De Staat - “Wat moeten we nou met jullie?”

De Staat heeft net vijfde album ‘Bubble Gum’ uitgebracht. In België zit de band nog volop in een groeiproces, maar in Nederland zijn ze een "Grote Groep". Daar is een show in AFAS Live aangekondigd voor 16 maart. De capaciteit van die zaal komt overeen met een Lotto Arena of Vorst Nationaal. Bij ons moesten ze het doen met passages in Hasselt (Muziekodroom), Sint-Niklaas (De Casino) en Kortrijk (De Kreun). Deze zomer lonkt een nieuw Belgisch hoogtepunt: een plaats op de Main Stage van Rock Werchter.

Wij spraken met de band de middag voor het concert in Sint-Niklaas. Torre Florim (leadzanger, gitarist) en Rocco Hueting (toetsenist, gitarist, zanger) zaten nog volop in de voorbereidingen voor die show, maar maakten graag even tijd om met ons te praten.

Wat we zelf zo sterk vinden aan De Staat is de onvoorspelbaarheid en veelzijdigheid. Neem bijvoorbeeld de eerste twee tracks van ‘Bubble Gum’ – KITTY KITTY en Fake It Till You Make It – en je hoort al twee totaal verschillende nummers.

Torre Florim: We zijn intussen al meer dan tien jaar bezig en we hebben dat al vaker gehoord. Alleen wordt dat gegeven meestal benaderd als iets moeilijks. De muziekindustrie vindt het niet leuk dat we te divers zijn, dat we niet te plaatsen zijn. “Wat moeten we nou met jullie?” horen we dan. Maar dit is gewoon wat wij doen. We hebben het altijd zo gedaan.

Rocco Hueting: Het komt ook wel voort uit de muziek die we allemaal luisteren. Die is heel eclectisch en divers. We luisteren hiphop én wereldmuziek én blues. En dan komt er organisch een soort smeltkroes uit.

Torre: In Nederland is dat nooit zo’n issue geweest omdat we daar langzaam groter en groter zijn geworden door veel te spelen in de kroegen van het land. En dan leren de mensen je kennen en aanvaarden ze ook veel gemakkelijker wat je doet. Maar blijkbaar ligt dat veel moeilijker in het buitenland, waar we als "nieuwe" band de neus aan het venster steken.

In Nederland hebben jullie de status – en ook wel de eigenzinnigheid - van pakweg dEUS hier. Jullie zijn overigens samen nog op tournee geweest door Engeland.

Rocco: Ook al tien jaar geleden, in 2008. Dat was een vrij indrukwekkende driedaagse: Dublin, Manchester, Londen. In Dublin kregen we van een jongeman, die in die zaal werkte, ongeveer hetzelfde compliment als wat jij net zei: “Ik heb nog nooit een band van heavy metal naar reggae weten gaan.”

Dat waren vele eerste keren: voor het eerst in een busje samen, voor het eerst naar het buitenland; de grootste clubs die we tot dan toe hadden gezien.

Hoe loopt het naar jullie gevoel hier in België?

Torre: Ik vind het eigenlijk wel goed gaan. Het is uiteraard niet op het niveau dat het in Nederland is, maar ik vind niet dat je dat zo moet meten. Als je kijkt naar de muziek die we maken, staan we in Nederland nu op onze maximale grootte. In België ben ik al blij dat we enkele clubs kunnen vullen. Ik heb ook al het idee dat redelijk veel Belgische bands weten wie we zijn en dat het daar altijd mee begint: dat we zo doorsijpelen naar wie niet professioneel met muziek bezig is.

De Belgische optredens zijn het begin van een Europese tournee die jullie naar Engeland, Frankrijk, Italië, Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland brengt. Hoe loopt dat?

Torre: We hebben ook veel met Triggerfinger gespeeld in Nederland. En toen speelden zij in Nederland ook in zaaltjes voor honderdvijftig mensen of zo. Ze zijn gewoon blijven spelen en hebben live een reputatie opgebouwd. Gewoon volhouden en genieten van het spelen. We hebben ook wel eens voor een handvol mensen gespeeld, letterlijk. Triggerfinger is wel een voorbeeld geweest op dat vlak. Met de uitzondering van de video van Witch Doctor, wat even een boost was, hebben we geen echte hits gehad. En achteraf gezien is dat een cadeau. Er is niks waar ons publiek meer op zit te wachten dan op iets anders. We moeten onze shows niet in het teken zetten van één gigantische hit.

We kunnen een kat een kat noemen: Fake It Till You Make It gaat over trolls en artiesten die trolls gebruiken. Over Dotan, toch?

