Schemerzone #10
Mario De Block — 29 april 2026
Schemerzone, een persoonlijke terugblik op muzikale zijwegen van afgelopen maart.

Lia Kohl (cello), Macie Stewart (viool) en Whitney Johnson (altviool) zijn als dertigers nog groeiende namen in de zeer omvangrijke alternative scene in Chicago, muzikaal na New York en LA de derde belangrijkste stad van de VS. Die omvang hangt niet alleen samen met het rijke netwerk aan clubs, studio’s en muzikale opleidingen daar: ook de eenvoudige betaalbaarheid van een deel van de stad telt daarin mee. Toch heeft driekwart van de venues het ook daar sinds corona financieel moeilijk, dus het is afwachten of en hoe trend en scene evolueren. Het trio Kohl-Stewart-Johnson mikt na allerlei eerdere onderlinge samenwerkingen alvast niet op een groot publiek voor een eerste gezamenlijke release aan de strijkers, bijgekruid door stemwerk en tape-bewerkingen. Uitgesproken soleren staat hier net zomin voorop, wel onderlinge responsiviteit, uitgaand van improvisatie rond vaak langgerekte snaartonen, waaraan via soms enkelvoudige, soms ook dubbele of drievoudige woordenloze zang klankkleuren worden toegevoegd, en manipulaties aan vintage tapemachines verdere korrel en (forse) ruis binnenloodsen. Onder die soms wel iets te grove textuur worden regelmatig tonale clusters opgezocht, geleidelijk verschuivend in timbre, maar af en toe is er ook ruimte voor avontuur, waarbij Kohl een met haarspelden aangespannen cello betokkelt (laundry | blood), snaren extra zwaar worden aangestreken (burning | counting (sleeping)), of gezamenlijk aangeplukt (paper folding | disappearing). Die accenten bieden welkome afwisseling in een vooral introspectieve, met meditatieve discipline ingespeelde (groei)plaat, waarvan de tracktitels trouwens zijn ontleend aan Yoko Ono’s ‘Grapefruit’, een boek vol korte tekstuele partituren, bedoeld als spirituele denkoefeningen voor de lezer.
Hoewel de akoestische gitaar hem tot eerste muzikale oefeningen bracht, zou de Nijmeegse Flin Van Hemmen jazz gaan studeren in Amsterdam, met specialisatie in drumwerk. Destijds een veelgevraagd jazzdrummer op Europese podia bij ondermeer de vroeg gestorven Michael Brecker, verhuisde hij na afstuderen naar Harlem, New York, zich verdiepend in avant-garde en abstracte soundscapes. Daarbij werd multi-instrumentalist Sean Ali een regelmatige compagnon de route, ondermeer bij kwintet Field Recordings, en op ‘Forest Music’, deels een muzikale boswandeling, waarbij het duo muzikaal reageerde op bosgeluiden onderweg.
‘Could Also Be The Nachtzwaluw’ is een solorelease die op die weg verderbouwt, de mystieke leefwereld van de nachtzwaluw centraal stellend: die van een zeldzame, als grondbroeder kwetsbare vogel, typerend voor (boom)heiden en aangrenzende open bossen, ook rond Van Hemmens geboortestreek, waar hij bij avondschemering en vooral in broedtijd hoge trilzang voortbrengt.
Opener Loneduck The Divine brengt een krakerige set gelaagde veldopnamen, waarbij zowel korale oefenzang als iemand met vrij ernstige hooikoorts de toon zet. De titeltrack is opgedragen aan de al genoemde Ali, Marcescent In E min zet een improviserende gitaar centraal, refererend aan het proces van afstervende bladeren, kort voor ze vallen. Ballyconneely verklankt het kustlandschap van dat West-Ierse dorpje, bij een stemmig gedempte piano in reverb. Vaker spelend in het grensgebied tussen compositie en improvisatie bespeelt Van Hemmen in Fugue State ontstemde toetsen op de grens tussen repetitiviteit en abstractie, en met Allan Holdsworth krijgt de gelijknamige jazz-fusionist een eerbetoon aan piano en gitaar, open en zwevend als deze experimentalist vaker musiceerde. Clarinet Concerto Palate Cleanser brengt een zwierige klarinet, terwijl een verhuiswagen vlot achteruit laveert, waarna een klein orkest inruimt en een mistige haven achterlaat met Ships In The Night, al heeft de organist aan het harmonium het nog even moeilijk met loslaten.
