The Subs

Gewoon terug op pad gaan en overal waar het kan onze muziek live brengen, dat is waar het voor ons om draait.

Steven Verhamme22 april 2026

The Subs zijn al bijna twee decennia een vaste waarde binnen de elektronische muziekscene in België. De band staat bekend om de energieke mix van rave, techno en pop. Met een herkenbare sound en explosieve live shows wisten ze zowel in clubs als op grote podia een trouwe fanbase uit te bouwen, terwijl ze doorheen de jaren bleven evolueren en vernieuwen.

Gewoon terug op pad gaan en overal waar het kan onze muziek live brengen, dat is waar het voor ons om draait.
Foto: The Subs

Met het nieuwe album 'Substance' slaat de band een meer introspectieve en conceptuele richting in zonder daarbij de kenmerkende kracht en intensiteit te verliezen. Het project draait rond thema’s als dualiteit, bewustzijn en verbinding en nodigt de luisteraar uit om niet alleen te bewegen op de muziek, maar er ook even bij stil te staan. ‘Muziek is voor ons bijna een vorm van religie. Dansen en muziek maken kan je in een soort trance brengen waarbij je jezelf even vergeet en volledig opgaat in het moment”, zegt frontman Jeroen De Pessemier daarover.

‘Substance’ is jullie eerste plaat in tien jaar. Voelt het na al die tijd zonder album een beetje als een comeback of is dat een verkeerd woord?

Jeroen De Pessemier: Eigenlijk wel. In de eerste tien jaar hebben we altijd van album naar album gewerkt. We zagen onszelf echt als een band, maar op een bepaald moment was de inspiratie om op die manier te blijven werken gewoon op. We hadden zin in iets anders, iets lichters. Een album is toch een vrij log geheel. Daarom kregen we meer goesting om met singles te werken. Dat voelde gewoon leuker en beter aan in die periode. Je kon je echt concentreren op één idee en dat gaf veel voldoening. Daarnaast speelde ook Covid een rol, die alles mee beïnvloedde. In die tijd hebben we Flesh & Bones met Tsar B gemaakt, ook een fijne samenwerking. We gingen toen vaker op zoek naar andere artiesten om mee te werken. Dat was soms een zoektocht naar de juiste collab, maar het bracht ook veel nieuwe energie. I Want To Dance Again zorgde voor een kantelpunt: daarna voelde het logisch om weer aan een album te beginnen. Het gaf een nieuw momentum. Wanneer iemand nieuw in de band komt, brengt dat automatisch energie mee en dat voelt dan als een nieuw begin. Als een soort herstart omdat deze formatie nog geen album had gemaakt. In die zin voelde het voor ons ook als een nieuwe band.

De plaat wordt omschreven als spiritueel. Hoe belangrijk is dat aspect binnen jullie muziek?

Iedereen ziet dat de wereld momenteel vrij chaotisch is. Dat is duidelijk en je kan dat niet zomaar negeren. Voor ons heeft spiritualiteit vooral te maken met het idee dat die dimensie in de wereld een beetje verloren is gegaan. We geloven dat veel problemen zouden verminderen, als mensen meer in contact zouden staan met zichzelf. Als ze spiritueel meer in balans zouden zijn met zichzelf, zouden zaken zoals ego en hebzucht minder dominant zijn. Veel problemen komen voort uit een verstoorde zelfperceptie. In die zin zien we spiritualiteit als mogelijke oplossing, een manier om te dealen met onzekerheden in het leven. Vroeger speelde religie daarin een grote rol, maar die is vaak geïnstitutionaliseerd geraakt met alles wat daarbij komt kijken. Dat spirituele zit voor ons al van in het begin in de muziek zelf. Muziek is voor ons bijna een vorm van religie. Dansen en muziek maken kan je in een soort trance brengen waarbij je jezelf even vergeet en volledig opgaat in het moment. Dat heeft iets meditatiefs en brengt je in een andere gemoedstoestand. Uiteindelijk is dat een mindset die we niet alleen tijdens het maken van muziek toepassen, maar ook daarbuiten, in hoe we in het leven staan.

Is dat een beetje die dualiteit tussen licht en donker aan de ene kant en chaos en rust aan de andere kant?

Sowieso. Dat contrast is echt een belangrijk aspect dat in onze muziek zit. We zoeken vaak bewust die spanning op tussen verschillende elementen: een breekbare, fragiele vocal van Aylin, gecombineerd met een hardere elektro-onderlaag. Die tegenstelling zit er sterk in. Vandaag is er ook duidelijk een meer vrouwelijke kant in de sound van de band, veel uitgesprokener dan vroeger. Die vrouwelijke en mannelijke energie spelen constant op elkaar in. Dat laat zich ook voelen in de muziek. We proberen die contrasten echt te laten botsen en samenkomen, waardoor er een soort spanning en dynamiek ontstaat. In die zin voelt het voor ons erg als yin en yang. Of dat ook zo overkomt bij de luisteraar, is nog iets anders, maar voor ons is dat concept duidelijk.

