Adam Wiltzie

Het geluid van een vriendschap

Mario De Block17 september 2026

Met 'Friendship Survival Guide', een orkestrale drone ambientplaat op Deutsche Grammophon, zet Adam Wiltzie -bekend van projecten als Stars Of The Lid, The Dead Texan en A Winged Victory For The Sullen en soundtracks voor onder meer ‘American Woman’- zijn muzikale vriendschap met de vroeg gestorven Jóhann Jóhannsson in het licht. Een gesprek in een Vlaams café dichtbij zijn woonplaats, over de vriendschap met Jóhann, diens dood, gedeelde creativiteit, slaap en zwemmen door braaksel.

Het geluid van een vriendschap
Foto: Angela Vanderstraeten

Hoe zou je jouw vriendschap met Jóhann omschrijven?

Adam Wiltzie: Ik ontmoette Jóhann toen hij naar de merchandise-tafel kwam na een Stars Of The Lid-show in Praag. De promotor stelde ons er aan elkaar voor. Soms ontmoet je iemand en voelt het bijna alsof je al langere tijd vrienden was; met Jóhann was er een bijna onmiddellijke connectie. Tijdens die avond ontdekten we allerlei zaken over elkaar – ook dat onze geboortedagen maar twee dagen verschilden. Ik was als Yank geboren in New York, hij als IJslander groeide op in Reykjavik, en toch voelde het alsof we een gelijkaardig bestaan deelden. Met dingen waar we beiden van hielden en waar we door beïnvloed waren: we deelden heel wat interesses in muziek en kunst. Het trof me wel, op latere leeftijd zulke verbinding te voelen. Met het ouder worden maak ik niet zoveel vrienden meer. Als je jonger bent is dat heel anders: je raakt dan vaak bevriend met leeftijdsgenoten.

Kan je voorbeelden geven van werken waar jullie allebei van hielden?

Dat is niet zo belangrijk. Er zijn er zoveel. Toen ik in zijn appartement was in Kopenhagen en door zijn platencollectie ging, bleek ik het meeste zelf ook te hebben. Waar we in verschilden, en waar ik van hem leerde, was zijn interesse in avant-garde films. Over experimentele films had hij een erg uitgebreide kennis, waar ik best wat van leerde. Zag je ‘Last And First Men’, zijn laatste film (een film waarin sculpturen uit voormalig Joegoslavië een tragische cyclus symboliseren van menselijke ambities en zelfvernietiging, over verschillende beschavingen heen, mdb)? Verteld door Tilda Swinton is dat voor mij één van de meest onwaarschijnlijke dingen die hij maakte. Hoeveel mensen ken je die zóveel muziek schreven en dan ook nog eens een film? Ik zal het daarom nog geen meesterwerk noemen, maar het is een fantastische creatie om na te laten.

En wat deelde je verder op puur menselijk vlak?

Best veel: we reisden samen, spendeerden enorm veel tijd, op tournee en ruimer. Ik boekte zijn eerste tour door de VS, verzorgde het geluid erbij. We reisden doorheen Amerika, ik nam hem mee naar truckstops daar, leerde hem "beef jerky" (een truckerssnack, mdb) kennen, en de truckerscultuur van de rednecks… Hij was heel open: misschien kwam hij over als diep ernstige "high art" musicus, maar hij was heel normaal. Hij had zeker innerlijke conflicten, maar was tegelijk ook vriendelijk naar buiten toe.

wiltziecover.jpg

Er lijkt dus geen verborgen laagje in de titel van de plaat te schuilen?

Nee. Hij is… dood. Het is maar een titel, en de titels die ik geef zijn doorgaans niet al te ernstig bedoeld. Alsof er ook maar een gids zou zijn hoe een vriendschap te overleven. Het is geen handleiding voor wat dan ook. Hij was een goeie vriend, en je wil er toch van uitgaan dat hij dan gewoon verder leeft.

Praatten jullie wel ‘s over de dood? En… hoe denk je over zijn sterven als gevolg van een accidentele overdosis?

