Slow Club - Paradise

Moshi Moshi

Fabian Desmicht6 november 2011

Paradise

Slow Club is nog steeds het duo Rebecca Taylor en Charles Watson. Maar zeggen dat er sinds het debuut ‘Yeah So’ uit 2009 helemaal niets veranderd is, zou niet correct zijn. De sound die de band presenteert op ‘Paradise’ is daarvan het beste bewijs. De vraag is of de scherpere randjes van het nieuwe werk in de smaak vallen bij wie plat ging voor de naïeve, argeloze sfeer van ‘Yeah So’.


Inderdaad, die eerste plaat was even gevarieerd als toegankelijk, lag daarenboven nog comfortabel in het oor en was nergens echt experimenteel. Simpele folk stond naast opzwepender materiaal en alledaagse thema’s passeerden de revue. ‘Paradise’ is evenmin de meest gewaagde plaat van het jaar. Maar toch, de drums krijgen meer ruimte om mooie dingen te ontwikkelen, het geluidspalet werd verruimd en Rebecca’s stem is er nog steeds eentje om in te kaderen.

Neem opener en single Two Cousins erbij en alles wordt duidelijk: stemmen voorop, met steeds assertievere drums, een mechanische synth en één almaar herhaalde pianonoot in het kielzog. Het resultaat is een omvangrijk, lichtjes wrang geluid. Geef toe, op ‘Yeah So’ was zoiets nog toekomstmuziek.

Het etiket “Wall Of Sound” wordt vaak bovengehaald als kwaliteitslabel. Deed Phil Spector daar geen schitterende dingen mee? Jawel, maar Rebecca en Charles zijn Spector niet en helaas is hun eigen geluidsmuur niet zelden een ruw gemetst obstakel dat melodieën doet verdwijnen in een enerverende muzikale mortel. Zo zijn The Dog en single Where I’m Waking veel te drammerig en rommelig om echt te werken.
Noem ons conservatief, maar de (semi-)akoestische Slow Club ligt ons beter. Het goede nieuws is dat ‘Paradise’ ons op dat gebied helemaal niet in de kou laat staan. Het door Charles gezongen Horses Jumping is een meer dan charmante ballad, waarin een weemoedige viool voor emotionele backing zorgt bij een melodie die op zich al prachtig is.

Vocaal gezien is het echter vooral Rebecca die weet te beroeren. Met een beetje verbeelding had Hackney Marsch - in al zijn oprechte eenvoud - een song van Leonard Cohen kunnen zijn. Rebecca bezingt nu eens ingehouden, dan weer erg expressief hoe vriendschap liefde wordt en uiteindelijk wankelen gaat. Ze leeft zich helemaal in haar rol in. In het doorleefde Never Look Back meet ze zich een krachtig soultimbre aan. En als ze in You, Earth or Ash “I’m exhausted” zingt, dan klinkt ze ook écht vermoeid. Een stem om rekening mee te houden!

Slow Club is geëvolueerd - niet helemaal ten goede, maar stilstaan is stagneren. Het duo uit Sheffield was op ‘Yeah So’ op zoek en is dat op ‘Paradise’ nog steeds. Sommige songs trekken je aan, andere stoten je weer af. Niet bepaald een paradijs dus, wel een moedige en deels geslaagde poging tot vernieuwing.
← Terug naar overzicht