Motor - Unhuman
Mute Records
Jan Vael — 8 november 2008

Het prettig gestoorde Frans/Amerikaanse duo Motor verraste ons een goed jaar terug met hun debuutalbum ‘Klunk’, en ook hun live-act op Pukkelpop 2006 behoorde tot onze persoonlijke hoogtepunten van het alternatieve rockfestival in Kiewit. Jammer genoeg slagen ze er met hun tweede langspeler ‘Unhuman’ niet volledig in ons te overtuigen van hun doorgroeimogelijkheden binnen de harde wereld die industriële dansmuziek heet.
Tja, de verrassing is er altijd een beetje af bij een tweede album natuurlijk, zeker als de groep in kwestie gewoon blijkt verder te gaan op de ingeslagen weg en onvoorspelbare zijpaadjes liever mijdt in plaats van ze als een interessante uitdaging te zien. Dat is kort samengevat een beetje het euvel waaraan deze ‘Unhuman’ ons inziens lijdt, want de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we het allemaal al eens eerder - en vooral beter - gehoord hebben. Begrijp ons niet verkeerd: een slechte plaat is dit helemaal niet, maar in vergelijking met ‘Klunk’ valt ze op onze kritische weegschaal wel een flink pak lichter uit.
De twee halve Britten, die zich nog steeds van de pseudoniemen Mr. No en Bryan Black bedienen, gingen hun tweede cd opnemen in wereldsteden als New York, Londen, Miami, Montréal en Nice. Het resultaat is dus helaas geen wereldplaat geworden, al staan er wel opnieuw een aantal geweldige tracks op. De instrumentale opener Bleep#1 heeft zijn naam alvast niet gestolen en klinkt zoals goede industriële techno zou moeten klinken: leuke geluidjes, stevige percussie en een dansbaar ritme. Ook het daaropvolgende titelnummer is erg dansbaar en opzwepend, neigt een beetje naar elektroclash en bevat aanstekelijke vervormde vocalen. 20 Volts Of Steel is eveneens een op en top dansbare elektrodeun, al is de overheersende sfeer hier eerder donker en dreigend, mede door de onderkoelde, repetitieve zang. Sikk is dan weer louter instrumentaal: een traag opbouwende, sfeervolle duistere technotrack om u tegen te zeggen. Night Drive kunnen we omschrijven als vlotte, dansbare maar toch ook sfeerscheppende industriële techno met een donkere ondertoon.
Flashback wordt nog gered van de middelmaat door een vette sequence in het refrein, maar daarmee hebben we de hoogvliegers op dit album wel gehad. Na een tijdje slaat de eenvormigheid immers meedogenloos toe, en kijken we niet langer aangenaam verrast op van de vervormde, robotachtige stemmetjes die in de meeste songs wel ergens opduiken. Sommige liedjes zijn niet meer dan aardige maar tegelijk ook wat zoutloze riedels, die zich zonder al te veel inspiratie naar het einde voortslepen.
