Port O'Brien - All We Could Do Was Sing
City Slang
Kevin Vergauwen — 8 november 2008

Ergens in het moerassige grondgebied waar indie, americana en folk in elkaar overvloeien, treffen we Port O’Brien. Een band die zich, zoals zovele, voortbeweegt in de slipstream van hedendaagse hoogvliegers als Fleet Foxes, Arcade Fire en My Morning Jacket. En toch onderscheiden we dit collectief met net één ster meer dan alle andere bakvissen die profiteren van bovengenoemde succesverhalen.
In Amerika deelde Port O'Brien al het podium met Bright Eyes en in Engeland was het prijs met de heren van Modest Mouse. Niemand minder dan M. Ward noemde zichzelf bovendien fan van het eerste uur. En zo hebben we de belangrijkste invloeden die op deze debuutplaat terug te vinden zijn meteen op een rijtje gezet.
Centraal gegeven op 'All We Could Do Was Sing' is het luizige vissersbestaan en alle ongemakken die daarmee gepaard gaan en waarmee dit dolle gezelschap dagdagelijks moet afrekenen. De geschiedenis wil immers dat bezieler en oprichter Van Pierszalowski samen met vriendin Cambria Goodwin zwoer te ontsnappen aan de sleur. Ergens in 2005 sloten ze een pact en beslisten ze om de wereld te veroveren met hun gezamenlijke passie: folkmuziek. Drie jaar later en vervoegd door twee lotgenoten is ‘All We Could Do Was Sing’ het niet onaardige resultaat.
Centraal gegeven op 'All We Could Do Was Sing' is het luizige vissersbestaan en alle ongemakken die daarmee gepaard gaan en waarmee dit dolle gezelschap dagdagelijks moet afrekenen. De geschiedenis wil immers dat bezieler en oprichter Van Pierszalowski samen met vriendin Cambria Goodwin zwoer te ontsnappen aan de sleur. Ergens in 2005 sloten ze een pact en beslisten ze om de wereld te veroveren met hun gezamenlijke passie: folkmuziek. Drie jaar later en vervoegd door twee lotgenoten is ‘All We Could Do Was Sing’ het niet onaardige resultaat.
En of frustratie een belangrijke drijfveer is. In het intimistische Fishermans’s Son bijvoorbeeld horen we Pierszalowski zelfzeker “But I don’t know why I came here / Was it because I was born this way? / Or have I just learned to accept it? / Like I do every other day” mompelen.
Haat en onmacht noteren we bovendien niet alleen in de teksten, maar ook in de soms bijzonder explosieve gitaarpartijen. Luister bijvoorbeeld naar het snedige Pigeonhold, dat gedreven door een schreeuwerige samenzang ontaardt in een ware duiveluitdrijving.
De poppy single I Woke Up Today en het opzwepende In Vino Veritas werken dan weer bijzonder aanstekelijk op onze adrenalinestromen, terwijl Will You Be There zo uit de speeltuin van Will Oldham ontsnapt kon zijn. Het is dan ook overbodig te vermelden dat Port O’Brien een veelzijdige band is.
Haat en onmacht noteren we bovendien niet alleen in de teksten, maar ook in de soms bijzonder explosieve gitaarpartijen. Luister bijvoorbeeld naar het snedige Pigeonhold, dat gedreven door een schreeuwerige samenzang ontaardt in een ware duiveluitdrijving.
De poppy single I Woke Up Today en het opzwepende In Vino Veritas werken dan weer bijzonder aanstekelijk op onze adrenalinestromen, terwijl Will You Be There zo uit de speeltuin van Will Oldham ontsnapt kon zijn. Het is dan ook overbodig te vermelden dat Port O’Brien een veelzijdige band is.
Ook al missen we soms wat samenhang op dit album en klinkt het geheel bij momenten rommelig, het is duidelijk dat elke song recht uit het hart komt. Loeihard of vredig zacht, elke noot, elk woord klinkt oprecht en gemeend. En uitgerekend dat onderscheidt het geheel van al die andere wannabes. Wij hopen dan ook dat deze bende snel voet aan wal krijgt op het vaste land.
