een bepaald moment kreeg ik het gevoel dat er nog iets onafgewerkt was, iets waar we opnieuw mee aan de slag moesten. Mijn vriend Niek dacht daar hetzelfde over. Dat gaf ons meteen een soort duwtje in de rug. Het eerste wat we daarna deden, was simpel maar spannend: proberen nieuwe songs te schrijven. Gewoon kijken of dat nog werkte. Of er nog nieuwe Das Pop-muziek in zat. Dat was voor ons de belangrijkste test. Al heel snel werd duidelijk dat het nog altijd kon.
Je praat in interviews vaak over de liefde voor de popgeschiedenis. Welke artiest of plaat horen we vandaag in het nieuwe werk van Das Pop?
Ik denk dat we zo weinig mogelijk referenties gebruiken. We zitten eigenlijk altijd in een soort eeuwigdurende conversatie met de popmuziek. Wat je in Slow Motion Soul hoort, kan misschien een knipoog zijn naar de eightiesballads van iemand als Phil Collins, maar dat zijn geen bewuste citaten. Het zit gewoon in ons systeem. Die invloeden zitten al meer dan veertig jaar in onze vezels. Het is deel van wat je onbewust meedraagt. Dat komt soms vanzelf naar boven zonder dat je daar echt over nadenkt.
Je hebt ooit gezegd dat je je ‘innerlijke freak’ naar buiten hebt leren dragen. Hoe vertaalt zich dat vandaag in je podiumprésence? Sta je anders voor publiek dan vroeger?
Nee, eigenlijk niet. Hoe langer je dit vak doet, hoe natuurlijker het wordt en hoe minder je nog probeert te doen alsof. Dat werd heel duidelijk tijdens die grote shows in de AB en in De Roma vorig jaar. Van zodra de spot aangaat en we beginnen te spelen, gebeurt er iets anders. Dan ben ik het nog wel, maar toch ergens ook een andere versie van mezelf. Misschien een betere versie en dan is het vooral een kwestie van je daaraan over te geven. Niet te veel nadenken over wat je aan het doen bent, want op het moment dat je dat begint te doen, gaat het meestal mis.
Je werkt ook met de volgende generatie muzikanten. Brengt dat vooral verfrissing of toch ook een beetje spanning met zich mee?
Zeker geen spanning. De nieuwe gasten beheersten het Das Pop-vocabularium meteen goed, gewoon omdat ze met die muziek zijn opgegroeid. Daardoor hoefden wij ook niet veel uit te leggen over hoe we het "hier doen" of hoe we het aanpakken. Ze kenden die taal al, ze voelden dat meteen aan. Dat maakt alles heel natuurlijk in de samenwerking. Je hoeft minder te sturen, minder te kaderen. Het gebeurt gewoon. Dat is fantastisch om mee te maken.
Als je kijkt naar nummers die je vroeger hebt gemaakt zoals You of Never Get Enough, is je songwriting dan veranderd door de jaren heen?
Ik denk dat ik met mijn drie soloplaten een andere kant van songwriting heb opgezocht. Dat was ook echt een andere missie. Das Pop-songs zitten veel meer in de school van de popgeschiedenis. Ze moeten een aantal karakteristieken hebben zoals een heel catchy refrein. Mijn soloplaten waren eerder een oefening in heel persoonlijk schrijven. Kijken of ik alleen achter een piano een zaal kon boeien zonder die extra lagen of bescherming van een bandcontext. Natuurlijk sijpelen er altijd dingen door. Dat is onvermijdelijk. Een Das Pop-song blijft ook echt herkenbaar een Das Pop-song. Als ik zo’n nummer schrijf, weet ik dat die nooit op een soloplaat zou terechtkomen. Ik merk wel dat in het schrijven van teksten dingen uit die soloperiode zijn blijven hangen. Dat die teksten misschien iets kwetsbaarder zijn geworden, iets directer ook.