Goed twee jaar geleden brak James Blake de ketenen met Universal/Polydor en startte hij het eigen Good Boy Records, zich losmakend van TikTok- en andere marketinglogica, tegelijk Vault.fm lancerend, een algoritmevrij muzikaal platform voor rechtstreekse interactie en toegang tot onuitgegeven werk van hem en andere meer alternatieve artiesten. Hoe indie Blake daarmee ook is, hij blijft tegelijk een veelgevraagd producer, geroemd om zijn integratie van snedige elektronische innovatie in pop, hiphop en r&b, in samenwerkingen met onder meer Beyoncé, Jay-Z, Frank Ocean, Kanye West en recent ook Rosalía (op Como Un G). ‘Trying Times’ doet een verdere gooi naar een status als totaalartiest die al sinds zijn gelijknamige debuut in hem sluimert. Een mooie stem met bereik van 3.4 octaven (van bariton tot sopraan-falsetto) helpt natuurlijk als singer-songwriter, maar ook zijn zin voor pitch perfect techno, grime, breakbeat, dubstep, indie r&b en electronic soul tekenden mee een breed uitwaaierende discografie. ‘Trying Times’, zijn zevende lp, zet vooral soul- en gospelinvloeden uit de jaren vijftig tot zeventig voorop, en echoot daarmee indrukken uit Blake’s vroege jaren, opgroeiend met platen van Stevie Wonder, Sam Cooke, Joni Mitchell en Leonard Cohen uit de collectie van zijn vader, jazzrocker en ietwat avontuurlijk sessiemuzikant voor blue eyed soul artiesten als Leo Sayer, Jeff Beck en Rod Stewart. Ook Jeff Buckley was een referentie, net als Dusty Springfield, wiens What Are You Doing The Rest Of Your Life? werd gesampled in Rest Of Your Life, zoals ook een stukje van Cohens You Want It Darker in Death Of Love sloop. Maar hoeveel retro er ook spreekt uit ‘Trying Times’: de zin voor hi-tech productie vloeit doorheen de hele plaat. Al is James bleek, ergens schuilt er ook een tikje zwarte ziel in de man, die vooral niet in een gesloten tijdscapsule wil passen, dus rolde hij ook een Torso T1 aan voor Rest Of Your Life, een moderne sequencer om via algoritmes complexe ritmiek en melodische variatie toe te voegen. Vertrouwd, maar ook verfijnd in gebruik, zijn ‘s mans one choir syncing met voice stacking, nu wat warmer klinkend resultaat dan langere tijd het geval, terwijl het enthousiaste gebruik van pitch shifting, voice chopping, (reverse) reverb en Tempophonic z’n al brede vocale bereik verder oprekt of er een bevreemdende edge aan toevoegt, met fysiek nét onmogelijke stemtrilling, inkapseling van simultane noten, versmelting van kop- en borststem, of tweaking van gaststemmen als van Monica Martin (Didn’t Come To Argue), Santan Dave (In The Darkness), Yebba (het titelnummer en de verknipte gospel Through The High Wire) en partner en coproducer Jameela Jamil, vocaal eerder op de achtergrond. Er is ook de nodige variatie naast de soul- en gospeltoetsen: Make Something Up, over mortaliteit, voegt een subtiel bluesrandje toe aan de gitaar en Rest Of Your Life biedt puntige technoswing. Puntjes van kritiek dan? Het iets te lief ingezongen Obsession mist connectie met de in principe toch giftig-verstorende inhoud van dat begrip, en Feel It Again gebruikt méér galm en toetsen dan kon gezegd worden met minder. Toch rekt Trying Times overtuigend verder het muzikale veld op, dat Blake voor zichzelf al zo ruim afbakende.
Met zacht schurende erupties van granulaire gong-resonanties opent de titeltrack ‘Lustres’, intens en smaakvol nieuw werk van Steven Hess en Michael Vallera, samen Cleared. Hess, instaand voor drums en elektronica bij black metal-/postrockband Locrian en deel van elektro-akoestisch trio Haptic, droeg lange tijd ook bij aan materiaal van Pan American en werkte af en toe samen met Fennesz. Vallera is tegelijk fotograaf, maakte vorig jaar jaar nog een plaat met Lee Ranaldo en releasete verder meermaals op Denovali. Boden ze bij de start als duo in 2011 nog veel plaats voor drums en gitaar, geleidelijk werd het werk meer getekend door uitgepuurde drones, fieldrecordings en intense hi-tech ambient. Meer nog dan op voorganger ‘Hexa’ op Touch gaan de vier tracks op ‘Lustres’ op in een harmonische, diepere flow, met broeierig-atmosferische drone ambient, vol zachtjes krakende tot roezig ruisende signalen uit synths, gitaar, percussie en omgeving, en occasioneel een subtiele, microtonale break.
