Broeder Dieleman - Alles gaat altijd door

Broeder Dieleman is terug van eigenlijk nooit weggeweest, maar nu is er wel voor het eerst in drie jaar een nieuwe plaat en die werd iets heel speciaals/ een kunstproject dat met heel veel aandacht en ambacht werd vormgegeven en verkrijgbaar is via Snowstar Records. Over zijn nieuwe album hadden we een gesprek met de artiest zelf.

Zo tussen 2012 en 2015 was je enorm productief. Sindsdien viel het een beetje stil. Alles in orde toch?

Dieleman:
Stil gezeten? Dat gevoel heb ik zelf niet. Ik heb niets uitgebracht, maar ik heb wat losse projecten gedaan zoals voor Motel Mozaïque, een ep met instrumentale muziek en eentje met Wannes Capelle; ik heb opgetreden en ik heb geschreven, heel veel geschreven. En dan heb ik natuurlijk ook nog ander werk moeten doen. Ik probeer van de muziek te leven, maar af en toe moet ik toch bijklussen. Die relatieve stilte had dus ook een economische reden.

En toch maak je heel veel werk van de vormgeving van je albums.  ‘Uut De Bron’, je vorige album, was al heel mooi vormgegeven en al je teksten zaten er bij. Nu ga je nog een stap verder. Is dat niet enorm duur?

Nee, dat is niet zo slim (lacht). Maar dat is zo gegroeid. Ik wou er echt iets moois van maken en zo kwam er bij de plaat ook een fotoboek met behulp van Uitgeverij Loopvis. Maar we hebben wel op de centen gelet, hoor, en uiteindelijk is het ook maar een beperkte uitgave: vijfhonderd cd’s en lp’s en toen was het geld op. Meer ga ik er ook wellicht niet van verkopen. En wie de plaat wel koopt, krijgt toch iets redelijk exclusiefs voor zijn geld. Het is een prachtig product en de muziek blijft nadien ook gewoon beschikbaar via Spotify en zo. ‘Uut De Bron’ verkocht ook redelijk snel uit. En wie de plaat kocht, heeft meer dan wie ze achteraf streamt. Dat vind ik wel goed zo.

Is er muzikaal veel verschil met je oudere werk?

Zeker! Zelfs de twee schijfjes zijn helemaal anders. Op het ene staan geen liedjes, maar wel een verhaal en op het andere staan acht nummers die ik al improviserend opnam met een band. De plaat gaat over natuur en de plek van de mens daarin. Als er in de natuur iets gebeurt, verandert er plots van alles. Als bijvoorbeeld de zon door de wolken breekt, ziet alles er plots anders uit. Daar zit een vorm van toeval in; actie en reactie waardoor plotseling iets moois ontstaat. Dat wou ik in de muziek leggen en daarom kozen we voor improvisatie. We wilden onszelf verrassen en een vorm van frisheid bewaren die we niet zouden verkrijgen als alles vooraf vast lag. Snap je dat?

Jazeker. Alleen, als ik door Zeeland fiets, lijkt dat landschap me zo strak georganiseerd en door de mens gecreëerd. Dat staat dan weer haaks op je muziek die ruw en soms onaf aanvoelt.

Dat ligt er toch een beetje aan waar je in Zeeland bent hoor. Zeeuws-Vlaanderen is zo krom als wat. Alles is wel aangelegd, maar het lijkt wat bij elkaar geraapt. Elke verhoging heeft zijn bestaansreden. Achter elk dijkje schuilt een verhaal. Elk bochtje in de weg is daar om een bepaalde reden. De Deltawerken, die zijn later gebouwd en veel groter, maar Zeeuws-Vlaanderen is hoekig en kleinschaliger.

Je woont tegenwoordig op Walcheren, maar voor dit album keerde je terug naar je geboortegrond aan deze kant van de Westerschelde, waarom?