Speel je de hits van Das Pop nog met plezier of heb jij een soort haat-liefde verhouding met die nummers?
Nee, ik speel ze nog echt graag. Ik kan me voorstellen dat, als we nu een heel lange tour zouden doen van bijna een jaar, dat ik daar misschien anders over zou denken. Op dit moment is het echter gewoon een feest om opnieuw in die songs te mogen duiken. Dat hebben we veertien jaar lang niet gedaan. Net daarom voelt het zo bijzonder om ze terug te spelen. Het is geen routine, het is herontdekken. Ik geniet van iedere seconde.
Je vertelde ooit dat therapie en sport je helpen, als je je een beetje minder goed voelt. Hoe beïnvloedt muziek jezelf in dat hele proces?
Dat is nog het allerbeste om jezelf te genezen. Ik merkte dat ik me de afgelopen maand niet zo goed voelde. Vanaf de eerste repetitie was het meteen alsof er nooit iets gebeurd was. Muziek werkt dus nog beter dan sport of therapie. Of misschien is de combinatie van dat alles nog het beste. Bij concerten is natuurlijk veel beweging en de klank van een band kan ook heel helend werken. Het is iets wat je meteen terug in je lichaam trekt. Je zit niet meer in je hoofd, maar in het geheel van geluid, ritme en interactie. Dat doet iets met een mens.
Je haalt je inspiratie uit een stad als Parijs, waar je ooit woonde. Dat is alom bekend. Hebben Brussel en Antwerpen dat minder? Of ben je geëvolueerd?
Ook in Vlaanderen vind ik heus wel inspiratie, maar het heeft vaak te maken met schaal. Ik schrijf vaak al wandelend en in Antwerpen stoot ik vrij snel op de grenzen van de stad. Brussel is dan weer niet echt gebouwd om in te wandelen. Parijs is dat wel, met dank aan Baron Haussmann. Als ik dus een goed nummer wil maken, neem ik de trein naar Parijs. Dat heb ik vorige maand nog gedaan en er drie dagen verbleven en ik ben met evenveel nummers terug naar huis gekomen. Ik vertrek dan ’s ochtends zonder plan. Ik kijk niet waar ik naartoe ga, heb geen vooraf bepaald stramien. Door dat bewegen en het geluid van de stad kom ik, door minder bewust te denken, in een soort meditatieve toestand tijdens het stappen. Op dat moment beginnen er ideeën te ontstaan. Vreemd genoeg werkt dat altijd. Dat is een recept dat blijft functioneren. Vroeger had je met die ideeën de ambitie om grenzen te verleggen. Dat is nog altijd het geval, want ik denk dat zoiets als artiest altijd je doel moet zijn. Als je te veel in comfort en gewoonten blijft hangen, komen er zelden nog echt goede dingen uit.
Je balanceert tussen muziek, schilderkunst en media. Voel jij jezelf in de eerste plaats een muzikant of eerder toch een allround kunstenaar?
Als ik me voorstel in het buitenland, is het eerste wat in mijn hoofd opkomt, toch zeggen dat ik een muzikant ben. Dat zit er dus heel sterk in. Ik ben nog de drummer die ik altijd was. Ik speel dan wel piano om nummers te schrijven en dat doe ik ook live met veel plezier en daarnaast is er ook ukulele bij gekomen, bij gebrek aan de capaciteit om echt gitaar te leren spelen (lacht). Maar in se blijf ik gewoon een drummer. Ik hoor ook vaak van mensen dat ik op die manier piano speel, heel ritmisch en percussief. Een drummer is helemaal wie ik ben.
Das Pop speelt op 30 april in C-mine Genk, op 1 mei in Mezz Breda, op 2 mei in Cactus Club Brugge, op 5 mei in Het Depot Leuven, op 6 mei in Casino Sint-Niklaas, op 7 mei in Trix Café Antwerpen, op 8 mei in Vooruit Gent en op 28 juni op Live is Live-festival in Middenvijver Park Antwerpen.
