Field Music Woede en frustratie zijn de emoties die het snelst kwamen

Woede en frustratie zijn de emoties die het snelst kwamen

Wanneer we aankomen in Trix, ijsbeert Peter Brewis van Field Music met een diepe frons over het dak. “De voorbije maand was fucking terrible, maar we besloten om de Europese tour toch te doen. Omdat er een waterkans was dat we ons er beter door zouden voelen”, vertelt hij even later. En broer David knikt. Een gesprek over muziek maken in moeilijke tijden.  

Terwijl Peter een lange telefoon afhandelt, neemt David de honneurs waar. Ook hij zit met zijn hoofd op allerlei plekken: de setlist steekt nog niet in elkaar, de merchtafel ligt nog braak en er is nog geen oplossing voor Time In Joy, dat het tijdens de drie Europese shows zonder fluitpartij moet stellen.

Is ‘Open Here’ qua sound wat te ambitieus om met zijn vijven te spelen?
David Brewis: Ja, de strijkers, koperblazers of fluit speelden nog nooit zo’n hoofdrol als op ‘Open Here’. Tijdens onze Northern Stage-shows (in februari, meer dan twee uur met klein orkest, nvdr) speelden we zowat de volledige plaat, maar dat kunnen we vandaag niet. De set duurt ook maar zeventig minuten. We grijpen meer terug naar vroeger werk: highlights of the new album plus the greatest hits.

Van vroeger werk gesproken. Herinner je je nog de show die jullie in 2010 speelden in Petrol, hier in Antwerpen en hoe weinig mensen er toen waren?
David : (lacht)Yeah, I do. Die lage opkomsten vormen zo’n beetje de rode draad door al onze Belgische optredens.

En dat begrijpen wij eigenlijk voor geen meter.
David: (verwonderd) Echt? Kijk: we zijn gevestigd in de UK en we kennen de media en concertplekken daar. En we weten hoe je een publiek opbouwt, wat voor ons een tergend traag proces was. Maar wat we niet weten, is hoe al die dingen werken buiten de UK. Dus telkens wanneer we elders op een publiek stoten, zijn we oprecht verrast. Ik herinner me dat toen we ‘Measure’ uitbrachten, een bekende, Noorse producer de plaat bejubelde. Plots hadden we een publiek in Noorwegen en had ook de radio daar een excuus om onze songs te spelen. Je hebt geen enkele controle over zulke dingen.

Nochtans krijgt Field Music ook in Belgische mainstreamkranten volop goede recensies.
David: (vals plechtig) Good! Uitstekend om te weten dat de gedrukte media er voor ons is. En tegelijk triest dat ze niet de kracht hebben die ze ooit hadden.”

Er zijn sowieso talloze albums die kritisch succes vonden, maar nooit het grote publiek wisten te bekoren. De twee liggen niet noodzakelijk op één lijn.
David: Not in my experience. (lacht)

Maar je vindt het dus niet teleurstellend, als je het kanaal oversteekt en er staat maar een handvol mensen te wachten voor het podium.
David: Het is altijd een experiment en een ervaring. Verder stoort het me niet. Mocht ons optreden in Antwerpen nu cruciaal zijn om het hoofd boven water te houden, dan zou ik teleurgesteld zijn. Maar dat is het niet. Wat we presteren in de UK houdt onze motor draaiende. Daarmee kunnen we ons uitstapjes permitteren om te zien of de mensen onze platen hebben gevonden. En of er zich van die gekke toevalligheden hebben voorgedaan. Om maar een voorbeeld te noemen: een toevallige tweet van Prince (hij deelde The Noisy Days Are Over, nvdr) lokte heel wat meer mensen naar onze laatste tour in de VS. Normaal doen we het redelijk goed in New York en San Francisco, maar nu was ook de opkomst in Seattle en Philadelphia boven verwachting.