We konden diepe gesprekken hebben, maar niet over de dood. We belden nog enkele dagen voor hij stierf. Hij maakte zich vaker zorgen om het feit dat hij zelden bij zijn dochter was; daar voelde hij zich schuldig over. Verder hadden we het toen over normale alledaagse dingen, zoals iedereen wel heeft. Zijn dood is een ongelukkige gebeurtenis. Hij was een workaholic, vooral in zijn element als hij aan de slag was. Hij ging nauwelijks op vakantie, ging niet naar het strand om te ontspannen. Als je jong bent kan je dat makkelijk aan, maar als je ouder wordt wenkt voorzichtigheid toch daarin. Hij zorgde niet goed voor zichzelf op dat vlak. Hij had best wel wat spanningen met mensen, conflicten ook. Ik was een vriend op afstand, die hem niet op de nek zat, veel van ons studiowerk deden we vanuit onze eigen stad. We zagen elkaar tijdens tournees en opnamen, maar in de meer dan tien jaar die we deelden hadden we nooit ruzie.

De uitvoering van zijn stuk in de Begijnenkerk was louterend voor mij. Hoewel hij nu bijna tien jaar geleden stierf, maakt het luisteren naar ‘Friendship Survival Guide’ me gelukkig, als een vorm van tijdscapsule van onze vriendschap. Ik mis hem wel, en is het treurig dat hij er niet meer is, maar ik voel ook vreugde bij het resultaat; het voelt alsof hij nog leeft.

Welke van Jóhanns muzikale creaties maakten de sterkste indruk op jou, en welke van jou spraken hem het meeste aan, denk je?

Hij was een zeer groot Stars Of The Lid-fan. Ik weet niet waarom precies, maar het was wel zo. In zijn sterfjaar verzorgde ik met het Belgian Brass-gezelschap een uitvoering van zijn 'Virðulegu Forsetar’, in de Brusselse Begijnhofkerk, op zijn postume verjaardag. Dat is mijn favoriete werk van hem. Soms speel ik het nog, live – in ’23 nog, in Tsjechië.

Is er op ‘Friendship Survival Guide’ materiaal dat je volledig kon afwerken met Jóhann? En waren er werkideeën die je niet meer samen kon realiseren?

Dazed And Reflective Glory Part 1 is een typisch voorbeeld. We werkten heel lang aan de tapeloops, startend vanuit een eenvoudige vocale loop. We schetsten samen ook de strijkerspartij, maar kwamen niet meer tot de opname daarvan. Dus dat gebeurde na zijn dood. Het is een voorbeeld hoe tapeloops de kern vormen en alles daaromheen werd gebouwd, zoals nog bij een aantal tracks. Het is moeilijk in detail uit te leggen wie daar precies wat in deed, maar aan die ene track, als tweede single, werkten we 50/50.

Met Francesco Donadello (opnametechnicus voor de plaat en vertrouwd studiopartner voor beiden, mdb) werkten we ook aan multitrack tapeloops. Je vertrekt met een enkelvoudige tape, die wordt verknipt, en in een Studer A80 16-spoors 2 inch tape-toestel geplaatst, dan in een Studer 2 track ½ inch, en vervolgens in Jóhanns Revox ¼ inch-tapedeck, om zo geleidelijk van een bredere naar een dunnere bandbreedte in het geluid te komen, naar een vergruisde textuur toewerkend en er een weirde loop mee creërend. Zo fysiek te werken met magneetbanden voelde soms als een wetenschappelijk project. En dan waren we nog maar halfweg het proces, waarna nog veel details werden toegevoegd. Multitrack tapeloops hebben we ook vaak gebruikt in de soundtrack voor ‘Arrival’.

Verder hebben we geprobeerd die tapeloops te verbinden aan vertraagde opnamen van strijkers, orgel, gitaardrones en koorzang, om er zo een geheel van te maken. Daarbij hou ik ook wel van orkestraal geluid. Voor mij laat zich dat goed combineren met gitaardrones, ik voel me daar comfortabel bij.

“Begin niet aan soundtracks als je niet met afwijzing om kan. Je moet een dikke huid hebben, en het niet persoonlijk nemen, of het breekt je.”

Bijzonder aan Jóhann was dat hij niet zelden anticiperend componeerde: vertrekkend vanuit filmscripts, nog zonder beeldopnamen. Kreeg je zelf, misschien mettertijd, al zulke vrijheid van sommige regisseurs?

