Faces On TV - Ik doe geen dingen die niemand anders kan

Hij wordt al enige tijd “de wonderkid van de nieuwe generatie Belgische muzikanten”, “de vernieuwer van de Belpop” en ook “de hofleverancier" genoemd, maar voor Jasper Maekelberg en Faces On TV moet het nog vrijwel allemaal beginnen. Na een ep in 2016 is er nu ‘Night Funeral’, de eerste langspeler. 

Jasper Maekelberg: "De hofleverancier", die had ik nog niet gehoord. (lacht) Ik vind het altijd raar om dat over mezelf te lezen. Ik doe ook gewoon maar wat.

Nu ben je iets te bescheiden. Er is toch een reden waarom al die mensen op jouw deur komen kloppen.

Ik heb alleszins niet het gevoel dat ik dingen doe die niemand anders kan of dat ik een soort wonderformule heb. Misschien heeft het gewoon te maken met op dezelfde golflengte zitten en dezelfde smaak hebben zodat we vertrouwen hebben in elkaar en dat we langs beide kanten blij zullen zijn met wat er tevoorschijn zal komen.

In de perstekst, die bij je plaat geleverd wordt, ben je heel open. Je zegt dat je de voorbije jaren zoveel gewerkt hebt – zowel voor jezelf als voor anderen – dat jij en je vriendin uit elkaar gegroeid zijn.

Dat zijn dingen die gebeuren. Ik denk dat muzikanten daarin geen uitzondering zijn op mensen die niet met muziek bezig zijn of niet in een creatieve sector zitten. Je verliezen in je werk, uit elkaar groeien,... dat lijkt me heel menselijk. Het is ook heel raar hoe die eerlijkheid onbewust in ‘Night Funeral’ is geslopen. Het was pas de laatste week van de mix dat ik echt hoorde hoe open en eerlijk ik geweest ben. En dat was een verrassing. Ik had dat niet door van mezelf.

Na een aantal keer ‘Night Funeral’ beluisterd te hebben, blijft het moeilijk om de muziek die je maakt te omschrijven.

Oké. Probeer eens?

Nachtmuziek was onze aanvankelijke conclusie; voor ’s avonds; duisternis. Maar op de trein onderweg hierheen scheen de zon op het raam en plots werd het iets helemaal anders.

Ik ben wel blij met wat je nu zegt. Ik denk dat de tweeledigheid tussen licht en donker goed samenvat wat de plaat is. Ik heb de plaat het voorbije jaar geschreven, op tournee met Warhaus. En daar is veel van die tegenstelling in geslopen. Het klinkt als een cliché, maar op tournee leef je in een bubbel. Het weer thuis komen en geconfronteerd worden met de echte wereld, maar ook de confrontatie van de twee kanten die in mezelf huizen, dat zit er allemaal in.

Als we nog even op die uniciteit van je geluid doorgaan: het is moeilijk om er singles uit te pikken.

Dat is ook ongelooflijk moeilijk. The Image Of Boy Wonder is uitgekomen voor de plaat af was en Dancing After All was op de plaat de duidelijke single. Het enige wat me wel duidelijk is, is dat Slowly Fading Out een hele moeilijke single zou zijn. (lacht)

Nu de plaat er helemaal is, vind ik het wel belangrijk dat ze in zijn volledigheid beluisterd wordt. Ik zie ze als een geheel. Alle  nummers uit het album apart beluisteren zou niet hetzelfde effect geven als wanneer je de plaat in één trek beluistert.

En misschien bij voorkeur ook met een koptelefoon. Je ontdekt nog altijd nieuwe dingen.

Ik speel graag een spelletje met de luisteraar: ik stop kleine verrassingen in mijn nummers. Dingen die je niet meteen opmerkt zodat je bij de vijfde luisterbeurt ook nog verrast wordt door iets dat je voordien nog niet gehoord had. Ik zou mezelf nooit durven vergelijken met Radiohead, maar het is wel die idee. Zij zijn daar ook heel sterk in. Paranoid Android is een voorbeeld van een nummer vol kleine verrassingen. Dat word je nooit beu.