Ik kom daar sowieso vaak, hoor. Mijn familie woont daar nog. Maar het klopt: ik heb twee jaar lang daar minstens één keer in de week een wandeling gemaakt. Telkens de hele dag vrij gehouden en de dingen laten gebeuren en alles ondergaan. Ik bleef elke keer weer iets zien in de natuur, in dat landschap. En het was gewoon ook heerlijk, om telkens een hele dag niets te moeten.



Je bent er dus in geslaagd om je kinderlijke verwondering niet te verliezen. Hoe doe je dat?

Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb dat hier in de stad ook. Ik hou de vogels en de wolken in de gaten. Dat zit gewoon in me. Ik was als kleine jongen al een kind van de waterkant. Ik ging vissen met mijn vader, we gingen zwemmen in de kreken en ’s winters gingen we er schaatsen. De natuur werd zo deel van mezelf, en ik een deel van die natuur. Het kost me geen moeite. Misschien dat je het op bepaalde momenten wel wat moet bewaken wat je binnen laat komen, waar je je focus legt, maar mij kost het dus geen moeite.

Net zoals op ‘Uut De Bron’ eer je Omer Gielliet met een nummer en het prachtige fotoboek bij de cd is aan hem opgedragen…

En hij is ook de verteller op de tweede schijf…

Dat wou ik nog vragen. Bij de vorige plaat leefde hij nog, vorig jaar is hij overleden. Blijft hij belangrijk voor je?

Het liedje over hem schreef ik eigenlijk in opdracht bij één van zijn laatste beelden dat in mijn geboorteplaats Axel werd geplaatst. Daar was ik al heel blij mee, maar ik wou meer doen en toen ben ik hem gaan interviewen voor een Nederlandse krant. En toen vertelde hij van alles over water en over de wolken die in dat water weerspiegelen. En ik herkende veel in zijn ideeën en in wat ik zelf beleefde en zag. Ik schreef daar vroeger ook al nummers over.  Sommige zinnen, die hij sprak, verwerkte ik in nieuwe nummers en zo werd alles één geheel.

Die man is nu wel overleden, maar zijn gedachtegoed, zijn erfgoed mag niet verloren gaan. Dat moet deel uit blijven maken van onze cultuur. Net zoals het Zeeuwse dialect. Daarom zing ik in dat dialect. Ik wil het een plek geven in de cultuur zodat het als cultuuruiting is vastgelegd. Omer was een beetje een mysticus en zo iemand moet je koesteren in een tijd dat alles zo letterlijk is. Hij zocht altijd betekenis tussen de dingen door of gaf een nieuwe betekenis aan iets ouds. Dat vind ik bewonderenswaardig.

Alles op de twee schijfjes vormt dus toch een geheel.

Inderdaad. Van sommige dingen heb ik het zelf nog niet door, maar het interview, de teksten, de muziek, de foto’s,… alles is aan elkaar gelinkt. 

Er lopen ook een paar andere markante figuren rond in je nummers: Jane Pape en Christophorus, een naamloze tafelmaker die best wel eens Omer Gielliet kan zijn. Zijn jouw platen een soort van muzikaal, regionaal museum dat wil bewaren wat anders verdwijnt?

(lacht) Oh maar ik ben geen instituut of zo. Ik vind die verhalen gewoon mooi en waardevol. Ze horen ook echt bij mijn streek. Je kan in Zeeland niet rondlopen zonder over die verhalen te struikelen. Zoals ik al zei, zit aan alles daar een verhaal. Toen ik daar ging wandelen, kwam ik allerlei spookverhalen tegen die ik dan online ging opzoeken. En Christophorus (de Heilige Christoffel, die ooit Jezus over het water droeg, nvdr) bedacht ik er bij, omdat het natuurlijk een streek was, waar de mensen vaak het water moesten oversteken. Jane Pape was zogezegd een heks. Zij was anders dan andere mensen en werd uitgestoten en gepest. Haar liedje is bedoeld als postuum eerherstel. Maar ik vind het inderdaad wel mooi om die verhalen een plekje te geven zodat ze ook de toekomst in gaan.