Het hangt echt af van de regisseur en de film. Die vrijheid kreeg hij zeker een tijd met Denis Villeneuve (voor wie hij samen met Wiltzie de soundtracks schreef van ‘Arrival’ en ‘Sicario’, mdb), maar voor ‘Bladerunner 2049’ was dat weer helemaal niet zo. Hoe meer geld en producers betrokken zijn, hoe ingewikkelder het vaak wordt, met minder ruimte. Toen ik aan de soundtrack voor ‘The Theory Of Everything’ meewerkte, met atmosferische bases voor Jóhann, zond ik het hem door om orkestraal op verder te bouwen. Hij reageerde snel dat we een plaat moesten gaan maken. Bleek vervolgens dat de producenten sommige dingen niet graag hoorden, waarop Jóhann: "Leuk, nu kunnen we dat materiaal voor onze plaat gebruiken!". Soms zijn afwijzingen zo een zegening, omdat je dan wat je maakte voor jezelf kan gebruiken. Verschillende afgewezen opnamen zijn zo op de nieuwe plaat gekomen.

COPY_ADAM WILTZIE_JOHANN JOHANNSSON_FRIENDSHIP SURVIVAL GUIDE_ArcoItaly_17.8.12.jpg

Begin niet aan soundtracks als je niet met afwijzing om kan. Je moet een dikke huid hebben, en het niet persoonlijk nemen, of het breekt je. Soms kom je wel tot een gedeelde visie met de regisseur, voel je elkaar aan en krijg je vrijheid, maar volgt toch vaak weer een edit. De film blijft centraal staan; vaak lijkt het eindresultaat daarom op een ruwe sculptuur van wat je eigenlijk beoogde. Maar soms overleven muzikale stukken toch die tocht. Zo maakte hij The Beast in ‘Sicario’, beginnend met een milde D-noot, met "pitch bend", alsof de toon verzakt. Hij wist exàct waar hij heen wilde: een klassiek moment hoe Jóhann een visie had. Hij liet het met acht contrabassen inspelen, een ongelooflijk stuk. Het is een classic temp geworden (een muzikale blauwdruk voor analoge invulling tijdens het maken van andere films, mdb). Ik zeg het niet gauw, maar hij had een ongelooflijk talent voor soundtracks.

“Melancholie… Ik voel dat in België, zeker bij Vlamingen. Daarom voel ik me erg thuis hier”

‘Odi Et Amo’ staat op Jóhanns grafzerk. Eerder gaf je aan dat ‘in praise of melancholy’ wel op jouw gedenksteen zou passen. Tegelijk gaf je recent ook aan nostalgisch te zijn, net als de nieuwe plaat. Kan je bronnen van die nostalgie en melancholie in jezelf duiden, verschillend als beide ook zijn in hun nuances?

Hm… Ik denk dat ik het verleden moeilijk kan loslaten. Met ook spijt om dingen... Nostalgie is voor mij wel verbonden met melancholie. Het verbindt zich voor mij ook wel aan een zekere tristesse. En melancholie… Ik voel dat in België, zeker bij Vlamingen. Daarom voel ik me erg thuis hier. Het land heeft een wat trieste, fucked up geschiedenis, als bufferstaat tussen grootmachten, maar kroop uit de donkerte. Het doet het best goed nu. Het is ook het enige land in Europa dat niet nationalistisch is: ook daarom voel ik me hier thuis. Het was een lange weg naar dat gevoel: ik kom uit een gebroken gezin - mijn ouders scheidden toen ik jong was, en ik verhuisde vaak. Al voel ik in Groot-Brittanië en Portugal ook melancholie.

Uit best wat track- en albumtitels totnogtoe, zoals Hiberner Toujours, Another Ballad For Heavy Lids, Music For Nitrous Oxide, Eleven Fugues For Sodium Pentothal, en de bandnaam Stars Of The Lid, spreekt een zekere hang naar rust, slaap, een - hopelijk veilige - vorm van verdoving, zelfs. Hoe kom je zelf tot rust, heb je rituelen daarin?

