Schemerzone #11

Mario De Block3 juni 2026

Welkom bij een persoonlijke blik op muzikale zijpaden van april 2026.

Schemerzone #11

Intussen woont Dirk Serries rustig op een heuvel in het landelijke Bourgogne, muzikaal de overgang gemaakt hebbend naar vrije gitaarimprovisatie, met een zekere hang naar jazz en avant-garde. Goed twintig jaar synthgestuurd industrial- en ambientwerk ging daaraan vooraf, vooral solo als vidnaObmana (Servisch voor 'optische illusie'), af en toe ook in samenwerking, bijvoorbeeld met Steve Roach. Rond 2005 gingen de synths aan de kant, en kwamen een stevige Gibson, Epiphone Les Paul en Ibanez in de plaats, samen met een set effectpedalen, voor meer organisch-intense ambientdrones als Fear Falls Burning. Rond 2010 koos hij voor zachtere gitaardrones, als Microphonics, en het was op een Duitse doublebilltour dat hij met rauwere genregenoot N -Hellmut Neidhardt- connecteerde. Dat zou al snel leiden tot een eerste jam samen, nog voor een eerste duoconcert, en die soundcheck uit ’10 zou in ‘17 de eerste Scatterwound-release worden, als 'SC01'. Nog in ‘17 volgde een uitgebreidere tour samen. Vlak voor een optreden in Bochum zochten ze een studio op in Duisburg voor improjams, en daarvan kwam nu, digitaal en op drie plakken vinyl, een neerslag uit via Midira, een label uit Essen dat zich specialiseert in doorgaans limited uitgaven in de dark jazz, experimentele noise en bronstige ambient. Typisch een label dat ook investeert in artwork, en in dit geval ook een limited - direct uitverkocht - fotografisch tourboek, maar dat vraagt tijd en geld, waardoor de release ook wat op zich liet wachten.

Geen nood: de opnamen staan flink overeind en vatten ook goed de ietwat wankele, intense tijdsgeest samen met nogal wat gewapend conflict, en allerlei gespreid schaamteloos politiek opportunisme in de verre schaduw van die ene Amerikaanse, half duivelse zonnegod, hoe heet hij ook alweer.

Intense gitaardrones scheuren, schuren en schrapen al snel vellen van je speakers, in de bewust ongepolijste, daardoor qua volume enigszins wisselende A-zijde (Serries en Neidhardt doen voorlopig niet aan titels). Woester, scherper jagen de gitaren hun oerschreeuw over de muren met B. Een eind ver in C kicken de zware drones, in zeer mooi samenspel met kathedrale boventonen, helemaal in. Of hoe het doorlopend rauw brullen en schreeuwen van de snaren een mooie, bijna doorlopende balans vindt met die bronzen bovengalm, ontstaan door een uitgekiend samenspel van gecontroleerde audio-feedback, de fysieke eigenschappen van buizenversterkers, en de harmonische stapeling van delay- en reverbeffecten.

D keert even de rollen om, bouwt rustiger elektrisch op, terwijl de zwaarte van de boventonen domineert – daarin met extra emotionele kracht sprekend. Hoe rauw, hees en onteder de gitaren even later ook gieren, hoesten, brullen: die overtonen kanaliseren ook hier de grootste, bijna als religieus aanvoelende impact.

E en F kiezen een andere, iets gefilterder klankkleur, maar doven de kaarsen niet.

Massieve snaartrillingen, rechtstreeks vertolkt in allerlei haarrillingen: ‘SC01’ is bij momenten als een traankliertest voor liefhebbers van jagende, verzadigende powerdrones.

Zonder veel omwegen trekt ‘Impartation’ (‘overdracht’) je in een intens elektro-akoestisch drama. Geen lukrake keuze: de plaat volgt na David Åhléns flinke burn-out en enkele jaren van stilte en diepe introspectie, met rouw, herstel en spirituele overdracht als kernthema’s. Ook niet toevallig: Shin (symboolterm en -teken voor vuur en transformatie) zet meteen een Soma Enner in, een experimentele textuursynthesizer van Soma Laboratory, merk waarvoor Åhlén al enkele jaren ambassadeur is. Het toestel heeft geen toetsen, maar metalen platen, die direct reageren op de micro-elektrische lading van vingertoppen. Verandert de druk ervan, dan reageert het analoge circuit snel, met wild sonisch bochtenwerk tot gevolg, en scheurende synthbogen, zich metend als met een jonge Tim Hecker.

