mildred - Fenceline

Memorials of Distinction / Dog Day

Judy Lee28 april 2026

Fenceline

Het politieke klimaat in de VS stormachtig noemen, doet de waarheid amper eer aan, maar in Oakland California zette een kwartet een hek om zichzelf om daarachter veilig en gezellig in de eigen cocon te zitten. Tenminste, zo klinkt het debuut van mildred dat toepasselijk 'Fenceline' werd gedoopt.

De plaat houdt je vanaf de eerste seconde in een wurggreep, simpelweg door te klinken als een vage herinnering die je nooit bent vergeten. Hoewel de eerste klanken je doen terugverlangen naar de hoogtijdagen van de slackerrock – denk aan de rammelende genialiteit van Pavement – bewijst Mildred al snel dat ze geen simpele kopie zijn. Ze zijn slimmer, dieper en onmetelijk eigenzinniger.

'Fenceline' is een poëtisch meesterwerk dat aanvoelt als een intiem gesprek tijdens een zomerse wandeling net voor valavond. De band, bestaande uit Henry, Jack, Matt en Will, creëerde een sound die balanceert op de ragfijne lijn tussen realiteit en een koortsachtige dagdroom. De teksten zijn gefragmenteerd en dagboekachtig, vol schijnbaar onbelangrijke details zoals een VHS-band naar de kringloopwinkel brengen of stilletjes verdwijnen met een "Irish Goodbye" tijdens een saai gesprek. Maar juist daar zit de magie.

De invloeden van David Berman en de absurdistische poëzie van de Silver Jews druipen van de plaat af. Nummers als Aquinas – jawel, vernoemd naar de dertiende-eeuwse theoloog Thomas van Aquino– tillen het album naar een filosofisch niveau zonder pretentieus te worden. Het is existentialisme verpakt in rammelende Americanagitaren en prachtige, soms zelfs pijnlijke eerlijkheid.

Muzikaal is het album een rijke lappendeken. De opener UPS Brown (een verwijzing naar de kleur van herfstbladeren) zet direct de toon met een sfeer van berusting, terwijl het sprankelende hoogtepunt Fish Sticks je verrast met een felle, korte gitaarsolo die doet denken aan de weidse klanken van The War on Drugs. In Charlie horen we een melancholisch, golvend ritme waarin accordeon en blazers prachtig samenvloeien, ondersteund door rauwe harmonieën die doen denken aan een moderne, ontregelde versie van Crosby, Stills, Nash & Young.

De energie krijgt een broodnodige injectie in Cobwebs, een motorisch drumfestijn dat onderhuids echter hun meest sombere boodschap herbergt. De zanger klinkt alsof hij zijn tranen wegslikt bij de regel "It never ends" – een moment dat je als luisteraar naar de keel grijpt. Het is die combinatie van inertie en creatieve explosie die de plaat zo menselijk maakt.

Wat 'Fenceline' echt bijzonder maakt, is de chemie tussen de bandleden. De plaat klinkt alsof een groepje dichte vrienden naar de studio van Luke Temple kwamen en daar wat kwamen jammen, vol van vertrouwen in elkaar. En de waarheid ligt daar dichtbij. De live-opnames vangen die authentieke energie van een groep die tijdens het spelen de muren om zich heen vergeet.

Mildred schuurt tegen het vertrouwde aan, maar maakt het vreemd. Ze gebruiken de iconografie van het witte hek, dat sinds de foto van Norman Rockwell uitgroeide tot symbool van The American Dream, om de eenzaamheid en de verborgen pijn van de moderne mens bloot te leggen. Maar onder die laag van desillusie schijnt hoop: de hoop dat vriendschap en muziek maken de ultieme remedie vormen.

De band is er zich waarschijnlijk terdege van bewust van het feit dat niet iedereen in een veilige, resisentiële buurt woont, maar met hun plaat hebben ze een veilige haven gecreëerd voor iedereen die even behoefte heeft aan troost. Het hek staat altijd open voor wie even wil schuilen!

← Terug naar overzicht