Sietse van Erve, Orphax voor de kenners, liet drumstel en sticks achter in Tilburg voordat hij zich nog tijdens zijn studies geologie met specialisatie in wetenschapscommunicatie in Amsterdam op minimale drone-ambient zou concentreren. Ongeveer een kwarteeuw later heeft hij daarin een ruime discografie, waarin materiaal in aanvang nog wel ’s koel klonk, bij momenten ook een tikje clean, maar vervolgens het accent werd verlegd naar een warmer, voller geluid. Voor het tweedelige ‘Continuations’ is in zekere mate ingezet op een live benadering, zonder al teveel detaillistische postediting achteraf. Met twee synths werd een gelaagde basisdrone gekozen: een helderder aanvoelende Vermona Perfourmer MKII-droneklank als van een loden pijporgel, en een wat donkerder, meer metalige Arp Odyssey-klank, die in beide tracks om elkaar heen wentelen, afwisselend op zoek naar het voorplan. Met een Taiga Pittsburgh Modular werden enkele muzikaal aansluitende tonen ingespeeld, tegelijk inzettend op lichte interferenties tussen de oscillaties, binnen prettige grenzen. Alles werd live ingespeeld in de studio, op aparte sporen, daarmee enkele verdere bewerkingen als panning en spatializing mogelijk makend in verschillende sessies. Die interesse voor beheerste klankmatige imperfecties deelt van Erve met de ZERO- en Fluxusbeweging: stromingen waarin toeval, imperfecties en niet-gestandaardiseerde geluiden op geheel eigen manier ruimte kregen. Liever dan glad geluid na te streven, blijft ook ‘Continuations’ liever weg uit een zoveelste muzikaal smetvrij sauna- of badhuis.
De Roemeense DYL, Eduard Costea, wil met zijn muzikale en levenspartner als DYL & Roberta op ‘Achordat 002’ geluid tot zo voelbaars mogelijk omvormen. Dat leidt tot een viertal hoofdzakelijk dubby ambient en micro-elektronische experimenten, met in CC11 een begeesterende mix van schommelende, klotsende, zuchtende, zuigende, kussende, borrelende en tikkende loops, pulsen en golven, die tegelijk prikkelend en kalmerend weten in te werken. De lens beslaat al snel in CC22, waar Burial-waardige subbassen inventief granulair worden verpulverd in slim stuwende ritmiek. DD11 veegt vervolgens aardig wat stof aan de kant, lukraak wat huisraad omstotend, waarna DD22 experimenteert met brandend vinyl, een tambal (of cimbalom) in een echokamer en andere vrije percussie uit de kringloopwinkel. Best wel spannende experimenten daar, in die slaapkamer in Cluj.
Shinichi Atobe is een enigmatische mid-vijftiger uit Saitama, noordwestelijk van Tokio, die opgroeide met muziek van Led Zeppelin, Massive Attack en, vooral, The Smiths. Een slecht klinkende eigen elektrische gitaar en enkele platen van Maurizio en Carl Craig dreven hem naar de techno, en op instinctief gevoel stelde hij op zijn dertigste een eerste ep samen: ‘Ship-Scope’, waar abstractie à la Autechre, intimistische ambient en dubtechno elkaar ontmoetten, de weg vindend naar referentielabel Chain Reaction. Dertien jaar stilte volgden, tot Demdike Stare op zoek gingen naar die obscure maker, en daar ‘Butterfly Effect’ uit volgde, een lp op hun DDS-label. Intussen werkte Atobe een opleiding muziektheorie af, aangegaan om zich buiten de beperking van het eigen intuïtieve kader te kunnen bewegen, en stichtte hij plastic & sounds als eigen label, waarop ‘Silent Way’ meest recent uitkwam.
Referenties? The Timewriter, D-IX, Aril Brikha en Mathew Johnson, al zijn dat maar richtingaanwijzers voor een heel eigen recept in diepere tech-house, met bolle bassen, veel zin voor atmosferische dub, hoger opgeleide trance, en af en toe een flinke snuif Detroit (Blurred, Aquarius, en het aan Jeff Mills en Underground Resistance schatplichtige Syndrom).
