Tarja - Frisson Noir

V2

Jürgen Magerman27 juni 2026

Frisson Noir

De stem van Finse ijskoningin Tarja Turunen zal wellicht tot het einde der tijden vastgeketend blijven aan de hoogdagen van Nightwish, de toenmalig debuterende band waar haar klassieke sopraanstem sinds het verschijnen van 'Angels Fall First' als een fluwelen dekentje op een stenen bed van symfonisch metalgeweld gedrapeerd werd.

Na haar abrupte en ietwat verplichte vertrek uit Nightwish in 2005, bouwde ze een verdere solocarrière uit. Haar debuut ‘My Winter Storm’ was nog veelbelovend, maar daarna nam de pathos resoluut de teugels over van de power. Het resultaat verwerd tot een cocktail van operazang en gedwee gitaar- en synthwerk, dat een ideale formule bleek als introductie tot zoete dromen voor het slapengaan. Terwijl Tarja live steevast de sterren van de hemel bleef zingen, verdwaalde ze op plaat in - niet onverdienstelijke - klassieke uitstapjes en kerstalbums. Tot vorig jaar vreesden we dan ook dat Tarja een Finse herinterpretatie aan het maken was van het rijke carrièpad dat Hel(l)mut Lotti voor zichtzelf uitstippelde - hoe zou het trouwens nog met deze brave man zijn?

Maar kijk, daar prijkt ‘Frisson Noire’ in de betere platenbakken, als we goed kunnen tellen reeds het tiende studioalbum van la Turunen. En warempel: de metalgitaren mogen weer uit de stal. Sommige riffs ronken zelfs harder dan in de beginjaren tijdens My Winter Storm. Tarja balanceert opnieuw vakkundig op de snijlijn tussen snedige symfonische metal, melodieuze intermezzo’s en hapklare popmetal, waarbij ze een beter evenwicht vindt dan bij voorgaande pogingen de laatste jaren. Oh ja, nummers als de titeltrack en The Eternal Return tappen absoluut uit een sterk stereotiep “symphmetal"-vaatje, maar nodigen niet meer uit als gezond alternatief voor Lorazepam. Koning Pathos zwaait weer zonder scrupules van links naar rechts met de scepter.

Om het niveau ver op te krikken, werd er een hele stoet aan gastmuzikanten betrokken. Als ondersteuning van Tarja's magistrale stembanden lijkt daar eigenlijk geen nood aan te zijn. In het duet met Dani Filth (Cradle of Filth), zingt Tarja de krijsende Brit zonder al te veel moeite terug naar huis. Het geheel klinkt met z'n wisselwerking tussen hard en zacht stukken dynamischer dan we het afgelopen decennium van haar gewend waren, maar mist toch net dat tikje power meer. The Trace Outlives, waar ene Sayo Komada op de shamisen (een Japanse luit, voor de snaarinstrumentenleken onder u) tokkelt is een ambitieus nummer, maar komt in de praktijk toch net iets te braaf binnen. Een persoonlijk hoogtepunt is Tango, een Fins onderonsje met de cello-headbangers van Apocalyptica. Afsluiten doet de plaat met Against The Odds, waarvoor Chad Smith (Red Hot Chili Peppers) de drumvellen mocht beroeren, maar ze alvast niet tot gort sloeg.

‘Frisson Noire’ is een plaat die zowaar opnieuw een breder publiek mag en kan bekoren. Als deze bescheiden experimenteerdrift de voorbode is van wat nog komen moet, kan het in de toekomst zowaar weer boeiend worden. De mayonaise pakt misschien nog niet helemáál, maar begint toch tenminste te binden. Tarja, geef ons in de toekomst gerust weer rillingen, maar laat ze de volgende keer toch nóg wat zwarter zijn!

← Terug naar overzicht