Wel, wonen op het platteland is daarin zeker een stap voor mij. Ik heb er een opnamestudio, met alle materiaal bij de hand, zonder nog te moeten zoeken naar kabels, effectpedalen of wat dan ook, open mijn mails pas na de middag, werk liefst met een zekere routine, neem de weekends vrij... Ik heb eigenlijk best wel een saai leven. Veel anderen zijn gebonden aan een vaste job, kantooruren, maar: hoe vind je dan tijd voor jezelf? Ik verdien mijn geld met wat ik doe, heb veel vrijheid en tijd. Ik zie me weinig andere dingen doen verder, tenzij in de tuin werken. Voor ongeveer het eerst in mijn leven voel ik me in mijn element op die manier. Wat slaap betreft: tijdens het geleidelijk afwerken van iedere plaat herspeel ik vaak wat ik heb, en, als ik er niet van in slaap val, haalt het de plaat niet. Ik maak "sleepy music", geen "kom op, we feesten de vrijdagnacht door"-muziek. Creatief gezien denk ik wel dat je venster met de leeftijd wat afneemt. Inspiratie lijkt wat te vervluchtigen – dat lijkt zo bij veel artiesten bij het ouder worden.

Zie je dan een tijdlijn in wat je inspireerde tot dusver?

Niet echt. Geluidsmatig is er wel een verschil, en elke plaat heeft ook een zeker verhaal, maar in de basis is er ook een vorm van gelijkenis. Je boetseert altijd iets uit niets, tot dat punt waarop je beslist los te laten. Er zijn vaak hordes of uitdagingen onderweg, zeker ook voor deze plaat: een vriend die sterft, geleidelijk grip krijgen op nieuwe tracks, steun krijgen van Jóhanns familie en mijn manager, budget vinden met het label,… allerlei zaken dus ook buiten het muzikale, om vervolgens bij wijze van spreken van de klif te springen en je werk uit te brengen. Tijdens het maken zelf, in de studio, verlies ik mezelf na zekere tijd, voelt het soms als een gigantische stoofpot bereiden. Maar de afwerking voelt voor elke plaat bijna hetzelfde. Het werkt een beetje als met transcendentale meditatie: een vorm van gevoel kanaliseren waarop alle betrokkenen kunnen intunen. Als in een gedeelde, wat weirde "zone" terechtkomen, steeds dichterbij het punt naderend waar je heen wil, en finaal afrondend.

“Na concerten komen koppels aan de merchandise-stand me ook wel ’s vertellen dat ze graag vrijen op mijn muziek”

Kreeg je doorheen de jaren reacties op je muziek die je bijbleven?

Ja, best wel. De meesten die ze kopen lijken ze graag te beluisteren voor het slapengaan. Ik geloof dat intussen ook een twaalftal mensen me lieten weten dat hun kind is geboren met mijn muziek op de achtergrond, in het ziekenhuis zelfs. Dat verwonderde me eerst wel, maar intussen niet meer. En na concerten komen koppels aan de merchandise-stand me ook wel ‘s vertellen dat ze graag vrijen op mijn muziek (lacht).

Met uitgebreide, trage seks, vermoed ik. Een titel als White Gloves & Turtlenecks leest als prikje aan bepaalde mensen in de klassieke wereld. Is er nog altijd afstand tussen de traditionele en modern-klassieke muziekscene?

Ambiguïteit hebben we daarin altijd wel ervaren. Geen van ons beiden waren we echt klassiek opgeleid, en je voelde altijd wel een zekere mate van dedain in die wereld als je geen noten kon lezen of schrijven. Dus daar ging veel tijd over, maar nu zoeken ze de samenwerking. Een groot deel van hun vertrouwde publiek is een stuk ouder, aan het sterven zeg maar. Maar wie zoals wij niet-traditionele elementen in klassieke muziek verwerkt, geeft het toch een nieuw leven. Toen ik begon met Stars Of The Lid háátten velen van hen zelfs wat ik deed. Ze begrepen het niet, keken erop neer. Geleidelijk maakte ik mezelf wel vertrouwd met notenschrift: met vele klassieke musici kan je immers niet metaforisch spreken over geluid. Sómmigen kunnen dat wel, en met hen werk ik het meest. De tracktitel op zichzelf is persoonlijk, maar verwijst wel naar hoe irritant de wereld van de klassieke componisten is. Er lopen daar vreselijke mensen in rond.

