Amenra - 'De Toorn' / ‘With Fang And Claw’
Zoals eerder dit jaar al vermeld, heeft Amenra drie jaar na het Nederlandstalige ‘De Doorn’ nieuw werk uit. Geen album, maar wel twee aparte ep’s: ‘De Toorn’ en ‘With Fang And Claw’. Eerstgenoemde is een verlengde van het laatste album, terwijl ‘With Fang And Claw’ een voorbereiding wordt op het toekomstige ‘Mass VII’. Maar ondanks het nieuwe materiaal zou het kunnen dat fans enigszins op hun honger blijven zitten.
‘De Toorn’ opent met Heden, de eerste single die enkele maanden geleden al besproken werd. Het titelnummer is de tweede song op deze ep. En net daar wringt het schoentje. Beide ep’s bevatten elk slechts twee songs. Men zou zich kunnen afvragen waarom de vier nummers dan niet op één volwaardig album hadden kunnen staan. Nu dien je je als fan twee ep’s aan te schaffen – een knappe marketingstrategie in elk geval. ‘De Toorn’ klokt af op net iets minder dan zesentwintig minuten, ‘With Fang And Claw’ haalt zelfs geen veertien minuten. Een beetje jammer om het op deze manier aan te pakken, maar dat zal uiteraard goedgepraat worden door de ervaring, de atmosfeer, het artwork, enzovoort.
Terug naar de muziek zelf. De Toorn (Talisman) begint met een knappe gitaarpartij die gauw aangevuld wordt door de rest van de band. Het heeft zelfs iets weg van de zweverigheid van The Doors. Opnieuw wordt de muziek, naarmate de song vordert, intenser en zelfs lichtjes sneller qua tempo. Amenra weet er op die manier wel serieus de spanning in te houden. Als de finale dan uiteindelijk losbarst, kom je weer met beide voeten op de grond terecht. De pletwals, die het vijftal is, verwoest alles op zijn pad. Al bij al een knappe song, waarvan we vooral het eerste deel en de opbouw onthouden.
Van de Nederlandstalige ep gaan we over naar de Engelstalige, waarbij Forlorn de spits afbijt. Het tempo ligt bij deze song alvast hoger, maar de gebruikelijke Amenra-formule blijft dezelfde. Hard en zacht wisselen elkaar af en zorgen voor de typische harmonie. De band is na al die jaren nog niets aan overtuiging verloren en beukt zich een weg doorheen de eerste vier minuten. Halverwege gaat Colin even clean en valt alles stil – om daarna met scheurende gitaren dubbel zo hard terug te komen. Dit gaat live vonken geven.
Als laatste van de vier tracks vat Salve Mater de koe bij de hoorns. Geen intro, meteen alles erop en eraan. Het is de kortste song van de vier, maar gelijk ook degene met het minste impact.
Qua geluid heeft Amenra nog nooit voller geklonken: de mix en mastering zijn beide van uitmuntende kwaliteit. Het is zelfs nog een stapje hoger dan wat we hoorden op ‘De Doorn’.
Er wordt aangekondigd dat deze vier songs een nieuw tijdperk voor de band inluiden. We zijn benieuwd.