Air, Portishead en Alt-J worden in de perstekst als je invloeden genoemd, maar die hoor je niet meteen. Wij dachten eerder aan r&b- en soulachtige dingen zoals D’Angelo of Anderson.Paak.

Dat is er zeker bijgekomen op deze plaat, dat sexy geluid. Maar ik vind dat Alt-J dat ook wel heeft. De laatste tijd luister ik eigenlijk vooral veel naar instrumentale muziek waarin percussie heel belangrijk is. Die percussie, dat is me wel beginnen fascineren. Je pikt dingen zeker onbewust op, net daardoor vind ik het zo moeilijk om invloeden op mijn muziek te kleven. Je bent je daar vaak niet bewust van.

Je hebt inderdaad een fascinatie ontwikkelt voor allerlei vreemde percussie-instrumenten. Wat is het  meest rare dat je gebruikt hebt?

Daar weet ik eigenlijk de naam niet van. (lacht)

Dat zegt al veel.

Ik heb het de "Tasmanian Devil" genoemd. Het zit in Terminal Case en het ratelt in de break van dat nummer. Het is een dingetje met een touwtje waar je aan moet trekken en ik heb geen idee hoe het heet, maar ik vond het wel plezant. (lacht) Als ik ergens in een onbekend land ben – op tournee bijvoorbeeld – ga ik daar op zoek naar een marktje en koop ik alle percussie-instrumenten die ik daar zie. Dat is één van mijn favoriete bezigheden.

Er staan momenteel zestien Belgen in 'De Afrekening'. Vorige week nog veertien. Dus ongeveer de helft van de nummers is Belgisch, waaronder jij. We zijn wel een land dat talent omarmt.

Ik denk dat er op dit moment heel veel interessante en goede muziek wordt gemaakt in België. En tegelijkertijd is iedereen mee met wat er aan het gebeuren is. Die Belgische artiesten kunnen alleen maar in 'De Afrekening' raken, als mensen er ook voor stemmen. Dus de muziek die hier gemaakt wordt spreekt duidelijk ook mensen aan.

Canvas heeft ook al een portret gemaakt van jou gemaakt in ‘Hopen Op De Goden’. Vat die titel zo’n beetje een creatief proces samen en moet je wachten op een inval? Of is nummers maken gewoon een kwestie van heel hard werken en heel veel prutsen en zoeken en uitproberen?

Ik denk dat het een combinatie van de twee is. Je hebt wel een vonk van inspiratie nodig en die komt van ergens, maar voor je dan een nummer hebt, komt er wel veel geprobeer en gedraai en gefroemel bij kijken.

In het ideale geval creëer je een sound die iedereen instant kan herkennen. Dat lijkt nog het moeilijkste aspect van muziek maken.

Ik heb de voorbije jaren heel veel producties gedaan, maar op een bepaald moment heb ik besloten om nee te zeggen tegen alles. En dan ben ik heel bewust op zoek gegaan naar instrumenten die ik nog niet kon bespelen. Ik was de gitaar wat beu en ben dan allerlei percussie-instrumenten beginnen verzamelen. En daarmee ben ik beginnen spelen. Ik wilde of kon die wereld niet delen met anderen, het is ook een kwestie van je grenzen te bewaken en iets voor jezelf te houden. ik heb in die periode enkel de tweede plaat van Warhaus nog gedaan.

Er is één nummer op ‘Night Funeral’ dat ook op die tweede van Warhaus had kunnen staan: Dancing After All.

Echt? Ja, ik heb die plaat geproducet, toen ik echt met Faces On TV bezig was. Er zit ook veel percussie in die plaat. Misschien daardoor? Snap ik het? Nee…Misschien.  

Maar het zou dus perfect kunnen dat je volgende plaat een gitaarplaat is?

