Paul McCartney - The Boys From Dungeon Lane

Capitol Records

Harke Jan van der Meulen17 juni 2026

The Boys From Dungeon Lane

Er heerst een ware hosanna-stemming rond het nieuwe album van Paul McCartney (84). Hoe ouder hij wordt, hoe minder kwaad hij lijkt te kunnen doen. Dat was wel eens anders. Toen hij The Beatles verlaten had en zijn eerste solo-album ‘McCartney’ uitbracht, waren de reacties vernietigend. Ook het daaropvolgende ‘Ram’ kon op weinig enthousiasme rekenen, terwijl het nu wordt omarmd als een meesterwerk. Datzelfde woord nemen velen nu weer in de mond bij het beluisteren van ‘The Boys From Dungeon Lane’. Maar is het ook een meesterwerk?

Daarvoor moet eerst de vraag beantwoord worden wanneer we van een meesterwerk kunnen spreken. Dan moeten dus alle nummers geweldig zijn; er mag geen verkeerde noot tussen zitten. Maar dan blijken de meesterwerken dun gezaaid te zijn. ‘Sgt. Pepper’ van The Beatles uit 1967 misschien, ‘Rumours’ van Fleetwood Mac uit 1977 of ‘OK Computer’ van Radiohead uit 1997, als we de verschillende decennia eens de revue mogen laten passeren.

Maar ‘The Boys From Dugeon Lane’ is dat niet. Is dat erg? Welnee. McCartney weet op werkelijk al zijn albums briljantjes met opvullers te combineren. Die opvullers heeft hij kennelijk nodig om de briljantjes tot stand te laten komen. Dat is ook omdat hij natuurlijk een echte criticus zoals John Lennon dat was, mist. Lennon kraakte regelmatig zowel eigen werk als dat van Paul af. Sommige albums bevatten meer briljantjes dan opvullers: ‘Band On The Run’ (1973) en wat ons betreft ‘Chaos And Creation In The Backyard’ (2005). En sommige albums zoals ‘Press To Play’ (1986) bevatten te veel opvullers, maar zelfs dit album bevatte toch weer één briljantje (Footprints).

Welnu, dit laatste album bevat er van beide categorieën ongeveer even veel. Maar eerst willen we nog even onderscheid maken tussen de drie "personae" die McCartney herbergt. We kennen Paul McCartney "de rocker" (Back In The USSR), ook op dit album weer vertegenwoordigd middels het ietwat geforceerd aandoende As You Lie There. Daarnaast is hij dikwijls de "zoetgevooisde romanticus", op dit album met het zeer verdienstelijke Days We Left Behind, maar echt enthousiast worden we pas, als hij zijn derde persona aanspreekt: "de eclecticus". Dat wil zeggen: de componist-liedjesschrijver die popmuziek in de breedste zin van het woord maakt, maar met een eigenheid die waarschijnlijk alleen aan hem lijkt voorbehouden te zijn. Nummers die elk kader ontglippen, producten van de puurste fantasie gemaakt met het allergrootste vakmanschap. Dan hebben we het over nummers als Uncle Albert van ‘Ram’ (1971) of Mr Bellamy van ‘Memory Almost Full’ (2007). En gelukkig zijn die ook op dit album te vinden.

Mountain Top is het eerste briljantje van eclecticus Paul. Het begint als Penny Lane maar na veertig seconden opent zich de vervolgmelodie, waarbij de hemelpoort even open gaat. Never Know is er ook weer zo één: tapeloops, Paul op de Hofner-bas en een groove waar moderne dance-producers alleen van kunnen dromen. En aan het slot is er nog een prachtige referentie naar Fool On The Hill. En tenslotte Life Can Be Hard dat lijkt te refereren naar de dance-halltraditie totdat ook dit nummer weer zo’n briljante wending krijgt in de bridge in triolen die op een volstrekt natuurlijke wijze weer naar het beginthema leiden.

En zijn stem dan? Die zou volgens velen niet meer om aan te horen zijn. Het tegendeel is waar. Ontroerend om te horen hoe enthousiast McCartney blijft zingen. Wij wachten dan ook geduldig op het volgende album.

← Terug naar overzicht