Juan Atkins - So long, infiniti

RE:introducing

Mario De Block — 4 november 2026

Het is altijd een beetje vreemd om te zeggen over iets vloeibaars en voortdurend beweeglijks als muziek, maar met Juan Atkins is techno toch een pionier kwijt. De man, pas vierenzestig, stierf op 31 oktober aan een longembolie met hartfalen in een hotelkamer in Mexico-Stad, kort voor een clubset als dj. Tijd voor een muzikale levensloop.

Juan Atkins - So long, infiniti
Foto: Angie Linder, Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Atkins bouwde al sinds '77 aan een muzikale carrière. Eerst nog in funk- en garagebandjes, met basgitaar in de hand, geïnspireerd op P-funkateers als George Clinton, Sly, Funkadelix en Parliament. Vanaf '80 met elektro, als toen nog jong genre voor streetkids. Dat gebeurde met Richard Davis als Cybotron, aanvankelijk een duo. Met een bandnaam die, net als de naam van zijn latere label Metroplex, is afgeleid uit 'Future Shock' en 'The Third Wave', boeken van futuroloog Alvin Toffler, een favoriet van Atkins, met in diens metrocomplexen als versmeltende toekomststeden, en een voorname rol voor cyborgs en cyclotronen: deeltjesversnellers. Met ook toekomstbeelden van Arthur C. Clarke in gedachten leek de toekomst in elektro onbegrensd, maar toen Atkins in '82 New York bezocht, beet de realiteit meteen toe: Afrika Bambaataa bleek er al een flink publiek te hebben gevonden voor Planet Rock – even een knauw in de vernieuwingsdrang dus, en de voeten weer op de grond.

Beweeglijke voeten wel: funkier elektronische muziek werd zijn nieuwe missie, met een eerste beslag in Clear, uitgebracht in 1983 en snel de soundtrack voor vele Amerikaanse breakdancecrews. Niet zo heel ver dus van eerdergenoemde funkateers. Daarnaast spraken ook diverse Europese synthbands hem aan: Depeche Mode bijvoorbeeld, Dead Or Alive en Kraftwerk. Maar bij die laatste miste hij een zekere lichaamstemperatuur: een gemiste kans vond hij. De creatieve weg lag daar naar zijn aanvoelen helemaal open. Liefst op eigen voorwaarden trouwens: na een eerste lp als Cybotron, even een trio in 1983, wilden zijn twee bandgenoten muzikaal een ander pad op, met meer gitaren: minder vernieuwend en commerciëler, dus. Daar paste Atkins resoluut voor, hij hield aan vloeiende, minimale synths, liefst met een funky groove. In die gespannen fase zou de term techno vallen op een nieuwe single: Techno City, geïnspireerd op alweer Toffler. Wie weet niet helemaal toevallig in 1984, al herwerkte Atkins de track nog als Audiotech een jaar later.

Atkins' interesse in sciencefiction zal zeker verbonden zijn geweest aan dromen over een beter postindustrieel leven in centraal Detroit, waar de eens zo industrieel machtige stad al sinds de jaren zestig desintegreerde, terwijl de eerste robots er aan het werk werden gezet. Vanuit die kiemen blijft techno de soundtrack bij uitstek bij de transitie van een industriële omgeving naar een technologische samenleving. Tegelijk was er ook een stevig verhaal thuis: kort na de geboorte van Juans iets jongere broer vloog hun vader tien jaar in de gevangenis voor doodslag. Meteen na zijn tiende kreeg Juan een elektrische gitaar, wellicht om de banden weer aan te halen. Jaren later zou de vader van twee, ex-concertpromotor en vervolgens lokale drugbaron in Detroit, veroordeeld worden voor moord.

Na de Cybotron-split concentreerde Atkins zich vanaf '85 solo op Model 500: in naam een referentie aan Ford, gesticht in Detroit, dat serienummer 500 inzette voor haar topklasse. No UFO's werd de eerste single: nog steeds elektro, met een tikje New Order-invloeden ook, maar dichter bij techno. Vocaal nog wel, maar vooral met gevarieerde drumpatronen en vet borrelende synthlijnen. Kernaspecten die het keurmerk zouden worden van hoe hij techno liefst voor zich zag: bewust machinale klanken, verbindend met menselijke warmte.