We zijn trouwens te oud om een grootse tour door West-Europa op poten te zetten en te blijven spelen tot mensen ons ontdekken. Hoe langer we onderweg zijn, hoe minder tijd we kunnen spenderen aan nieuwe muziek maken.

Waarom koos je Antwerpen, Amsterdam en Parijs voor deze minitoer?
David: Dat lag geografisch voor de hand. En het zijn belangrijke plaatsen, waar we een publiek zouden moeten hebben. It seems like a sensible little trip. Waarom niet Duitsland? Onze shows zijn daar altijd verschrikkelijk geweest. (lacht) Ik denk dat we daar maar een tijdje wegblijven.

Wat is er daar gebeurd?
David: Elk concert dat we daar speelden, was zoals die show in de Petrol. Ze vinden ons daar gewoon niet goed. Er moet iets zijn in de Duitse indiecultuur dat zegt: “Field Music deugt niet.” Geen idee wat we daaraan kunnen doen. Excuses, Duitsland.

Jullie moesten onlangs noodgedwongen je vertrouwde studio verlaten. Maar dat was niet jullie enige bekommernis: heel wat teksten op ‘Open Here’ zijn geïnspireerd door wat er zich recent afspeelde in de wereld.
David: Voor mij zeker. Ook voor Peter, maar hij had andere katten te geselen. We schrijven nu eenmaal anders. Voor we aan ‘Open Here’ begonnen, werd mijn tweede kindje geboren. Je hebt dan niet veel tijd om muziek te schrijven. Alles gebeurt in een sprint. Als het niet snel komt, komt het niet. En de emotie die het snelst kwam de voorbije jaren, kun je zo samenvatten: woede en frustratie.

Over wat je leest op social media en ziet op het nieuws?
David: En ook over wat ik ervaar in het dagelijks leven in Sunderland. Zoals onzin over migranten. Je hoort het, als je toevallig een gesprek oppikt. Die gevoelens zijn op hun beurt verspreid en opgeblazen door de rechtse pers, die in handen is van superrijke, blanke lui. Ze hebben een gigantische impact op de publieke stemming.

Op de koop toe staken er in de VS soortgelijke sentimenten de kop op tijdens Trumps presidentscampagne. Vele mensen hebben blijkbaar iemand nodig om met de vinger te wijzen. Dus ja, frustratie en woede alom. Het is allemaal zo’n gruwelijke puinhoop. Er is zoveel waartegen je kunt tekeergaan nu – Brexit, niet te vergeten – en dat is een grote invloed geweest.

Is ‘Open Here’ de eerste plaat waarop die factoren zo’n grote rol spelen?
David: ‘Plumb’ had wel wat songs die aanleunden tegen het politieke, maar de boodschappen waren meer verborgen. Dat is nu niet het geval. Misschien is dat de uitkomst van een langer proces, of gewoon een uitdrukking van de manier waarop ik nu schrijf: ik heb geen tijd om lang bij de dingen stil te staan. Het moet gebeuren in een explosie.

Maar ondanks de serieuze bekommernissen, is de muziek zelf niet somber.
David: Ik had me er zeker niet beter bij gevoeld, als we de muziek (met lage stem) donker en zwaar op de hand hadden gemaakt.

Peter (die net bij is aangeschoven): Nee, mensen verwarren duisternis vaak met ernst, maar je kunt gerust serieuze kwesties aanraken zonder te vervallen in duistere muziek. Voor sommigen horen die twee samen, maar daar ben ik het niet mee eens. Nothing wrong with that, maar het is niet de enige optie.

Begin je soms een song te schrijven, waarvan je denkt: oh nee, dit wordt echt wel te zwaar?
(stilte)

Zit die sombere kant in jullie woordenschat?
Peter: Zeker en vast. Vroeger waagden we ons daar wel eens aan. Maar nu deinzen we terug voor mineurakkoorden. Er hangt te veel culturele bagage aan. The minor chord is a serious thing. Daar lachen we wel eens mee. Trouwens, ook majeur vermijden we, als we kunnen. We werken liever met secunden en kwarten. Die zijn wat meer …

David: ...ambigu.

