Douglas Firs - Je levenspad moet niet vastliggen wanneer je dertig wordt

Het klikt meteen als Gertjan Van Hellemont en wij elkaar ontmoeten. Het is de eerste keer dat we elkaar zien, ook al is Gertjan met ‘Hinges Of Luck’ al aan zijn derde plaat toe. Gertjan kan – zo blijkt uit zijn verhaal – erg goed alleen zijn en is erg bezig met nadenken over maatschappelijke verwachtingen en wat een mens wel of niet moet doen als hij dertig wordt. 

Wij weten precies waar Gertjan op doelt. Moet je kinderen krijgen? Moet je een huis kopen? Of is het ook gewoon ok om dat niet te doen? Hij heeft zijn gedachten geordend in Montréal en kwam terug met liedjes voor een nieuw album.

Gertjan Van Hellemont: Iets doen dat op het eerste gezicht misschien niet meteen van nut is, ik hou daarvan. Als je achter een computer zit en je bent een e-mail aan het typen, dat voelt nuttig. Terwijl je gedachten een keer ordenen ook best nuttig kan zijn. Ik had het echt nodig om eens helemaal alleen voor een langere periode weg te gaan van huis.

Ik hield heel erg van Montréal. De sfeer daar is veel gemoedelijker dan hier. In Vlaanderen heb ik vaak een benauwd gevoel; de mensen lijken hier vaak onrustig of bedrukt. En wat er rond mij gebeurt, heeft vaak een rechtstreekse weerklank in mijn hoofd. Ik voelde dat ik dat een beetje begon over te nemen en dus moest ik weg.

Ik heb veel gefietst ook. Ik heb in Canada een hele mooie, oude fiets gekocht van twee oude mannen. Het zou 1.400 dollar kosten om die over te brengen naar België. Echt jammer dat ik die niet heb kunnen meenemen. Ik vond het idee dat dat mijn fiets voor het leven zou zijn wel mooi.

Kom je dan nog wel graag terug?

Ik zou er wel eens voor langere tijd naartoe willen ook. Een jaar, twee jaar. De reden dat ik graag terugkom, heeft met mensen te maken. Mijn familie is hier, mijn vrienden,... En er zijn toffe cafés en toffe platenwinkels. En ik heb mijn moestuintje en mijn kippen. Maar ik heb vaak het gevoel dat mensen zich in Vlaanderen een beetje laten leven door wat er van hen maatschappelijk verwacht wordt. Je zou vergeten hoeveel je zelf in de hand hebt. De manier waarop je dingen invult, dat zijn keuzes die je maakt. Iedereen moet doen waar hij of zij zich het meest comfortabel bij voelt; ik wil niet oordelen over iemands levensstijl, maar ik moest wel even nadenken over wat mijn pad zou zijn.

Er staan twee meisjesnamen in de titels, Hannah en Judy, netjes naast elkaar. Hannah heeft ook weer die hang naar het verleden, lijkt over iemand te gaan die je ooit gekend hebt, maar uit het oog verloren bent. Je zingt in dat nummer ook “One last thing I had to say to you / now is written on a piece of paper / laying on a stranger’s table.” Dat is een triest, maar tegelijk heel mooi beeld.

Ik wil niet alles vertellen, maar ik kan wel zeggen dat één van de twee effectief bestaat en dat de andere een meer fictief personage is. Hannah is een soort vervolg op Don’t Buy The House dat op ‘The Long Answer Is No’ (2015) staat. Veel mensen vonden dat een grappig nummer, maar voor mij was dat bittere ernst. Dat huis werd effectief gekocht en dit is daar een soort van vervolg op, een soort van mijn gelijk willen halen. Er werd op dat moment voor gekozen om dat reeds uitgestippelde pad dan maar verder te bewandelen. Het was een soort vrede nemen met wat het is, ook al wil je stiekem meer.

Je wordt dertig in december. Ben je daar fel mee bezig?

Niet zozeer met het getal dertig, maar wel met de algemene sfeer die bij dat getal hoort. Mensen rond je gaan trouwen en krijgen kinderen. Plots lijkt iedereen collectief voor één richting te kiezen. Het is confronterend.

Er wordt verwacht dat je je leven op orde hebt, als je dertig bent. Het is tijd om ernstig te worden en als muzikant val ik al sneller in de zone van mensen die voor altijd eenentwintig willen blijven. Ik breng nu eenmaal veel tijd door in cafés en muziekclubs.

Ik denk veel na over wat ik moet kiezen; en of ik wel moet kiezen. Het feit dat ik die muziek heb, is wel een erg troostend idee, want die biedt me een uitweg uit alles. Zelfs als de vrouw van mijn leven me zou dumpen, dan heb ik nog steeds die muziek. Het klinkt wat melig, maar de muziek is het enige waarvan ik zeker ben dat die me nooit in de steek laat.

“Tomorrow is looking at me with much more confidence than I could ever look back”, zing je in The Both Of Us. Dat nummer brengt je wat in de war. Het lijkt te gaan over de toekomst tegemoet treden en een eerder hoofdstuk afsluiten, maar wel zonder al te veel vertouwen.