Monolake, Rhythm & Sound, Vladislav Delay, Jan Jelinek, het zijn logische referenties voor wie zich richt op frisse dubtechno. Ook voor Javier Salazar en Noah Sfar dus, oprichters van Klape Nunsen, een jong label uit Bordeaux, dat niet alleen plaatjes uitbrengt, maar ook een eigen soundsystem runt en regelmatig events organiseert in en rond de thuisstad. Met Dialog tekenden ze de in Finland wonende Samuel van Dijk (audiovisueel designer en ook actief als VC-118 op ondermeer Delsin) en de al langer in de scene opererende Rasmus Hedland. ‘Riddim ep’ is niet hun eerste samenwerking. Ze tekenden al eerder voor rustig ambient dub-experiment op Astral Industries, het eigen Dialog Sound, en DOT Records, maar op de titeltrack krijgen ritmes nadrukkelijk ruimte over rijk getextureerde ambient. Er spreekt opvallende zin voor balans en beheersing uit het resultaat, een gevoel dat ze delen met beide labelbazen, die elk tekenen voor een organisch ademende remix. Vooral die van Sfar is erg sterk, waar die van Deadbeat vertrouwd ruimtelijker reverbpatronen weeft rond de machinale en live percussie van de basistrack.
Het is alweer van 2000 geleden dat Lawrence - Peter M. Kersten - doorbrak in de mnml deep house. Al speelt tijd eigenlijk geen rol, zo tijdloos als hij zijn materiaal hier zeker op de A-kant uitwerkt, tegelijk het Smallville-label en bijhorende online shop runnend. Spaarzaam worden de beats over de ‘Poppies ep’ uitgestrooid, met ijl-mistige synths en dromerige toetsen (Angels), densere hazy chords en wankeler pitch-gemoduleerde synths, af en toe kracht bijgezet met de trademark Korg M1 finger bass, ook bekend via DJ Sprinkles (Ray). Ocean Drive en de titeltrack zijn iets flukser in hun sfeerschepping. Gemoedelijke mnml die je cortex in een subtiele vortex brengt.
Er wordt wel eens gesmaald om Ricardo Villalobos, met reels van dj-sets in wazige staat, of met allusies over de nieuwe recordduurtijd waarop de hi-hat op een nieuwe remix doorkickt. Goed, die remixen duren niet zelden tientallen minuten (bedoeld om je zachtjes naar een zekere vorm van trance te brengen), en ja, een paar kartels zullen vast goed geld bieden op zijn as bij crematie, maar hij schreef ook al een paar propere classics in de minimal house-/dubtech-scene, en is noch als dj noch als mzuikant of remixer bang van avontuur, met bijvoorbeeld remixwerk van een pak werk op ECM (met Max Loderbauer), bijdragen in het Moritz von Oswald Trio, weldra uitkomend werk met het Japanse mnml xprmntl-gezelschap goat (jp), of samenwerkingen met Oren Ambarchi. Voor het Turks-Amerikaanse Omni Sound cureerde hij ‘When There Is No Sun’, een collectie herwerkingen van werk van cosmic jazz afrofuturist Sun Ra, inspirator voor velen in dubtech en door jazz geïnspireerde dance. Ook voor vroege pioniers in het vak, zoals A Guy Called Gerald, die de stem van schrijfster en activiste Mahogany L. Browne hier knap bewerkte met bitcrushing en analoge filtering), en Chez Damier, die met de Franse Ben Vedren het (helaas niet erg indrukwekkende) Heart 2 Heart-remixduo vormt. Veel materiaal op de plaat gaat aan de slag met muzikaal materiaal van ‘Living Sky’, een recente plaat van Sun Ra’s Arkestra, maar bijvoorbeeld Underground Resistance baseerde zich met dichter Saul Williams tweemaal op spoken word materiaal van ‘My Words Are Music: A Celebration Of Sun Ra’s Poetry’, vooral in de opener mooi gecombineerd met hun robofunk. De Zambiaanse SHE Spells Doom (Wamya Tembo) remixte twee Arkestra-werken met veel zin voor eigen roots, en Calibre combineert drum’n’bass en een melodie uit een prelude van Chopin (Ra’s favoriete pianocomponist) met bronmateriaal van datzelfde Arkestra, sinds Ra’s dood geleid door de nu bijna honderdjarige Marshall Allen. Villalobos’ speelse piepknordubtechremixes maken beide duidelijk waar die regelmatige tien-minuten-ondergrens precies ook weer voor bedoeld is.
