Star Club West NIN

Fons Records
NIN

Star Club West grossiert nog steeds in weird cool indiepop. Het blijft overigens vreemd hoe ondergewaardeerd deze band is na albums als My Ill Women. Ook 'NIN' (alweer een dubbelaar) bewijst dat Star Club West nog steeds een huis van vertrouwen is.

Zanger-gitarist Nico Jacobs, bassist Wim Van Den Heuvel, drummer Raf De Backer en gitarist Chris Smet vormen samen één van de allerbeste poprockbands, die het land rijk is. Deze bende neemt het allemaal echt niet zo ernstig, amuseert zich geweldig en benadert popmuziek vanuit het idee dat Volumia's Afscheid citeren een goed idee kan zijn. Gewoon omdat dat kan en Star Club West lak heeft aan hippe popconventies.

Het tekent hun attitude. "They're not in it for the money", maar ze genieten volop van het muziek maken. En als ze en passant een belachelijk grote smile op je gezicht toveren, dan zal deze bende dat zeker niet nalaten.

Nochtans schuwt de groep de zware onderwerpen niet. In de licht klinkende, maar catchy opener Are We Heavy gaat het meteen al over afscheid nemen. Herinnering, verlangen en troost heersen in de psychedelische rookgordijnen van It's A Quiet Morning. En toch gaat het ook om levenslust (het speels experimentele The Whole Man Must Move At Once en de vrolijke, naar Flaming Lips refererende popmagie van We Try To Have It All), weliswaar met een fijne, nostalgische rocktwist (Tit City).

Er is het zachte ontwaken in Be Carefull, Be Carefull (met dubbele l, inderdaad), dat gekenmerkt wordt door galopperende drums en stemmige melodie terwijl Japanese Airwaves het moet hebben van dromerige klanken. In het te gekke, in het Nederlands gezongen Klopje duiken een akoestische gitaar en een ritmebox op; een beetje cheesy camp, dat spreekt voor zich. Maar het verwijst ook naar de tekstuele en muzikale experimenten van Spinvis. De eerste plaathelft wordt afgesloten met een weergaloos Disappear Into What If.

De tweede plaatkant wordt ingezet wordt met de fluisterende popfolk van Charts & TV. In What About The Tape wordt er nostalgisch gedaan over de cassette als geluidsdrager en er wordt ook ruimte gelaten voor stilte (Please Be Quiet Now) en comfort.

De ene na de andere bezwerende indiepopparel wordt losjes uit de pols geschud zonder het experiment (het tot dromen en verdwalen aansporende Is It My Fiction) uit het oog te verliezen. Af en toe dreigt de groep zich weleens in de gimmick te verliezen (de kleinkunst van Even Naar Boven), maar zelfs dan weet de groep danig te ontroeren.

Indie Rockboy Dreams ("When will I be part of lofi stardom") is een lekker ontsporende undergroundhit. Die wordt opgevolgd door hitsige lofifunk in Spaniels en het weerbarstige Elliot Smith Songs. I Could Die, Now What (met de hoger vernoemde sample) en Teach Me Thy Way, Oh Lord (een duet annex hymne featuring moeder Jacobs) tonen aan dat Star Club West nog steeds een topband is om mee rekening te houden.


3 maart
Philippe De Cleen