Dat de man ook als kind van een rondreizend baptistenpredikant opgroeide, verklaart een terugkerende link met devotionele muziek. Zo worden de falsetstem van Åhlén en de woordloze zang van Rebecka Karlsson bijna ononderscheidbaar doorheen een Soma Cosmos geleid voor Untitled, met panning delay en cross-feedback als basisopzet. Yinnon resynthetiseert Åhléns stem granulair doorheen een bos van spannende effecten, rijzend vanuit op de Enner aangebrachte, aangestreken metalen snaren, met een vloer van ruis, opgebouwd met de inductieve Soma Ether. Een intense - en muzikaal geslaagde - chaos bereikt er een hoogte-/dieptepunt, leidend over de stemloze reset in Largo naar het meer introspectieve titelnummer. Vav plaatst onstuimige kathedrale drones centraal, ook Dove vindt nog geen vrede. Pas met Postludium volgt een zekere rust, ook in vocaal duet, daarmee een zeer intens parcours afrondend, wellicht bewuster van de eigen overschreden grenzen.

Opgegroeid als dorpsgenoten en lagereschoolvrienden, delen Erik K. Skodvin en Otto A. Totland al sinds 2003 een liefde voor neoklassiek en ambient onder de naam Deaf Center. Licht sinistere ambient ook, met een hang naar emotionele intensiteit aan piano en strijkers. ‘Through Time/A Second’ zet het concept tijd centraal. Vergeleken met de vorige platen geven ze hun spel een trager ritme mee, met (nog) meer nadruk op overtonen en reverb. Aanvankelijk gebeurt dat nog zonder hang naar snijdende melancholie; de openingsfase ademt zo vooral rust en beheerst contrast.

An Existing Place zet vervolgens vettere dark-ambient-synths tegen een gevoelig coda aan de toetsen. Through Time (Part Two) wordt op zijn beurt getekend door een contrast tussen hoge, fijnbesnaarde violen, dikke, lome altviool- en cellosnaren én een dynamische piano met veel bas- en middentonen. Die textuurvariaties werden overigens met tapedelay en reverb nog verder opgerokken.

Het doezelige I Myst trekt daarna een meer mystieke kaart met nog breder uitgesponnen synthakkoorden over een bed van fijn borrelende glitch, waarna het monumentale Further analoge synths, cello en Simon Goffs viool en altviool in wolken van weemoed drenkt. A Second voegt daar muzikaal weinig meer aan toe, en werd daarom terecht ontkoppeld van het album, zo functionerend als paralleltrack.

Voor Başak Günak is er geen verschil tussen hoe muziek naar, langs en door ons lichaam heen stroomt bij het maken of beluisteren ervan, en hoe trillingen doorheen de kosmos als geheel bewegen. Dus doopte ze zich Ah! Kosmos, debuteerde ze met succes op Denovali (‘Bastards’, met analoge synths, drums en gitaar), haalde een master in sounddesign en engineering, verzamelde een bijzondere set-up (met ondermeer een Buchla 100, een haldorofoon en traditionele Turkse fluiten), en connecteerde ze via Instagram met Hainbach, pseudoniem voor Stefan Goetsch, vanuit een gedeelde kleine fetisj voor een HP Word Generator 8006A, oorspronkelijk een telecom-testapparatuur, maar in hun handen ook ritmesequencer, die ze via AudioThing ook hielpen digitaliseren. Die had het nog doller gemaakt met de aankoop van pulsgeneratoren uit oude deeltjesversnellers, oscillatoren uit vroege nucleaire meetapparatuur, een Bechstein-piano, magneetbanden en filterbanken, voorheen gebruikt om dolfijngeluiden mee te analyseren en onderzeëers mee op te sporen. Die set-up was nog niet rijp voor gebruik op het vooral met een Moog Sonic Six, Farfisa Polychrome, Crumar DS2 en een ARP2500 geschreven ‘Blast Of Sirens’, ook op het Berlijnse FUU.

‘Gentle Hum’ klinkt opener, en zet de unieke apparatuurset meteen ook zonder moderne filter in het licht. Je hoort dus alle ruis, tikjes, klopjes, stroomgeknisper en bromtonen doorheen de rijke, bijwijlen filmische mix van kraut, kosmische ambient, drones en hi-tech geluidskunst. Zo gaat Pink Floyd naar de Berlijnse School met een zwevende Buchla in de opener, en brengt Ruin een ritmische update met flukse generator- en Eurorack-pulsen. Even later maakt Apparition met zwaar gefilterde Buchla een sfeeromslag naar de vroege jaren tachtig, om met Into The Glare head first in minimal coldwave te duiken. Ook Like Sleepwalkers drukt een koudeoorlogsignaal in: tijd om met de magneetbanden de temperatuur in het korte Bindings op te schroeven. Het gevaar is pas geweken na de chopped drone in An Afterlife, met zachtere atmosferen met rijke details in de texturen – die alleen helaas een paar keer worden verdrukt door wat storend prominente elementen: een hardnekkig houterig ritme van een pulsgenerator (Further Than Sunlight) en de druk flapperende tapes in The Shelter. Op naar een derde plaat dus met een hopelijk iets strenger op tonaliteit geselecteerde studioset?

