No Use For A Name - The Feel Good Record of the Year
Fat Wreck Records
Frank D'hanis — 8 november 2008

Op een bepaald niveau kan je punkrock vergelijken met de Vier Seizoenen van Vivaldi. Men beschouwt het als verstrooiingsmuziek, leuk voor op de achtergrond, aangenaam als je voedsel aan het verteren bent en je gesprekspartners even hun verdomde bek houden. Wij willen op een vrolijke barbecue, met koude bieren en blote manborstjes, lekker naar de nieuwe van No Use For a Name luisteren. Als het geen slechte cd is natuurlijk.
Verheugt u zichzelf maar, de nieuwe van de Californische formatie is zo goed als een dergelijke cd kan zijn. Het album begint met Biggest Lie, een strak gespeeld en fors ingezongen nummer met enkele leuke riffs tussen de melodieuze secties door. De stem van zanger/gitarist Tony Sly is krachtig zoals altijd. De drums slaan geen beat over en de verschillende onderdelen van de muzikale machine zijn in perfecte synthese. Puf puf boom.
Voor de punkrockenthousiastelingen kan de recensie hier gerust eindigen, want de cd blijft de volledige 14 nummers lang in dezelfde teneur doorgaan. Hop, hop, gaan jullie maar buiten spelen, de zon schijnt en de lokale Italiaan verkoopt gelati voor een tientje. De kritische ziel kan de volgende paragrafen beter lezen. We gaan ‘nuanceren’.
Laat ons bij wijze van experiment eens volledig eerlijk zijn. Wie zit er eigenlijk te wachten op de 17e (!) cd van No Use For a Name? Ook wij, ooit puisterig, met gebroken stem, altijd verliefd op een of ander meisje met gouden haren, smeedden ooit een eeuwige band met deze groep die al onze gevoelens zo perfect in muziek en tekst kon gieten. Maar nu niet meer. We voelen ons nu even verbonden met de groep als een circusaap met de ketting waaraan hij vastligt.
Nemen we ter illustratie het lied Domino. Muzikaal is het lied identiek aan de meeste andere nummers op het album, dus we gaan op zoek naar een lyrisch hoogtepunt. “Falling backwards like a domino, to a place where you cannot hide.” Nee, dat kan het niet zijn. Ander voorbeeld.
Kill the rich misschien: “Synthetic compassion and some poor-mouth bad advice.
To get ahead they lay in bed and sleep safe all through the night.” Mooi. Kippenvel? Nee: hoogstens lichte hoofdpijn.
Kill the rich misschien: “Synthetic compassion and some poor-mouth bad advice.
To get ahead they lay in bed and sleep safe all through the night.” Mooi. Kippenvel? Nee: hoogstens lichte hoofdpijn.
Twee nummers op het album verdienen nog speciale aandacht. Sleeping Between Trucks is zonder twijfel het meest mesmeriserende nummer van de cd. Het is een country-achtig nummer, waarin de zang slechts zeer summier door een gitaar, een drum en een occasionele pianotoets begeleid wordt. Mooi. Ook Ontario, sober door een piano begeleid, is een hoogtepunt op het album.
Als je de groep nog niet kende, is ‘The Feel Good Record of the Year’ het ideale album om met hen kennis te maken. We zouden No Use For a Name echter ook het prangende advies willen geven om af te wijken van hun geijkte muzikale paden. Aan een nummer als Sleeping Between Trucks hoor je dat ze muzikaal heel wat meer in hun mars hebben. Zeventien vrijwel identieke cd’s volstaan, jongens. Tijd voor iets anders.
