Steve Thorne - Into the Ether

Festival Music

Christoph Lintermans19 januari 2011

Into the Ether

Dit schijfje viel bijna van onze radar. Steve Thorne is dan ook een singer-songwriter die zich niet laat ringeloren in een hokje. Melodieuze progrock: de invloed van Marillion is onmiskenbaar. Je zou het evengoed superieure poprock met een vleugje folk kunnen noemen, want ‘Into the Ether’ moet een erg breed publiek aanspreken.


Dat publiek zou dan meteen kunnen kennismaken met de crème de la crème van de Britse prog. Het lijstje gastmusici is indrukwekkend en varieert van bassisten Tony Levin en Pete Trewavas langs gitaristen John Mitchell en Gary Chandler tot drummers Gavin Harrison en Nick D’Virgilio. Of wat dacht u van It Bites-toetsenist John Beck, een schandelijk ondergewaardeerd talent?

Niet dat dit ratjetoe de composities naar hun hand wil zetten, dit blijft uiteindelijk het project van één meesterbrein.  Dat Steve Thorne een goed oor heeft voor pakkende liedjes, is van meet af aan duidelijk. Met hem achter de knoppen komt de samenhang op het album met een garantiebonnetje. En je zult ons niet horen klagen over de begeleiding: met name Levin en D’Virgilio zorgen voor een lekkere groove.
Verwacht geen complexe structuren of virtuoos soleren. Maar dit verdient een schoonheidsprijs inzake subtiele arrangementen. Het ambacht van de songsmid tot kunst verheven. En heeft meneer Thorne ook iets zinnigs te vertellen? Voor een singer-songwriter is dat wel een vereiste. Thorne schildert realistische miniatuurtjes; zijn teksten zijn een schatkist van kleine emoties.
Opener Kings of Sin is een - soms ironische - ode aan It Bites, de vroegere band van Francis Dunnery en één van de schaarse lichtpunten uit de dorre woestijnjaren tachtig. Dat John Mitchell – zijn opvolger aan het hoofd van de groep – hier een gitaarsolo op speelt, is natuurlijk een prettige knipoog. Maar de toon verandert snel als met Feathers en het titelnummer een bitterzoete afrekening komt met het sterrendom.
Er is ook plaats op het album voor zachte maatschappijkritiek, zoals op het uitstekende Granite Man. Helemaal ravenzwart wordt het in Black Dahlia, geïnspireerd door de gruwelijke moord op actrice Elizabeth Short in 1947. Sons of Tomorrow is een politiek geëngageerde boodschap, maar de anti-oorlogsretoriek overstijgt gelukkig de clichés van een schools opstel.
Het akoestische Valerie heeft het in zich om een klassieker in het singer-songwritergenre te worden, maar komende van een progalbum is dit ijdele hoop. Met een citaat van John Lennon als leidmotief is ook het aangrijpende Victims maatschappelijk betrokken. Dit engagement wordt in The End en Curtain op het persoonlijke vlak betrokken. Waarmee het doek valt over een oprecht emotioneel album van een integer artiest.
← Terug naar overzicht