Zou zeker kunnen. Het enige waar ik zeker van ben is dat er nooit een doedelzakplaat gaat komen. Ik haat doedelzakken. (lacht) Ik snap dat instrument niet. Het heeft ook zo’n ongelooflijk lelijke sound.

Zeker eens naar Mull Of Kintyre luisteren dan!

Dat ken ik niet. Van Wings? Heeft Paul McCartney een doedelzaknummer gemaakt? Shit! Goed dat ik het niet ken, denk ik.

De drums van een nummer lijken voor jou het sleutelelement te zijn. Om een willekeurig voorbeeld te geven: Same Thing en Dancing After All dragen een fundamenteel andere sfeer in zich. Omdat de drums helemaal anders zijn. En omdat in Tell Me de drums helemaal ontbreken, krijgt dat nummer meteen iets intiems.

Precies. Meestal trek ik naar de studio met een drummer. Die drumt dan op een paar liedjes en daar begin ik dan in te knippen en mee te samplen tot ik een nieuwe drumbeat in elkaar heb geknutseld. En van daaruit vertrek ik. Tell Me heeft geen drums om de eenvoudige reden dat ze daar niet in pasten. Ik heb dat nummer ook in één nacht geschreven. Dat nummer sprak voor zich. Er hoefde niets meer bij.

Gaat je schrijfproces ’s nachts door?

Het grootste deel van mijn leven gaat ’s nachts door. (lacht) Ik ben ook een heel slechte slaper; dat helpt niet meteen.

Wat is naar jouw mening het verschil tussen mensen die zelf muziek beginnen schrijven en zij die in het weekend in een coverband zingen? Kan je die drang om te scheppen omschrijven?

Dat is moeilijk uit te leggen, maar ik denk dat het met veel factoren te maken heeft waarvan geluk er één is. Je moet het geluk hebben dat iemand je opmerkt, in je gelooft of je wat kan pushen. Ik denk ook dat doorzettingsvermogen belangrijk is: niet te snel opgeven. ’s Nachts leven en slecht slapen helpt ook bijdragen aan het feit dat ik totaal ongeschikt ben voor een kantoorjob. En dan heb ik ook nog eens een koffieverslaving.

Je bent ooit een beloftevol atleet geweest en bent moeten stoppen door een blessure. Je had dus ook ergens helemaal anders kunnen eindigen.

Klopt. Zo zie je maar dat toeval ook een grote rol speelt. Muziek is er altijd wel geweest in mijn leven. Als klein ventje ben ik begonnen met piano spelen, maar gaandeweg kwam de sport op de eerste plaats te staan. En toen ik geblesseerd raakte, ben ik beginnen gitaar spelen.

Je speelt veel deze zomer; bijvoorbeeld op Rock Werchter. Maar ook op het Zorlu PAC Jazz Festival in Istanbul, Turkije, een festival met een hele onduidelijke website. Is dat de invloed van het internet?

Absoluut. Op Spotify kan je zien waar er het meest naar je muziek geluisterd wordt en Istanbul is één van de steden waar mijn muziek het meest populair is. Heel raar. Ik heb zelf ook geen idee wat voor festival het is. Maar ik heb wel zin om ernaartoe te gaan!

Hoe is het in het algemeen gesteld met je internationale ambities?

Die zijn er zeker. Ik wil heel graag rondreizen en de wereld zien. Een muzikant wil sowieso zo veel mogelijk spelen en het reizen op zich is ook erg inspirerend. Het is vermoeiend en vervreemdend, lang op tournee zijn, maar het is wel een levensstijl die mij ligt. Laat me kiezen tussen onderweg zijn en thuis zijn en ik kies voor het eerste.

Dit interview verscheen ook op Newsmonkey.beNaast Rock Werchter en het Zorlu PAC Jazz Festival speelt Faces On TV ook op Linkerwoofer in Antwerpen dit jaar. Dat festival vindt plaats begin augustus en heeft onder andere ook Douglas Firs, Millionaire en Warhaus op de affiche.

5 mei 2018
Geert Verheyen