Peter: Juist, ambigu. Misschien zitten we wel wat meer in de majeursfeer.

David: Dat denk ik niet.

Peter: Het analyseren waard. Toen we jonger waren, deden we ons wel eens somberder voor dan we voor. Gewoon om cool te zijn. Maar fuck that, ik wil niet triest zijn. Het voorbije jaar is al verschrikkelijk genoeg geweest. Fucking terrible. Ik wil (lacht) gitaarsolo’s spelen en hard op mijn drumvellen meppen.

Raken de thema’s van ‘Open Here’ je nu harder omdat het eigenlijk gaat over de toekomst van jullie kinderen?
David: Absoluut. Als je geloof in de mensheid wankelt, dan kun je best pessimistisch zijn over de wereld waarin we onze kinderen gooien.

Peter: We schreven de songs, toen onze kinderen tussen nul en vier jaar oud waren. Je zag al die beelden op het nieuws: van Syrische moeders die kinderen op de trein zetten, gewoon om ze uit de oorlogszone te krijgen, wetende dat ze die waarschijnlijk nooit meer zouden terugzien; vluchtelingen die verdrinken, kinderen die aanspoelen, … Dan denk je: fucking hell, dat kon mijn kind van drie zijn.

Maar door de muziek, die al bij al opgewekt is, lijk je een manier te hebben gevonden om daarmee om te gaan.
David: Ik denk dat we dat zo goed hebben aangepakt als we konden.

Peter: En het was niet eens bewust.

David: Er zijn ook zoveel motivaties die meespelen als je in de studio staat. Soms is het gewoon: laat ons iets maken dat klinkt als Michael Jackson. Dat heeft dan niks te maken met de racistische uitlatingen van die kerel in de pub. (lacht)

Peter: We wilden ons vooral amuseren in de studio. En dat is gelukt. Lyrics zijn nu eenmaal een ding op zich. De muziek moet er niet per se een spiegel van zijn.

Een van de eerste geluiden op ‘Open Here’, de fluit van Time In Joy is behoorlijk vrolijk.
David: The power of flute.

Het (fluit)signaal voor David om eindelijk uit te vogelen hoe de band Time In Joy die avond gaat brengen. Hij verdwijnt naar het podium

Peter: We houden wel van de uitdaging om onszelf wat te herschikken.

Niets om nerveus over te zijn dus?
Peter: Nee, we maken zoveel fouten dat we er niet meer bang voor hoeven te zijn. En ik zie graag bands die elk moment op hun bek kunnen gaan. Dat is opwindend; zoals in oud beeldmateriaal van Jimi Hendrix, waar je denkt: gaan de muzikanten uiteindelijk samenvloeien tot een band? Gaat het klinken als één sound?

Hij had natuurlijk een voordeel met al die feedback.
Peter: Ja, overal noise. Maar bij livemuziek hoort wat angst. Ik wil de sensatie ervaren: komt dit goed of niet? Misschien gaat er iets mis.

Hou je eigenlijk van optreden?
Peter: (aarzelt) Soms wel. Het gevoel nadien vind ik het belangrijkste: hebben we ons geamuseerd? We zaniken nooit over fouten. We willen vooral onszelf entertainen.

Even later komt David terug: “We hebben Time In Joy opgelost.” Peter begint de maat te knippen tussen duim en middelvinger en de band repeteert het begin. Eén keer. Dat volstaat. Volgend hangijzer: de setlist vastleggen en vier keer kopiëren met alcoholstift.

Wanneer het rond kwart na negen de beurt is aan Field Music, laat de band al wat er gezegd is, achter zich. De Trix Bar zit gezellig vol, het podium is één en al glimlach en de songs doen je de "gruwelijke puinhoop" van Trump en Farage vergeten. Muziek versus de wrede wereld: 1-0.


30 mei 2018
Fabian Desmicht