Buffalo Tom - Three Easy Pieces

New West Records

Kevin Vergauwen26 februari 2011

Three Easy Pieces

Zekerheden. In tijden waarin opzwepende technobeats hoogtij vieren op radiozenders en festivals die ooit het summum van de alternatieve gitaarmuziek betekenden, zijn ze schaars geworden. Bent u ook niet stilaan de zenuwinzinking nabij wanneer slogans als “Brabançonne in jumpstyle op je mobieltje?” of “Bestel nu snel je Stan Van Samang-ringtone en ontvang gratis een Udo-inlegkruisje!” werkelijk dagelijks langs alle lichaamsholten naar binnen geramd worden? Wij vonden alvast de remedie tegen die nakende psychiatrieopname. De gitaarhelden van Buffalo Tom zijn terug, en hoe!


Na negen jaar van verstoppertje spelen - af en toe een duister soloprojectje hier en een té gezonde dosis huisje-tuintje-boompje daar - was het niet in het minst een Bad Phone Call dat de heren Bill Janovitz, Chris Colbourn en een schijnbaar van de planneet verdwenen Hilkin Maginnis opnieuw samen bracht. Zonder verder in detail te treden overdrijven we maar een klein beetje als we zeggen dat de aankondiging van ‘Three Easy Pieces’ op de daMusic-redactie onthaald werd met een party waarbij onze hoofdredacteur eindigde met de string van die achtenzestigjarige buurvrouw tussen zijn bilspleten.

We overdrijven nog veel minder wanneer we poneren dat dit drietal zowat de meest onderschatte gitaarband uit de nineties moet geweest zijn. Terwijl Kurt Cobain in 1991 nog de revolutie predikte met zijn parabels over albino’s, foute drugs en een dozijn andere onbenulligheden, hadden deze heren al pretentieloze pareltjes als Birdbrain en Enemy op hun actief en waren gitaarbommen als Sodajerk, Tree House en Kitchen Door in de maak. Dit enkel en alleen om te zeggen dat we hier te maken hebben met een streep bescheiden maar onversneden muzikale genialiteit.
Als een oude stoomtrein die uit zijn aftandse stalling vertrekt, zo jaagt Colbourns baslijn Three Easy Pieces op gang. Ronkend, proestend en vooral een dikke vette rookpluim achter zich latend door de Bill-Chris-samenzang die haast nooit eerder zo naturel klonk. Zonder veel schroom kan dit nummer dan ook opgehangen worden naast pakweg Tangerine en Taillights Fade in het greatest hits-kastje van de band. Loeihard of zeemzoet, altijd weet diezelfde emotionele driepikkel ons in te pakken met een mix van passie en energie. Neem nu het slepende You’ll Never Catch Him, een song die Janovitz schreef voor zijn dochtertje en waarbij hij er als geen ander in slaagt om de melancholieklem van bij de eerste seconde bijzonder zwaar aan te schroeven.
“Where Are All Those Golden Years?” Als we Bottom Of The Rain over ons heen laten blazen lijken ze nooit echt ver weg geweest. Haast spontaan hangt er een spandoek aan onze gevel met de welgemeende woorden “The Boston Buffalo’s are back!”. September Shirt scheurt en blijft uren, zoniet dagen hangen door zijn uiterst catchy en vakkundig snarengeram. Dat ook Colbourn de songsmeedkunst niet verleerd is, bewijzen het vurige Renovating en de wiegende pianobombast Pendleton. Op Wiser na wisten de heren ons zelden in te pakken met dergelijk devoot nummer. Interessant om weten is overigens dat de trompetpartijen door Janovitz himself werden ingespeeld.
Neen, jeugdige onstuimigheid kunnen we dit allerminst noemen. Alle drie zijn ze de magische veertig gepasseerd. Wij kunnen enkel hopen dat we op die leeftijd zelf met evenveel gemak nog zoveel kwaliteitspower ademen. Slechts dan, en alleen dan, zullen we net als Janovitz tijdens hekkensluiter Thrown besluiten: “I’m A Lucky Guy”. Who need’s the Jamba generation anyway?
← Terug naar overzicht