Sauvageoness - A Maze Deep In

Atypeek

Patrick Bruneel6 juni 2026

A Maze Deep In

Waar het Zwitserse Sauvageoness voorheen - luister maar naar de digitale release Phoebe - handelde in psychedelisch aandoende folkdeuntjes die werden geïnspireerd door poëzie uit de beat generation, van minder bekende en ook minder gepubliceerde auteurs als Kandel, Levertov en Waldman, gooien ze voor hun echte volwaardige debuut het roer helemaal om.

Doomy industrial dreampop noemt de band het zelf, al zijn termen als shoegaze en postpunk al net zo relevant. Gooi daar een bij momenten behoorlijk schreeuwerige stem aan toe die soms net zo maniakaal klinkt als Diamanda Galas en een portie noise, die nog extra druk leggen op het poppy element, en we komen uit op een geluid dat zich toch wel distantieert van het gros der postpunkbands.

Een band als Cop Shoot Cop, die ook wat shoegaze toelaat: zo klinkt het hier en daar op A Maze Deep In. Of als de betere indierock, van het soort dat wel indruk maakt en blijft hangen en niet zomaar voorbij kabbelt, zoals het gros der indiebandjes die de revue passeren op een festival als Pukkelpop, en waarvan de week nadien quasi niemand zich nog de bandnaam herinnert.

Veertien nummers staan er op de plaat en die klinken, op de stem na dan, dermate gevarieerd dat we niet de tijd krijgen om ons te vervelen. Furieus en wat later eerder fragiel, met steevast die imponerende stem van de frontdame die bijwijlen zelfs klinkt als Lydia Lunch op de momenten dat ze niet overdrijft in haar arrogante kritiek op alles en nog wat, en niet de grande dame van de verongelijkten uithangt.

Voor vlijmscherpe nummers als Show Me Your Body, Cranes, DOPE of de vooruitgeschoven videosingle Mio Stars At The End mogen ze ons zelfs uit onze zomer/winterslaap halen. Meestal vinden we veel van die naar postpunk neigende bandjes allemaal nogal eender klinken, ofwel te veel een doorslagje van de originelen van enkele decennia geleden, of hedendaags onderling inwisselbaar.

Dat zal dit Sauvageoness niet overkomen door de veelzijdigheid van de nummers, de uitermate strakke ritmesectie, de inventiviteit inzake gitaarwerk en bovenal die stem van de frontdame wier naam, net als die van de andere muzikanten, er weinig toe doet. De vraag is of er eigenlijk wel andere muzikanten zijn trouwens, want even snuffelen op het net levert weinig tot geen info op over eventuele bandleden, behalve dan dat de frontdame blijkbaar ook zowat alle instrumenten zelf lijkt te hebben ingespeeld en ze zich ferm heeft geamuseerd tijdens het maken van het album.

Dat is er alleszins aan te horen. Een blijvertje, dit.

← Terug naar overzicht