Virginia Wing Ecstatic Arrow

Fire Records
Ecstatic Arrow

Dit is al het derde album van Virginia Wing in evenveel jaar. De band uit Manchester trok naar Zwitserland en kwam terug uit de bergen met hun meest opwekkende en poppy plaat ooit.

Die vorige plaat ‘Tomorrow’s Gift’ werd snel ingeblikt samen met XAM Duo en was een moeilijk behapbare brok, geïnspireerd door Alice Coltrane, Pharoah Sanders en Holger Czukay. Voor dit derde album namen ze hun vriend en medewerker Misha Hering (aka Memnon Sa en eigenaar van de Holy Mountain Studio’s in Oost-Londen) mee aan boord. Of eigenlijk was het andersom, want Hering nam Virginia Wing mee naar zijn ouderlijke huis in Zwitserland.

Daar, in dat Zwitserse bergdorpje en in die huiselijke sfeer vond de band hernieuwde kracht, optimisme en helderheid. Het klinkt duidelijk door in de muziek, die dit keer werd geïnspireerd door zowel ‘Fourth Wall’ van The Flying Lizard, de uitbundige elektropop van Yellow Magic Orchestra als de speelse verfijning van ‘Press Color’ van Lizzy Mercier Descloux.

Ook de zang van Alice Merida Richards evolueert met elke plaat. Leek haar stem op vorige albums nog vaak op een ijskoude gletsjer, dan is die – net als zijn Zwitserse collega’s – grotendeels gesmolten en klinkt ze warmer, zelfbewuster en expressiever dan ooit. Ze doet nu wat denken aan Annika Henderson van Exploded View.

En dan zijn er ook nog de muzikale uitstapjes die Virginia Wing maakt richting wereld- en folkmuziek. De intro van opener Be Released is wat dat betreft al een voorbeeld en Eight Hours Don’t Make A Day is dat zelfs integraal. Deze track klinkt fris als een lentebries in de bergen en op de achtergrond kabbelt zelfs een bergstroompje mee.

Maar wees gerust, er zijn genoeg elementen die dit tot een herkenbare Virginia Wing-plaat maken: de tenorsax van Christopher Duffin, de repetitieve drumpatronen, de synths,… Ze zijn allemaal nog daar zoals de tedere, opbeurende single The Second Shift, die vooral vrouwen een hart onder de riem wil steken, bewijst. De twinkelende synths doen denken aan Strawberry Switchblade, nog een voorbeeld van het popgehalte van deze plaat.

Hiermee wil de band duidelijk maken dat de luisteraar(ster) zich niet mag laten platwalsen door de oneerlijkheid die globaal hoogtij viert of door zoveel ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Die boodschap komt ook in het centrale Female Genius en A Sister naar voren. Die laatste klinkt wel erg dansbaar door het schijnbaar van Sly Fox (Let’s Go All The Way) geleende ritme. 

Virginia Wing zal nooit even populair worden als de Lady Gaga’s of de Madonna’s van deze wereld, maar de band vond duidelijk vrede met zichzelf en doet waar ze goed in is: zeer smaakvolle, ja soms zelfs dansbare, experimentele pop maken.


8 juni 2018
Marc Alenus