Jullie kozen ook voor verrassende instrumenten als de klarinet, de erhu en de sanshin. Kan je dat even duiden?

Die meer "oosterse" invloeden met die instrumenten is op een vrij natuurlijke manier in de muziek geslopen. Dat heeft deels te maken met onze interesses en de richting waarin we ons aangetrokken voelen. Aylin heeft bijvoorbeeld zelf ook een achtergrond, die daar een rol in speelt. Zij is Crimean Tatars, een volk met wortels in de regio rond de Kaukasus met een historisch en cultureel erfgoed dat oosters georiënteerd is. Daardoor zit er bij haar van nature al een bepaalde connectie met die klanken en invloeden. Daarnaast voelen we ons sowieso meer aangetrokken tot de oosterse dan de Amerikaanse cultuur. Dat is gewoon een persoonlijke voorkeur.

We zijn ook al meerdere keren in Japan geweest en telkens we reizen, nemen we soms instrumenten mee of experimenteren we daar met lokale klanken. Dat speelt mee in hoe ideeën ontstaan en zich ontwikkelen. Het is eerder organisch gegroeid dan dat het een bewuste strategie was om een bepaald geluid te creëren. De klarinet heeft dan weer een meer persoonlijke betekenis, omdat dat mijn "childhood-instrument" is. Het was bijzonder om daarmee na al die jaren opnieuw aan de slag te gaan. Dat voelde als een herbronning, alsof de band opnieuw geboren werd met nieuwe energie. Dat maakt dat alles samenkomt: het teruggrijpen naar een instrument uit je jeugd, gecombineerd met een vernieuwde bandstructuur en een nieuwe richting.

In de wereld van elektronische muziek lijkt bijna alles al gedaan, toch blijven jullie altijd maar vernieuwen. Hoe zorgen jullie ervoor dat jullie niet in herhaling vallen?

Enerzijds door steeds te zoeken naar nieuwe klankbronnen en instrumenten, anderzijds door samen te werken met andere artiesten, maar ook door NIET te releasen. Wachten om dat volledig album te maken tot je er klaar voor bent. Dat maak je ook niet zomaar: je schrijft en produceert dertig tot veertig tracks voordat je tot een selectie komt die samen een geheel vormt. Van buitenaf lijkt het soms alsof het "maar" elf nummers zijn, maar achter de schermen zit er een veel langer proces. Sommige van die nummers bestonden trouwens al jaren. Doorheen die periode bleven we zoeken en experimenteren, vaak zonder alles meteen uit te brengen. Dat is ook iets wat vandaag de dag meespeelt: door algoritmes en hoe muziek geconsumeerd wordt, brengen veel artiesten niet altijd hun beste materiaal uit. In dat opzicht blijft een album wel een belangrijk moment. Het geeft je nog altijd de ruimte om statements te maken, die je anders niet zo makkelijk kwijt kan. Een track zoals Where We Belong is daar een voorbeeld van. Puur op vlak van streams is dat misschien geen hit, maar binnen de context van een album krijgt zo’n nummer veel meer betekenis. Natuurlijk is de albumcultuur minder dominant dan vroeger, maar er blijft wel een fanbase die dat nog altijd weet te appreciëren.

Another Chance is een duet met Roméo Elvis…

Roméo werkt aan een comeback album en ik ben daar als producer bij betrokken. Ik werk trouwens al langer als producer voor andere acts, onder andere ook acht jaar voor Oscar And The Wolf. Er komt vaak vernieuwing voort uit die rol. Wanneer je met verschillende artiesten en producers in contact komt, blijf je automatisch nieuwe invloeden absorberen. In het geval van Roméo is er een heel open en broederlijke sfeer tussen alle producers van zijn album en dat is fantastisch. Maar ook voor The Subs hebben we er voor het eerst op een aantal tracks een extra producer bij gehaald: Joseph Ashworth. Ik heb hem destijds leren kennen in Londen, toen ik daar woonde en met The Subs begon te touren in de UK. Ik heb hem naar hier gehaald om mee te werken aan 'Substance'. Zulke connecties uit het verleden, die dan opnieuw samenkomen op een nieuwe plaat, maken het extra inspirerend. Dat soort samenwerkingen met mensen uit verschillende fases van je leven en carrière zorgt ervoor dat er voortdurend nieuwe energie binnenkomt.

