The Cinematic Orchestra - Ma Fleur
Ninja Tune
Davy Smet — 8 november 2008

Lees geen juiste (en hippe?) muziekbladen meer om nieuwe muziek te ontdekken. Ga simpelweg naar de betere platenzaak in je buurt en laat je overdonderen door The Cinematic Orchestra als je binnenstapt. Althans, dat was de manier waarop wij voor het eerst hun nieuwe album 'Ma Fleur' hoorden. Aan de grond genageld door zoveel pracht, wisten we op slag niet meer voor welke cd we nu juist kwamen. Vraag was echter of die "liefde op het eerste gehoor" ook bleef duren...
We hadden nog nooit van de groep gehoord, maar The Cinematic Orchestra is opgebouwd rond frontman Jason Swinscoe en het is vooral zijn project. De band wordt beschouwd als een jazz/electronic-ensemble, evenwel met verschillende gezichten. Hun sound evolueerde van een met elektronische samples gecomponeerd 'Motion' (uit 1999) naar een jazz-getint 'Every Day' (uit 2002) naar een nu poppier 'Ma Fleur'. Tussendoor werd in opdracht van het filmfestival van Porto nog een filmscore bedacht voor de stomme film 'A Man With A Camera' (uit 1929). Kortom, een groep met verschillende fascetten.
Dankzij de verschillende gastbijdrages komt die veelzijdigheid ook op hun nieuwe plaat naar voren. Helaas, zo overdonderd door de luisterbeurt in de winkel, zo teleurgesteld waren we toen we het thuis op ons kamertje alleen beluisterden. Als bij wonder, en gelukkig, ontspon er zich na enkele luisterbeurten evenwel een mooie muzikale collage die vaak ontroert en soms voor kippenvel zorgt.
De opener To Build A Home legt de lat meteen hoog. Gedragen door Patrick Watson (zie ook Pukkelpop en zijn eigenste 'Close To Paradise') mondt deze zes minuten durende popparel uit in het korte That Home, waarin Watson eindigt met: "This is a place where I don't feel alone / This is a place that I call my home". Wie zijn wij om hem zijn eigen thuis niet te gunnen? Hoogtepunten van deze plaat.
De andere bijdragen tillen het album evenzeer naar een hoger niveau. Zo weet de soullegende Fontella Bass te beklijven in Breathe en lijkt de acht minuten durende afsluiter Time & Space Lou Rhodes (ex-Lamb) perfect op het lijf geschreven te zijn. Bovendien weet ook het met opzwepende drums en bliepjes voorziene As The Stars Fall ons bij de les te houden.
Twee keer gaat het mis. Het titelnummer Ma Fleur past wel in het geheel, maar individueel is het veel te flauw. Ook Child Song is in datzelfde bedje ziek. En toch moeten we dit relativeren. Slechts twee smetjes op een volledig album is heel weinig.
