Vetiver - To Find Me Gone
DiCristina
Debby Vervoort — 8 november 2008

Na de release van het debuutalbum ‘Between’ in 2004 ging Andy Cubic van Vetiver stevig op tournee. Meermaals geflankeerd door grootheden in het freakfolkmilieu, Devendra Banhart en violiste Alissa Anderson, bracht hij zijn fijne gitaargepriegel voor wie het horen wilde. Tijdens deze rondreis heeft hij zich duidelijk laten beïnvloeden door andere genres.
Het getokkel moet op ‘To Find Me Gone’ meermaals plaats ruimen voor country- en rockgeluiden. Toch blijft Vetiver trouw aan zijn roots. Soms té trouw, want enige afwisseling was welkom geweest. Het gros van de nummers teert op gitaren en strijkers, aangevuld met het zachte en melodieuze gezang van Cubic.
Nummers als No One World, Idle Ties en Maureen moeten het vooral hebben van hun kabbelende melodie en melancholische sfeer. Mooi en meeslepend, zonder twijfel, maar het gevaar meedogenloos op de achtergrond te verdwijnen ligt op de loer.
Toch zou het niet eerlijk zijn de hele plaat over dezelfde folk-kam te scheren. Opener Been So Long, met zijn intrigerende drum, zorgt voor een kippenvelmoment. Opvolger You May Be Blue moet hier zeker niet voor onder doen. Hier zijn de country-invloeden duidelijk merkbaar. Het nummer is eerder up-tempo en valt zelfs dansbaar te noemen.
Ook Red Lantern Girls is het vermelden waard, al was het maar omdat onze pacemaker het bijna begaf van het schrikken. Een nietsvermoedende luisteraar zou voor minder van zijn stoel vallen, als halverwege het nummer de elektrische gitaren loeihard beginnen te scheuren en dit zo doorgaat tot het einde. Zo zie je maar dat al die ingehouden gitaarpartijen ook bij de rustigste artiesten tot frustraties kunnen leiden.
Afsluiten doet Vetiver met een duet met Devendra Banhart. De hele plaat lang blijft laatstgenoemde onopgemerkt, hij speelt namelijk gitaar op de achtergrond. Maar op het laatste nummer kan hij het toch niet laten even van zich te laten horen. Hij was echter beter bij zijn partituren blijven zitten, want de samenwerking mondt uit in Down At El Rio, een nummer dat nauwelijks de aandacht trekt. Het voegt niet echt iets toe aan de plaat, en de ongeïnspireerde "lalala’s" waarmee het afsluit zijn niet bepaald om over naar huis te schrijven. "Een gezellig onderonsje onder twee maten" zou een gepaste omschrijving zijn.
Ondanks de gelijkaardigheid van de songs is 'To Find Me Gone' geen slechte plaat. Beter vijf pareltjes die wat op elkaar lijken dan tien rotslechte, doch experimentele, songs, nietwaar? De plaat doet vaak wat licht en zomers aan, maar past net zo goed bij een luilekker dagje liggen-aan-een-plas-water als bij een winters kampvuur met hete chocolademelk. Cubic bewijst dat hij zonder directe medewerking van Banhart ook een boeiende plaat kan afleveren.