Jullie gaan terug live optreden. Hoe anders is dat om jullie muziek te brengen in de studio dan voor een live publiek?

Je moet natuurlijk keuzes maken, als je een album vertaalt naar een live ervaring. We willen echt een partyband zijn en de energie hooghouden. De zachtere nummers van het album zullen we dus op een andere manier moeten brengen, zeker op festivals, waar je maar een uur speelt. Je hebt ook een zekere "legacy" opgebouwd en dus kan je niet zomaar je eigen geschiedenis negeren. Ik vind het ook niet leuk, wanneer bands met een groot repertoire de hits niet spelen. Bij een groep als Radiohead hopen mensen ook op nummers als Creep. Natuurlijk moet een band zichzelf artistiek blijven uitdagen, maar live speelt de herkenning en de connectie met het publiek ook een grote rol. Daarom moeten wij dat zelf ook in balans brengen: nieuwe nummers combineren met de tracks die mensen verwachten. We gaan het volledige album dus niet integraal spelen. Dat is ook niet wat een publiek verwacht. Een concert is iets anders dan een plaat: een album is iets dat je thuis beluistert, een live show draait om beleving en dynamiek. Wees maar zeker dat we daarvoor gaan zorgen.

Jullie hebben inderdaad een mooie legacy opgebouwd en speelden al op grote en mooie podia. Welke dromen blijven er nog over na al die jaren?

Ik wil gewoon kunnen blijven touren, straks ook met mijn baby erbij. Blijven doen wat we doen, maar dan met een kindje erbij. Dat betekent wel dat je praktisch gezien een tourbus of aangepaste setup nodig hebt, zodat dat allemaal haalbaar is. Los daarvan blijft het vooral de ambitie om gewoon concerten te blijven spelen in Europa en daarbuiten. Frankrijk bijvoorbeeld is altijd een belangrijke plek voor ons geweest. We hebben daar in het verleden veel gespeeld. Dus het zou heel mooi zijn om daar opnieuw terug te keren en dat weer op te bouwen. Dat voelt ook als iets dat opnieuw leven ingeblazen kan worden. Gewoon terug op pad gaan en overal waar het kan onze muziek live brengen, dat is waar het voor ons om draait.

Amerika is voor mij persoonlijk minder een prioriteit. Japan daarentegen hebben we wel al een paar keer gespeeld. Dat blijft een interessante plek, maar in essentie gaat het er gewoon om dat we onze muziek live kunnen brengen, waar dat ook is. Het idee van touren zelf, onderweg zijn en spelen voor mensen is het belangrijkste. De locaties zijn secundair, het concept blijft hetzelfde. Wat persoonlijke doelen betreft, heb ik daar niet echt een sterke drang naar. Vroeger wel, maar vandaag denk ik daar anders over. Ik heb eerder het gevoel dat ik gewoon tevreden wil zijn met wat er is. Wat komt, dat komt en wat niet komt, dat is ook oké. Ik vind het niet per se gezond constant te denken in termen van: “ik moet dit nog bereiken”. Dat kan je ook gevangen houden in een soort ontevredenheid. Als we gewoon kunnen blijven doen wat we doen op een manier die goed voelt, met de mensen rondom ons en met de muziek die we maken, dan is dat voldoende. Gewoon gelukkig zijn in het moment en met wat er is, zonder altijd verder te moeten jagen.

Je wordt straks vader. Hoezeer zal dat jouw kijk op de muziek en het leven veranderen?

Dat weet ik nog niet. Dat is iets wat je pas echt begrijpt, wanneer je er zelf in zit. Dat is zoiets waarbij ik merk dat praten met mensen, die zelf geen kinderen hebben, soms moeilijk is, omdat het gewoon niet te vatten is. Niet dat zij het niet willen begrijpen, maar het is gewoon een andere realiteit. Vroeger was ik zelf ook zo. Vóór ik kinderen had of er überhaupt aan dacht, kon het me minder schelen. Ik kon het wel een beetje begrijpen of me inbeelden, maar je leeft er toch anders naartoe. Ik weet nog niet exact hoe het mij zal veranderen, maar het idee dat er leven groeit in de buik, blijft iets bijzonders. Het is fascinerend hoe dat allemaal in elkaar zit. In die zin heeft dat ook wel een invloed op hoe je naar het leven kijkt. Het kan dingen relativeren en plaatst alles in een breder perspectief. Ik denk dat zo’n ervaring sowieso veel verandert. Je bent er misschien op voorbereid, maar pas wanneer je het effectief meemaakt, besef je echt wat het inhoudt. Ik zie er in elk geval erg naar uit.

← Terug naar overzicht