Dat heb je goed gezien. Het komt ook terug in How Can You Know? en in 45 Days. Je weet niet waar alles naartoe gaat. Het is de kunst om een evenwicht te zoeken in berusten in de wetenschap dat je toch nooit kan weten wat er komt en het besef dat je het heft ook wel zelf in handen kan nemen. Er zijn miljoenen toekomstscenario’s, maar net dat helpt om je te realiseren dat je zelf ook kan sturen. Bij liedjes schrijven is dat net hetzelfde: er gebeuren soms dingen per toeval, maar het kan wel de kiem voor een nummer zijn.

Kan je daar een voorbeeld van geven?

Er staat een heel mooi voorbeeld op de plaat. Toen ik net aankwam in Montréal bijvoorbeeld, was ik mijn gitaar terug aan het stemmen. Ik had alle snaren losgedraaid voor op het vliegtuig, want anders gaat het hout barsten door de spanning die op de snaren zit door de kou. En ik was ze terug aan het stemmen en plots had ik door een verkeerde stemming een heel mooi akkoord. In die stemming heb ik het nummer Montréal opgenomen. Mijn raam stond open en er reed een vrachtwagen voorbij. Eerst dacht ik: “Ik kan dat nooit gebruiken”, maar net omdat het nummer over die stad gaat, wordt het mooier doordat die stad ook echt in dat nummer zit.

Je hebt zowel in Montréal als in New York, waar je een week naartoe bent getrokken, shows gespeeld. Hoe was het om te spelen voor een publiek dat geen (voor)oordelen heeft over Douglas Firs?

Ik herinner me uit een vorige reis naar Montréal dat ik absoluut eens in de Barfly wilde spelen, een nogal harde, bruine club. Maar elke zondagavond is het daar bluegrass jam: ongelooflijk goede muzikanten waarmee ik een paar keer heb meegespeeld. Ik had daar aan het begin van de reis mijn eigen show op maandagavond en dat was heerlijk. Ik ben heel dronken naar huis gegaan, want het is daar de traditie dat mensen je op een shot bourbon trakteren, als ze het goed vonden. En ik heb er redelijk wat gekregen. (lacht)

Uiteindelijk heb ik daar dan een aantal keer gespeeld. Daar was dan iemand die ergens een koffiehuis had en die me daar uitnodigde, enzovoort. Zo heb ik heel die periode wel kunnen overbruggen. In de Barfly was ook een oude man die naar elk van mijn concerten is komen kijken. Met hem heb ik veel gepraat over de teksten. How Can You Know? was voor hem bijvoorbeeld een heel waardevol nummer, waardoor ik toch nog wel aan die tekst ben gaan schaven.

Het mixen van de plaat gebeurde in Kentucky, Louisville met de band. Heb je iets gemerkt van het veranderde, politieke klimaat ten opzichte van vorige keer dat je er was?

Het was de eerste keer dat ik in het binnenland van de Verenigde Staten was: Kentucky, Nashville, Memphis en New Orleans. Daarvoor was ik altijd in staten en steden geweest waar een links gedachtegoed heerst. En nu begreep ik plots veel beter waarom Trump de verkiezingen gewonnen heeft.

De band en ik zijn in een paar wijken in Louisville geweest waar we achteraf van een Uber-chauffeur te horen kregen dat we daar toch beter niet meer zouden rondwandelen. Op een bepaald moment zei een meisje ook heel stoer tegen Simon Casier: “I like your shoes.” Wat achteraf slang bleek voor “Als je niet oppast, ga ik je beroven.” Een meisje van tien en drie volwassen gasten waren bang. Er waren daar in de laatste paar uur tweeënvijftig drugsslachtoffers gevallen. Schrijnende, uitzichtloze armoede gezien; kleine vervallen huisjes ook. Die mensen willen gewoon iets anders proberen. Die zien een uitgestoken hand en grijpen die arm.

Dat is het Amerika dat je niet op televisie te zien krijgt.

In New Orleans hadden we hetzelfde. We waren allemaal fan van de reeks 'Treme' van een aantal jaren geleden. We wilden dus naar New Orleans, maar we stapten nog maar net uit onze huurauto of iemand stapte al op ons toe om te vragen wat we daar deden, met de mededeling dat er op dat kruispunt regelmatig mensen worden neergeschoten. Waanzin!

En dan ben je misschien toch weer blij als je terug in België bent.

Het is een feit dat de dingen hier beter lopen op veel vlakken, ja. Het is gemakkelijk om van het romantische Idee "Amerika" te houden, als je tot de middenstand behoort.

Tot slot: heb je het nieuwe seizoen van 'Twin Peaks' al gezien?

Nee, nog niet! We gaan wel een plaktattoo van de Douglas Firs bij de plaat stoppen. Dan weten mensen na drie platen toch eens waar onze naam vandaan komt. (lacht)

Dit artikel verscheen ook op Newsmonkey.be.

14 oktober 2017
Geert Verheyen