gala dragot - twerking music
Marc Alenus — 3 juli 2026
Twintig jaar is ze. Geboren in België, maar de dochter van de Albanese artiest Robert Aliaj Dragot sluit geen compromissen. En dat is te horen op haar debuut-ep.

Het is misplaatst om Gala Dragot als het zoveelste clubpoptalent te bestempelen. De zangeres met de rokerige stem groeide op in een artistiek nest vol theater en beeldende kunst en die multidisciplinaire achtergrond vertaalt zich direct naar haar compromisloze debuut-ep 'twerking music' (Cloudshaper). De titel is even ironisch als misleidend: dit is geen hedonistische clubplaat, maar een gelaagd, gitzwart stuk solitaire artpop.
Waar de hedendaagse popmuziek vaak wedijvert in overdaad en hyperactiviteit, kiest Dragot resoluut voor de omgekeerde richting. De sound is spaarzaam en afstandelijk, gekenmerkt door elektroclash, ijzige synths, krassende strijkers, piano en veel lege ruimte. Toch klinkt het nergens kaal. Geïnspireerd door zowel klassieke grootheden als Puccini en Scriabin als door grensverleggers zoals Björk en Eartheater, balanceert ze vloeiend op de rand van klassieke grandeur, jazz en elektronisch experiment.
In de zeven zelf geschreven nummers zingt Dragot met de directheid van iemand die besloten heeft dat ze niets meer te verliezen heeft door eerlijk te zijn. Opener catch me I'll surrender loopt over van introspectieve melancholie, terwijl femcel anthem de eenzaamheid en zelfhaat vangt van de internetgeneratie in dromerige jazzarrangementen, . Maatschappijkritiek schuwt ze evenmin: het schurende, parodiërende hiphopnummer uglyyyyy fileert de geldverering in de popcultuur, en bees and we transformeert van een requiem voor de bij, die verdwijnt door chemische bestrijdingsmiddelen, tot een meditatie over westerse homogenisering.
Dat ze aandacht nodig heeft en herinnerd wil worden, bekent ze eerlijk in de adembenemende parel don't discard what's left of me... om dan af te sluiten met punish me, weer zo'n song die onmogelijk ongemerkt voorbij kan komen, maar die je ietwat ongemakkelijk schuifelend op je stoel achterlaat. En zo kom je toch nog enigszins in de buurt van dat "twerken".