Torre: Onder andere, ja. Het is zeker geïnspireerd op het verhaal van wat daar gebeurd zou kunnen zijn. Rond dezelfde tijd las ik ook een artikel over een metalband die zijn populariteit helemaal had verzonnen en die een hele tournee had weten te boeken in grote zalen terwijl er helemaal geen fans waren. Het is mijn onderzoek van wat echtheid is en waar de grens zit.

Dat nummer, maar ook bijvoorbeeld Tie Me Down bewijst dat jullie ook gewoon een goede, frisse popplaat kunnen maken.

Rocco: Er zit ook wel een grote popliefhebber in ons hoor.

Torre: Als we muziek maken, nemen we van hier en daar dingetjes die we interessant vinden en die haal ik vaak uit popmuziek. Alleen vind ik de vorm van een popnummer vaak niet zo boeiend.

Ondanks al die eigenzinnigheid zijn jullie erin geslaagd om heel veel aandacht te krijgen van 3FM, toch een zender die doorgaans meer popgeoriënteerd is dan waar jullie voor staan.

Torre: Ik denk dat ze op een bepaald moment niet meer om ons heen konden. Ze zijn zoekende, maar wij en zij merken dat, als wij er zijn, dat ze dan wel veel respons krijgen. We hebben er net een showcase gespeeld en daar was best wel veel animo voor bij de luisteraars. Uiteindelijk is het gewoon een goede match. En ik ben blij dat we überhaupt ergens op de radio gedraaid worden.

Hebben jullie, voor je aan een nieuw album begint, een plan, een idee over waar het naartoe moet gaan? Of zien jullie dat onderweg gewoon?

Torre: Ik schrijf de demo’s en de liedjes en vaak beginnen we met een gevoel: “Ik wil meer dit soort shit maken.” Dikwijls is het ook een reactie op de plaat daarvoor omdat je die helemaal kapot hebt gespeeld en geen zin meer hebt in wat je daarop deed. Zo begint het eigenlijk. In dit geval wilde ik meer met beats doen, maar gaandeweg gingen we dan samen met de band op zoek naar dingen en geluiden die dat complementeren. Gaandeweg begon ik ook te merken dat er tekstueel een soort thema was: het in je eigen bubbel zitten. En als je dat door hebt, dan ga je je daarop focussen.

Rocco: Torre vindt steeds meer een soort lijn door terug te kijken naar wat hij al heeft. Dat kan thematisch zijn, maar evengoed een bepaald soort drumlijn, bijvoorbeeld. Bij ons loopt tijdens de opnames alles een beetje door elkaar. Wij zijn allemaal een beetje bezig met ons individuele gepiel, maar Torre houdt het grote plaatje in de gaten.

Op Musicmeter.nl las ik een beschrijving van deze plaat van een gebruiker (Metalhead88) die met ‘Bubble Gum’ zijn eerste plaat van De Staat had beluisterd: “Het voelt als een zeer eigenzinnig kind dat is verwekt door een onenightstandorgie met David Bowie, Nine Inch Nails, Infected Mushroom en Die Antwoord tijdens een Thunderdome-feestje in de jaren negentig. Of zoiets.”. Dat was een leuke.

Torre: Thunderdome is onze jeugd, hé. Van Bowie ken ik eerlijk gezegd heel weinig. Hij is wel een boeiende figuur, maar ik heb me er nog niet echt in verdiept. Nine Inch Nails heb ik me ook nog niet in verdiept, maar ik heb wel veel naar hun shows gekeken op YouTube. Die zijn altijd erg krachtig en visueel ook top. Ze zijn heel erg herkenbaar: het maakt niet uit welk nummer je aan zet, je hoort dat het Nine Inch Nails is. Die Antwoord is visueel ook wel cool. Vaak krijgen we referenties te horen. We hebben bijvoorbeeld eens te horen gekregen dat we heel erg als Talking Heads klonken, maar ik had er op dat moment nog nooit van gehoord.

Kan je je het moment herinneren waarop je dacht: “Misschien moeten we een groepje oprichten?”

Torre: Rocco ken ik al vanaf de middelbare school. Jop, onze bassist, ken ik al heel erg lang. Ik ben acht dagen ouder dan hij en onze moeders hebben elkaar leren kennen bij de zwangerschapsgymnastiek, zo ver gaan we terug. Toen ik mijn eerste liedjes begon te maken op de computer, hoorde ik ‘Play’ van Moby. Nu vind ik er geen zak meer aan, maar toen vond ik dat super. En toen dacht ik: “Dat kan ik ook”, omdat het zo simpel opgebouwd was. Toen ben ik zelf dingen beginnen maken, die in mijn hoofd als Moby klonken, maar dat was natuurlijk helemaal niet zo. (lacht)

Toen ik dan wat ouder was, ben ik op Deftones en Korn overgeschakeld. En toen heb ik mijn eerste bandje opgericht. We speelden nu-metal. Later kwamen daar invloeden van Queens Of The Stone Age en desertrock bij. Vanaf dat moment was het alles wat maar interessant kon zijn.