Voor ‘Dream Temperature’ inspireerde saxofonist Anenon (Brian Allen Simon uit L. A.) zich op een interviewquote van Etel Adnan: “When you dream, you rarely know it. But when you wake, you carry within yourself almost the temperature of the dream". Die innerlijke waas, typisch volgend op dromen, zocht hij actief op door nachtelijke opnamen vorig najaar, waarbij hij inplugde op een Roland Aerophone AE-30, als digitale windsynthesizer. Via variabele blaaskracht en kantelbewegingen worden daarmee al even variabel schommelende dronepatronen gemoduleerd, solo aangevuld met tenorsax, akoestische piano en fieldrecordings, verzameld in Los Angeles, de Auvergne, Japanse kuststad Toyama, en op de Californische Berkeley Hills en Sardinië. Daar houdt het niet mee op: de man stuurt de sax doorheen MAX/MSP, daarmee uit enkelvoudige noten akkoorden en harmonieën opbouwend, zich tegelijk dwingend in één of twee takes in te spelen, ter behoud van voldoende spontaniteit. De raakste tonen vallen in het dromerig-poëtische titelnummer, en in When The Light Appears, Boy, waar de sax, eens de elektronica loslatend, in een vat vol zachte melancholie valt. Illustratief voor de stijlvariaties hier vervat, kiest Room Tone voor een snellere jazzsolo, draagt een pensieve piano Mirror en Postscriptum, en maakt zijn inventieve gebruik van elektronica en fieldrecordings hem op dat vlak een multi-instrumentale geestesgenoot van klarinettist Ben Bertrand.

Chihei Hatakeyama is een referentie in de weids uitgesponnen ambient. Weinigen slagen er als hij in synth- en gitaarpatronen zo rijkelijk uit te vouwen tot de brede, kalme hemelkoepels die zoveel van zijn werk zijn gaan kenmerken. Ook 'Unconsciousness Silence' wordt getypeerd door die kunst met een iets vollere sound nog dan regel. Klassiek start hij dan met zeer lichte aanraking van één of enkele snaren, bevriest hij fracties van die akkoorden, de aanslagen daarbij wegsnijdend, rekt hij die in loops verder uit, laat het volume ervan aanzwellen, en past hij er ruime reverb op toe, een MEL9 als emulator, aangevuld met selecte synths, verdere effectpedalen, fieldrecordings en heel soms een piano of vibrafoon. Afhankelijk van de track kiest hij qua snaren dan een Gibson Les Paul voor een voller geluid, een Fender Stratocaster voor een helderder of lichtere basistoon, Gibson Flying V voor experimenteler werk, en de zesnarige Flying V of de zevensnarige Ibanez voor zwaardere drones. Resultaat: flink wat zwevende boventonen, in harmonisch samenspel leidend tot een stevige trompe l’oreille, pareidolie genoemd, waarbij je langgerekte klankgolven als menselijke zanglijnen gaat interpreteren.

U mag rustig gaan liggen na deze technische les, en vaststellen met welke zacht vervoerende kracht deze zesdelige plaat variaties op dat thema vastlegt. Ze verveelt - ook als vijfenzestigste solo-album - geen seconde, integendeel.

Een ontvolkte stad, waarboven een verlaten satellietstelsel op reststroom signalen doorzendt, als seinen van een voorbije tijd: het imaginaire hoofdthema van ‘Osaka’ op het Duitse Insectorama, dubtechnolabel uit Leipzig. Nitrile Affair groeide op aan de Spaanse zuidkust met Bauhaus, Depeche Mode en Brian Eno in de platenkast, maar nam de afslag richting minimal techno, elektro en dubtechno na ontmoeting met werk van Efdemin en Extrawelt. Het resultaat: een tikje cleane, maar netjes geproduceerde en gemasterde dubtech in Osaka en Dubnotic, met minimal feel zonder al te veel rook om het hoofd. Een atmosferische neon haze, golvende elektrische gitaar en diepere puls vullen Meta verder aan. Vooral de remixen overtuigen: labelbaas Markus Masuhr giet Meta in vollere dubtrance met volgehouden zachte gloed, Pepo Galán injecteert viriele elektro synths, vocal chops en granulaire ruis in Dubnotic.

Koop niet blindweg de digitale release van Billus’ ‘Lobby Life’: ze staat bewust geprijsd aan 1000 dollar om de vinyluitgave te promoten. Sam Marsh, opkomend Australiër in abstracte homedub, grossiert in Oozer met subtiele klavieren, een bolle Roland SH101 en downpitched houten blazer, Slink weet zich gestut door een ietwat hoekige elektrobas, Tickle 2 handelt in deep house met nadrukkelijke futurejazzelementen en de toch wel zeer smaakvolle titeltrack sluit af met licht hypnotiserende, vroege Move D x Jan Jelinek x Sven Weisemann-esthetiek. Max headroom voor homebase mind grooves.

← Terug naar overzicht