“Al te ingewikkelde conceptuele platen ga ik wel uit de weg: daarnaar luisteren voelt voor mij al snel als zwemmen door braaksel.

Ik las dat je wel eens filosofische gesprekken had met Dustin, je partner bij A Winged Victory For The Sullen. Lees je ook hedendaagse filosofen, zoals een Mark Fisher, die schreef over kapitalismegedreven, afvlakkend hedonisme, met almaar oppervlakkiger consumeren van toenemende multimediaprikkels? Is jouw muziek in zekere zin een reactie op de wereld, een vorm van tegengewicht tegen die tendenzen?

Ik ken die filosoof niet. Het is niet dat ik echt onverschillig sta ten opzichte van de wereld, maar… ik ga mensen zeker ook niet proberen veranderen. Telkens wanneer ik een paar minuten scroll door sociale media voel ik me in regel wel slechter. Ik hanteer ze nu in aanloop van de release van de plaat, en heel soms om te kijken wat er zoal ruimer gebeurt, maar in het algemeen probeer ik ervan weg te blijven, want ik acht het ongezond.

Ik had gisteren een interview met Jamie Lidell, voor zijn 'Hanging Out With Audophiles'-podcast, en we hadden het onder meer over hoe kinderen nu muziek vinden op basis van één klik. Toen wij opgroeiden (als generatiegenoten, mdb), hadden we radioprogramma’s: hier bijvoorbeeld met Luc Janssen, en ik luisterde naar John Peel via BBC World Service op de korte golf, die ik ontdekte op school in Santa Fe. Je ging vervolgens naar een platenzaak, en hadden ze niet wat je wilde dan kon je het bestellen. Het was een proces, in drie stappen. Het was soms als zoeken naar verborgen schatten; je moest exploreren. Niet altijd makkelijk, maar wel leuk en opwindend. De meeste jongeren van nu begrijpen dat niet. Sommigen wel, vaak wanneer er thuis ook een platencollectie is. En da’s oké, het is wat het is. Misschien denken velen dat platen zoeken weird is, anderen zien er vast wel de schoonheid van in. Af en toe ontdek ik nog wel iets op Spotify, maar ik verzamel liever platen, bezoek platenzaken, ook tweedehands. Dat zal ik altijd doen, ik vind er plezier in. Ik heb nog altijd een zekere obsessie voor oudere muziek, verbazend als het is hoeveel muziek er bestaat die ik nog nooit hoorde. Zo verzamel ik oude jazz – een tweedehandse Miles Davis bijvoorbeeld, experimentele stuff ook, oude Stockhausen-opnamen, dub ook, zoals van The Upsetters, Lee Scratch Perry, … Dat boeit me echt. ‘Pleasure, Joy And Happiness’ van Eddie Chacon vond ik ook erg goed, zijn nieuwere platen vond ik minder. Ik luister weinig nog naar nieuwe muziek. Recent vond ik de plaat van Natasha Pirard wel goed (zie hier voor de review, mdb); zij lijkt me een belofte als componiste. Al te ingewikkelde conceptuele platen ga ik wel uit de weg: daarnaar luisteren voelt voor mij al snel als zwemmen door braaksel. Ze mogen dan interessant zijn voor de maker, maar voor wie verder nog?

Ik zag dat je Peace Piece van Bill Evans op een digitale compilatie plaatste ('Electronic Explorations #485' op Soundcloud, mdb). Een werk met bijzonder vertellende kracht – net als After The Flood van Talk Talk bijvoorbeeld. Ken je nog tracks in je collectie met zulke zeggingskracht?

Hm... ja, ik ben een groot Bill Evans-fan. Ken je de prelude tot Wagners Ringcyclus? Die is ook echt indrukwekkend. Of check de A-kant van Freddie Hubbards 'Red Clay'. En die van Donald Byrd’s 'Electric Byrd'!

‘Friendship Survival Guide’ is uit via Deutsche Grammophon, op vinyl, cd en digitaal.

← Terug naar overzicht