Willy Mason - If the Ocean Gets Rough

Virgin Records

Tom Wouters8 november 2008

If the Ocean Gets Rough

Zodra we het nieuwe album van Willy Mason in onze cd-speler duwen en we het eerste nummer Gotta Keep Walkin’ horen, krijgen we een déjà vu van jewelste. We snorren uit onze grote archiefkelder het debuutalbum ‘Where The Humans Eat’ op, en inderdaad: Het eerste nummer van dat album heette Gotta Keep Movin’. Mason heeft na een fantastisch debuutalbum ervoor gekozen om op ‘If The Ocean Gets Rough’ het iets rustiger aan te doen.

Het verschil kan je alleen al van beide eerste nummers afleiden. Gotta Keep Movin’, van het debuutalbum dus, begin met ’n energieke intro, en gaat dan in die stijl verder, terwijl het openingsnummer van het eerste album wel een vertraagde versie van dat nummer lijkt. De energie ontbreekt. Het is voor ons wennen.



Het probleem met uitmuntende debuten is natuurlijk dat recensenten en luisteraars het volgende album met dat debuut gaan vergelijken. Na een eerste luisterbeurt kan dat bij Willy Mason alleen maar tegenvallen, omdat ‘If The Ocean Gets Rough’ een makke versie van de eerste plaat lijkt. Maar schijn bedriegt.



Hij is helemaal niet tammer geworden, maar volwassener. Mason was bij zijn debuut negentien jaar oud. Nu, drie jaar later heeft jeugdige onrust plaats gemaakt voor volwassenheid. Dat zoiets toch ook prachtige nummers kan opleveren bewijzen songs als The World That I Wanted, We Can Be Strong en When The River Moves On.

De folk- en countryinvloeden zijn op deze plaat iets verder naar de achtergrond verdrongen, en de liedjes zijn meer standaard popsongs geworden. Toch verandert dit al bij al niet erg veel aan het geluid. Het zorgt er hooguit voor dat, hoewel de nummers allemaal van hoge kwaliteit zijn, er minder echte uitschieters zijn.



Toch haalt Mason af en toe nog eens stevig uit. Niet zozeer op muzikaal vlak, maar vooral met zijn teksten. Zo is Save Myself de opvolger van Oxygen van het debuutalbum, dat toen gold als protestsong bij uitstek. Zinnen als “Where The Old Religion is the new greed” en “where vultures copyright the word free” verwijzen naar de Bush-clan, zijn haviken en zijn religieuze achterban. Bovendien is het ook meteen het sterkste nummer van het album. Een lied met een boodschap, verpakt in de vorm van een meezinger.



Net als onder andere Micah P. Hinson heeft Mason niet de stem van iemand die in zijn twintigerjaren zit. Rest ons de vraag wat jonge Amerikaanse singer-songwriters eten, dat de baard in hun keel zo overweldigend groeit. Niet dat we dat storend vinden: Meer nog, de ietwat lijzige, zeurderige stem van Mason is iets wat hem onderscheidt van de anderen, en geeft hem een eigen geluid.



Ons slotgevoel is dus, na een aantal luisterbeurten, vooral positief. De songs zijn iets rustiger, maar boeten daarom niet in aan kwaliteit. Toch hopen we dat op een eventueel volgend album het eerste nummer Gotta Keep Runnin’ heet.

 
 
← Terug naar overzicht