Paradise Lost behoeft eigenlijk geen introductie meer. Iedere zichzelf respecterende metalfan heeft op zijn minst al van de groep gehoord en een tweetal albums van Nick Holmes en Co in de platenkast hebben staan lijkt ons dan ook een aanvaardbaar minimum. Deze Britten zijn immers vanaf hun eerste platen erg belangrijk geweest voor de metalscene. Met ‘Gothic’ uit 1991 staan ze mee aan de wieg van een nieuw genre: gothic metal. Paradise Lost maakt het zichzelf en haar fans echter niet makkelijk. De groep experimenteert en vindt zichzelf constant opnieuw uit. Het moet allemaal spannend blijven. Dit leidt tot enkele fantastische platen, maar ook tot enkele uitschuivers. In de loop der jaren verliest Paradise Lost dan ook een deel van haar aanhang wat niet gecompenseerd wordt door het aantal nieuwe fans.
De vaders van de gothic metal zijn inmiddels al toe aan hun elfde studio album: ‘In Requiem’. Dit donkere epos zou het logische vervolg kunnen zijn op ‘Icon’ (1993) en ‘Draconian Times’ (1995) ware het niet dat er een vijftal platen, twaalf jaar en een pak verloren fans tussen zitten. Met dit nieuwe album slaat Paradise Lost gelukkig genadeloos terug en worden de criticasters de mond gesnoerd. De vorige plaat was al een terugkeer naar de sound van vroeger, maar zo fel en majestueus als op ‘In Requiem’ heeft het vijftal in jaren niet meer geklonken.
Vanaf het eerste nummer Never for the Damned wordt meteen duidelijk dat dit geen softe plaat met electronica-invloeden is geworden. De gitaren zijn weer prominent aanwezig en klinken verdomd heavy. Hier en daar valt zelfs een echte thrashriff te bespeuren. Paradise Lost slaagt erin om het harde van hun vroegere werk te combineren met de melodie die kenmerkend is voor hun latere werk. Ook zanger Nick Holmes gebruikt zijn ruige strot meer dan eens – de zang is het best te vergelijken met die op ‘Icon’. Keyboards worden enkel gebruikt om bij te dragen tot de sfeer van een nummer. En dan de leadpartijen van gitarist Gregor Mackintosh…de man weet ongelooflijk veel gevoel te leggen in zijn gitaarspel, zonder twijfel één van de elementen die Paradise Lost uniek maakt.
The Enemy is de single van de plaat. Een uitstekend nummer met een intro die, door het gebruik van vrouwenvocalen, zelfs herinneringen oproept aan ‘Gothic’. De rest van het nummer doet eerder denken aan uptempo Paradise Lost ten tijde van 'Draconian Times'. Na ongeveer twee minuten is er een sfeervolle overgang naar een monsterriff en een korte, maar mooie solo. Het titelnummer Requiem is opnieuw een hoogtepunt en opent met een weids klinkende keyboardpartij om daarna over te gaan in één van de hardste Paradise Lost nummers sinds lang. In de eerste helft van het nummer klinkt Nick Holmes ruiger dan hij in jaren geklonken heeft (hij grunt bijna). Paradise Lost combineert in deze song perfect zijn harde kant met de melodie die zo belangrijk is in het latere werk.
Andere prijsbeesten op het album zijn: de opener, Ash & Debris, Praise Lamented Shade, Fallen Children, Beneath Black Skies en Sedative God. Niet dat de andere songs slecht zijn – verre van zelfs, want er staat geen enkel zwak nummer op ‘In Requiem’ – maar de eerder vermelde nummers hebben alles in zich om uit te groeien tot toekomstige publiekslievelingen.
Eerlijk is eerlijk, even grensverleggend en genredefiniërend als met hun eerste albums zal Paradise Lost waarschijnlijk niet meer worden, maar met ‘In Requiem’ komt de band toch aardig in de buurt van hun vroegere meesterwerken.