The Black Angels - Phosphene Dream
Blue Horizon
Fabian Desmicht — 20 september 2010

De hoes van ‘Phosphene Dream’ schreeuwt het uit. En in de albumtitel van hun derde plaat doen The Black Angels al helemaal geen moeite om te verhullen dat ze een psychedelische rockband zijn. Ze overgieten hun sound met een stomende retrosaus en behandelden hun songs stuk voor stuk met LSD. En er is goed nieuws: de behandeling slaat meestal aan.
De release van ‘Phosphene Dream’ valt samen met de herrijzenis van het iconische label Blue Horizon, dat op het einde van de jaren zestig onder meer Fleetwood Mac – toen nog een straffe bluesband onder leiding van Peter Green – onder zijn vleugels nam. Voor zo’n label lijkt de nieuwste van The Black Angels een geknipte eerste worp, al belooft Blue Horizon “muziek van opkomende artiesten uit uiteenlopende genres.”
The Black Angels houden het qua aantal genres beperkt tot één. En ze doen dat niet met de humor waarmee XTC onder de alias The Dukes of Stratosphear ooit de psychrock naar zijn hand zette. Nee, ze zijn doodserieus in wat ze doen. Hun sound is het doorwrochte resultaat van een fanatieke studie.
Toch kan het er behoorlijk opwindend aan toe gaan. Zo stijgt Yellow Elevator No. 2 op met surfdrums en een farfisaorgel. Op de vijfde verdieping pikt ze de golvende gitaarsound van The Byrds op. En uiteindelijk wordt ze door het dak gekatapulteerd in een ijle Syd Barrettlucht.
En over liften gesproken: The 13th Floor Elevators – niet toevallig stadsgenoten van The Black Angels – worden in het leven geroepen in Sunday Afternoon, vooral door het gebruik van een elektrische jug, een handelsmerk van de bende rond Roky Erickson. Je kan erover bakkeleien of dit nog louter een eerbetoon is, maar volgens de stadswetten van Austin is dit geen diefstal en wie zijn wij om aan die wetten te gaan twijfelen?
Andere elementen zijn soms moeilijker verteerbaar. Zo doet de band in River Of Blood te zeer zijn best om te klinken als The Doors. Alex Maas levert een bijna exacte kopie van Jim Morrisons stem. In True Believers bootst hij dan weer de profetische strot van Grace Slick na. Het is een beetje akelig, maar gelukkig zijn de songs nét goed genoeg om daarvan abstractie te maken.
Het hele concept van de band dreigt wel een gimmick te worden wanneer Entrance Song start met de tekstregel “Rolling fast down 935 / Supersonic overdrive”. The Black Angels brengen het met schijnbaar uitgestreken gezicht. Het enige wat hen op dat moment nog lijkt te onderscheiden van Spinal Tap is het feit dat hun drummer niet te pas en te onpas ontploft.
Vraagtekens bij de relevantie van de Texanen zijn volkomen terecht. Maar ‘Phosphene Dream’ is wel een album van een grote melodische en sonische diversiteit en een gesmaakt aperitief voor wie op het spoor wil geraken van de undergroundmuziek uit de sixties.
The Black Angels speelt op 4 oktober in de Botanique.