Rocco: Onlangs las ik in een Belgische krant een artikel van twee pagina’s over de heropleving van nu-metal. Iemand van Raketkanon zei daarin dat er sinds de nu-metal in de rockmuziek nooit meer zoiets spannends en vernieuwends is gebeurd. En daar ben ik nu al twee dagen over aan het nadenken.

Torre: Daar valt wel wat voor te zeggen. De vermenging van stijlen was toen echt wel spannend. Ik heb onlangs nog naar Korn geluisterd en ik vind het nog wel vet klinken; ook die bassound en zo.

Rocco: Op een bepaald moment ben ik bij Jop in de klas gekomen omdat hij was blijven zitten en toen vonden we elkaar helemaal in die nu-metal. Alleen was ik toen ook al fan van The Strokes. Dat was mijn eerste ding, maar Jop vond dat kutmuziek. Dat waren maar twee akkoorden en hij wilde Tool luisteren. Dus ik luisterde Tool en dat vond ik dan ook wel weer leuk. En sindsdien is het een hutsepot van dat alles geworden.

Nieuws, dat nooit echt tot bij ons is geraakt, is dat jullie de afgelopen drie jaar en ook nog dit jaar (263.000 EUR per jaar) een subsidie hebben gekregen van het Fonds Podiumkunsten. ’t Is niet dat jullie dat gewoon op jullie spaarboek konden zetten.

Torre: Ken je De Speeldoos? Dat is een project van mezelf en van Roos Rebergen, zangeres van Roosbeef. Met haar heb ik twee ep’s gemaakt, ‘De Speeldoos’ en ‘De Tweede Speeldoos’, met daarop liedjes die we gemaakt hebben op basis van gedichten of verhalen van mensen met een verstandelijke beperking. Het idee is om nog een derde Speeldoos te gaan maken op basis van verhalen van ouderen.

De insteek hier was: hoe kunnen we een wereld, die gescheiden lijkt van een andere wereld, weer bij elkaar brengen. Mensen met een verstandelijke beperking en mensen in een woonzorgcentrum zijn allebei een beetje afgesneden van de rest van de wereld. En die ruimte, die kloof, willen wij mee helpen overbruggen.

Het Fonds schreef in de commentaar dat De Staat “niet virtuoos” is. Dat lijkt me net het doel en de bestaansreden van De Staat omdat jullie daardoor gaan zoeken wat jullie nooit eerder gedaan hebben. Om daar vervolgens virtuoos in te worden.

Torre: Virtuositeit zit in een heleboel dingen. Ik denk dat zij in hun tekst doelden op het snel na elkaar noten kunnen spelen of zoiets en dat is in ons geval niet zo belangrijk. Bij ons zit het inderdaad meer in het opentrekken van grenzen.

Rocco: ...iets doen dat alleen wij kunnen doen. In Nijmegen – waar we vandaan komen – hebben we bijvoorbeeld eind 2017 vier shows gespeeld met het podium in het midden van een tent en met een knappe lichtshow en alles erop en eraan. En dat voelde als iets dat niemand anders dan wij hadden kunnen doen. Een liedje als Witch Doctor is daar ook een voorbeeld van.

Torre: Creativiteit ontstaat door begrenzing, maar ik vind die creativiteit net het leukst als je ze zelf maakt.

Tot slot, nog eentje uit de track-by-track. Daarin zeg je, Torre, dat je een nieuwe obsessie hebt: MMA cage fighting. Hoe ben je daar in godsnaam bij terecht gekomen?

Torre: (lacht) Ik weet het niet meer precies, maar ik denk dat ik erbij gekomen ben door een podcast van Joe Rogan. Hij heeft een behoorlijk populaire podcast en hij is ook commentator bij de Amerikaanse MMA. Toen ben ik down the rabbit hole gegaan en het werd een beetje een obsessie. Ik kijk er nog steeds veel naar, ik luister ernaar en ik vind het razend interessant. Wie moet je als persoon zijn om dat te doen en dat te willen doen? Het is de enige sport die mij interesseert, omdat er zoveel op het spel staat, een beetje zoals bij een show van De Staat. (lacht)

Rocco: Als je kijkt, doet het echt iets met je. Ik heb ook al gekeken en het gekke is: dat ging een beetje onafhankelijk van elkaar. Het is zoiets bruuts met zo’n grote intensiteit. Fysiek vind ik het ongemakkelijk. Het heeft iets barbaars. Je gaat jezelf ook morele vraagstukken stellen: “Mag ik er wel naar kijken?” terwijl het eigenlijk ook gewoon een circus is met eigen trucjes.

17 februari 2019
Geert Verheyen