Met inhoud ook, als het even kon. Uit een interview dat ik met hem had in 2004: 'Ik schreef No UFO's nadat ik zag hoe almaar meer mensen zich verloren leken te voelen, de blik gedrukt. Maar als je de blik opricht, richting universum, kan je weer connecteren met je diepere zelf. Omgaand met je eigen plek in het geheel. Zoveel machten in de wereld, van overheden tot multinationals, onderdrukken die vrijheid, drukken je blik naar beneden, zoekend naar geld, consumptie centraal stellend, je deprimerend, controlerend ook.' Een man met een wakker wereldbeeld dus. Opvolger Night-Drive (Thru Babylon) zou nog futuristischer klinken.

Techno kent al langer een wat geromantiseerde verhaallijn, verbonden aan ondergronds Detroit. Het genre kwam er zeker tot bloei, maar strikt genomen stond de wieg in de middelbare school van Belleville, vijftig kilometer zuidwestelijker. Zowel de ouders van Derrick May als die van Atkins, intussen gescheiden, hadden bewust de segrerende stad verlaten. Al een paar decennia kromp de industriële autoproductie er; de grote merken gingen goedkoper produceren in de zuidelijke en westelijke staten. Bovendien waren de VS toen een behoorlijk racistisch land, met een verarmende, zwarte stadskern en rijkere, blankere buitenwijken. Dan bood Belleville meer kansen.

Kevin Saunderson, geboren in New York, zou May en Atkins niet veel later vervoegen op dezelfde school, en als drie van de weinige zwarte tieners, met Atkins als oudste, zouden ze snel muziekapparatuur, talenten en, later toch weer in Detroit-centrum, ook lofts delen. Saunderson zou snel debuteren op Metroplex, later hits scoren als Inner City, May engageerde zich als Rhythim Is Rhythim en Kaos in romantisch retrofuturisme, werd een vinnige dj en stichtte Transmat, en Atkins, de rustigste van het trio, had hen, met Eddie 'Flashin' Fowlkes, al als Deep Space Soundworks verzameld: een dj-gezelschap dat het nachtelijk stadsleven in de nieuwste muziekstroming zou trekken. Met zijn eigen Deep Space Radio op een stadszender tekende hij het pad nog breder uit voor elektro en de vroegste techno.

Gelokt door een trendgevoelig platenbaas van Kool Kat, die de Europese markt wilde openen voor techno, met de hulp van Virgin, bezocht het Belleville-trio Engeland in 1988, tijdens de doorbraak van Inner City. Atkins beleefde blij verrast de combi van multiculturele en muzikale openheid van de eilanders, terwijl zijn Model 500 in 1989 de technogroove zou uitdiepen met The Chase.

Na het breken van de Berlijnse Muur zou de scene rond Tresor de carrière van Atkins verder openen op het continent, met parallel het Gentse R&S dat zich ook al snel breed engageerde voor de creatief volwassen wordende Detroit-scene, met een snel groeiende tweede en derde generatie techno-artiesten, en twee lp's van Model 500. Als producer maar zeker ook als dj bleef Atkins een open oor houden voor Europese invloeden. lllustratief daarbij is Atkins' werk als Infiniti, met als clubklapper Game One, vormgegeven met Orlando Voorn, die eerder al met Blake Baxter de banden aanhaalde in door Detroit bestoven clubmuziek.

In de latere fase zocht en vond Atkins een gezel in Moritz von Oswald voor eigenzinniger, verdiepender techno, eerst met 'Borderland', later als gelijknamig duo. Daags voor zijn dood bracht Tresor nog een geremasterde verzamelaar van Infiniti-werk uit. Werd Atkins sterk met techno geïdentificeerd, als dj - dat bleef hij tot zijn laatste dagen - keek hij ver voorbij de grenzen van het genre. Zeker niet altijd even sterk in beatmatching, werden tracks met voelbare liefde uit zowel rootsy Detroit, groovy elektro en disco, funky minimal, snedige Chicago ghettotracks, energieke club en stijlvolle deep house geplukt.

Niet alleen de hele Detroit techno-scene deelde en deelt haar eerbetonen en rouw na de dood van de stichter. De invloed van Atkins overstijgt die geografie: vanuit nagenoeg alle kwalitatieve richtingen in dance eerden dj's en producers zijn invloed. In essentie is Detroit techno dan ook meest verbonden aan een dieper muzikaal gevoel, met een eigen state of mind. Toch zal de scene zich voor een deel opnieuw moeten ijken in een toekomst zonder hem.

So long, Infiniti...

← Terug naar overzicht