Terrie Ex & Xavier Charles - Addis

Terp Records

Fabian Desmicht8 februari 2011

Addis

“Addis means ‘new’. That’s how it felt,” schrijft Terrie Ex. De titel van zijn samenwerking met klarinettist Xavier Charles verwijst ook naar de Ethiopische hoofdstad, waar het tweetal improviseerde in een hotelkamer en in de tuin van een bar. De context is ongewoon, de resulterende muziek nauwelijks te plaatsen. Wie bij Terrie Ex meteen aan punkrock denkt, komt gegarandeerd bedrogen uit. ‘Addis’ is avant-garde.


The Ex is sinds dertig jaar een constante in de Nederlandse undergroundscene. Het begon bij punk, door de jaren geïnjecteerd met avant-garde, improvisatie en wereldmuziek. Inmiddels wordt het collectief genamecheckt van New York tot Oost-Afrika en speelde het ‘In The Fishtank’ met Tortoise en Sonic Youth. Uitzonderlijk zijn ook de muzikale expedities van de band. Het was The Ex die de Congolese band Konono Nr. 1 naar het Westen haalde.

Met Ethiopië, waar de band jaarlijks projecten realiseert, ontwikkelde The Ex een aparte band. Zo nodigde gitarist Terrie Ex (geboren: Hessels) begin mei 2009 Fransman Xavier Charles (van improvisatiegroep Silent Block) uit naar Addis Abeba. Er bestaat niet echt een woord om uit te drukken hoe onconventioneel de duo-opname wel is, maar van een magische samenwerking spreken we evenmin. Dat de sound van de zeven improvisaties zo radicaal atonaal is, valt zelfs het meest doorgewinterde stel oren niet makkelijk.
Charles speelt klarinet en lijkt daarbij erg geïnspireerd door het geluid van de “surfaces vibrantes”, die hij met Silent Block ontwikkelde. Dat zijn oppervlakken waarop enkele dagdagelijkse voorwerpen dooreen worden geschud, met een lichte willekeurige percussie tot gevolg. Op eenzelfde manier laat Charles zijn klarinet briesen, grommen, trillen en janken. Ook Terrie Ex houdt een overwegend percussieve speelstijl aan. Hij speelt nauwelijks akkoorden, noch sequenties van afzonderlijke noten (en zeker niet in gebruikelijke toonladders). Hij schuurt over de gitaarhals, drukt de snaren tegen de elementen en speelt met de volumeknop.
‘Addis’ kwam dan ook erg aleatorisch tot stand. De vergelijking met een windmobiel, die geluid maakt door de onvoorspelbare speling van de wind, komt spontaan op.  De zeven improvisaties liggen wel in elkaars verlengde. Enkele regels lijken op voorhand vastgelegd: geen melodie, stil boven luid, omgevingsgeluiden (gepraat, een blaffende hond, verkeer) zijn toegelaten.
Instinctief doet doorgedreven improvisatie denken aan ‘Free Jazz’ van Ornette Coleman of ‘Machina Gun’ van het Peter Brötzmann Octet, maar die associatie gaat dus niet op. Wie die platen enkel knarsetandend kan uitzitten, wordt van ‘Addis’ helemaal suïcidaal. Stalen zenuwen en liefhebbers van dit soort impro’s kunnen mogelijk nog plezier beleven aan de kale sfeer van de zeven schetsen, de intensiteitswisselingen en, toegegeven, de instrumentbeheersing.
← Terug naar overzicht