Voor een Zeeuw is water uiteraard belangrijk; dat kan moeilijk anders. Je parafraseert zelfs de bijbel als je schrijft: “We zijn geboren uit water en zullen er in terugkeren.” Iets helemaal anders dan “tot stof en as zult gij wederkeren.”

Dat is toch ongeveer hetzelfde, niet? Maar het klopt ook volgens de evolutieleer. Alle leven is toch ontstaan in het water?

Ik vond het vooral mooier eigenlijk. Stof en as, dat klinkt zo… streng, zo doods.

En water beweegt en vloeit, inderdaad. En het weerspiegelt het licht.

Anderzijds kan het ook alles wegspoelen. En daar zijn jullie Zeeuwen je ook erg bewust van en toch blijven jullie er nuchter bij. Toen ik onlangs door Zeeland fietste, zag ik overal bordjes: “Het water blijft komen”, als slogan voor een tentoonstelling.

Tja, de zeespiegel stijgt, nietwaar? En in het verleden heeft Zeeland inderdaad erg te lijden gehad onder het geweld van de zee. Het hoort er bij, ook al die verdronken en gekrompen dorpen op Schauwen.

Mij maakt dat weemoedig en dat doet jouw muziek soms ook.

Echt? Op deze plaat valt het wel mee eigenlijk (lacht). Ik waak er alvast over om zeker niet nostalgisch te klinken. Ik verlang niet naar vroeger of zo, wel naar houvast of richting of zo. Ik geloof alvast niet dat de dingen vroeger beter waren.

Is het elders beter of mooier? In het Heuvelland bijvoorbeeld, waar je deze zomer op Dranouter Festival stond.

Mooier en beter niet, maar ik vind het wel een mooie streek, ja. Ik kwam er al als puber en heb er een paar jaar geleden ook al eens gespeeld en ik vind het er wel mooi. Heel West-Vlaanderen vind ik mooi, maar net omdat er grote verwantschap is met Zeeuws-Vlaanderen. Vroeger was het één groot gebied. Ik herken er veel in.

Voel je je dan ook verbonden met mensen als Wannes Capelle of Willem Vermandere?

Oh ja, zeker! Muzikaal vind ik ze geweldig en ook taalkundig liggen we dicht tegen elkaar. Er zijn weinig dialecten die me zo natuurlijk aanvoelen als het West-Vlaams. Willem Vermandere is zelfs een held voor me, een voorbeeld. Ik heb hem helaas niet zien spelen op Dranouter, maar ik zag hem al vaak elders en ik vind hem magnifiek. Hij is voor mij één van de beste singer-songwriters van de Lage Landen ooit.

Zou je ook met hem eens iets samen willen doen? Zoals met Wannes?

(lacht) Volgens mij is Vermandere daar niet het type voor. Nee… die moet zijn eigen ding doen. Daar ga ik mij niet mee bemoeien (lacht weer).

De titel van de plaat, komt uit Omer II, maar lijkt ook te suggereren dat je verhaal nog niet gedaan is, dat er nog iets komt.

Ja, dat klopt. Dat is ook altijd zo. Maar eigenlijk verwijst de titel naar de handtekening van Omer Gielliet. Hij was ook beeldhouwer en signeerde zijn werk met een komma. Omdat alles altijd doorgaat. Een boom viel om en stierf, maar uit zijn dode stronk maakte Gielliet een beeld en dat is ook weer een komma.

En ja, na deze plaat komt er nog wat: optredens en daarna een ep samen met Wannes Capelle en ik maakte ook nummers met Baby Dee, een fantastische muzikante. En ondertussen schrijf ik ook weer eigen nummers.



Kom je ook in België spelen?

Nou, voorlopig is Eindhoven het dichtste bij, maar in het voorjaar van 2019 kom ik zeker jullie kant op. Al mijn shows vind je op facebook en tumblr. Hou me in de gaten!

Doen we!

8 september 2018
Marc Alenus